Hulpvluchten VN naar Zuid-Soedan verboden

NAIROBI, 2 SEPT. De Soedanese regering geeft sinds gisteren geen toestemming meer voor hulpvluchten naar gebieden in Zuid-Soedan die in handen zijn van het Zuidsoedanese verzet. Dit heeft een medewerker van de Verenigde Naties in Nairobi vanochtend bevestigd. Tienduizenden Zuidsoedanezen zijn ontheemd door oorlog en droogte.

De toestemming voor de hulpvluchten wordt op maandbasis gegeven door de Soedanese overheid. Ieder jaar rond oktober levert dat problemen op. Het droge seizoen is dan aangebroken, wanneer de regering haar militaire activiteit wil hervatten tegen de opstandelingen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA). De regeringsstrijdkrachten willen in hun strijd niet gestoord worden door de aanwezigheid van buitenlandse hulporganisaties.

Dit jaar begint het Soedanese regime echter bijzonder vroeg moeilijkheden te maken bij het verlenen van vergunningen. Mogelijk heeft dit te maken met een machtsstrijd binnen het SPLA. Drie hoge SPLA-commandanten verklaarden vorige week aan journalisten in de Keniase hoofdstad Nairobi hun leider John Garang te hebben afgezet, wat in Khartoum met grote voldoening werd ontvangen. Leider van deze rebelse groep binnen het SPLA is Riek Mashar. Riek onderscheidt zich binnen het SPLA omdat hij meer nadruk wil leggen op activiteit voor burgers in “bevrijd gebied”. Voor andere SPLA-commandanten staat het militaire aspect van de bevrijdingsstrijd centraal.

Riek beschuldigde Garang van dictatoriale tendensen. Het SPLA moet, aldus Riek in zijn verklaring op vrijdag, akkoord gaan met een tweedeling van Soedan, in een christelijk-animistisch zuiden en een islamitisch noorden. Garang heeft zich hiertegen altijd verzet.

Inmiddels hebben enkele hoge SPLA-leiders Garangs afzetting ontkend. Volgens een SPLA-woordvoerder in Londen zijn de rebelse commandanten gearresteerd.