Het Nederlands asielbeleid staat voor een omslag

Het vluchtelingenbeleid in ons deel van de wereld wordt geconfronteerd met een omslag die het getouwtrek in het Nederlandse parlement over de precieze formule voor opvangcentra (hoewel niet onbelangrijk), te boven gaat. Staatssecretaris Kosto van justitie waarschuwde er vorig jaar december reeds voor op de ledenvergadering van de organisatie Vluchtelingenwerk: “een vermenging en omslag van asielmotieven naar migratiemotieven”.

De boodschap is pas goed in brede kring doorgedrongen door dat schip volgepakt met Albanezen op de rede van Bari. Met een combinatie van hardhandigheid en listigheid heeft Italië ze afgevoerd. Heel Europa weet nu dat het ernst is.

Politiek en beleidsmatig gezien geeft het besef van de omslag een gevoel van opluchting, ook al blijkt deze bij nadere beschouwing grotendeels vals te zijn. In verschillende toonaard maar met gelijke intensiteit huldigen de staten van West-Europa het uitgangspunt dat zij geen immigratieland zijn. “De boot is vol”, zoals een Zwitserse minister van justitie het alweer een jaar of wat geleden plastisch uitdrukte. Het weren van immigranten staat niet in de weg zich wat asielzoekers betreft te blijven beroepen op “onze toch altijd nog humanitair te noemen traditie”: ook in december weer de woorden van Kosto.

Zo eenvoudig ligt het echter niet. Juist bij gebreke aan alternatieven wordt asiel steeds meer het voornaamste middel om wettig verblijf te verkrijgen, noteerde het Amerikaanse weekblad Time deze zomer koeltjes in een omslagverhaal over "het belegerde kasteel Europa'. Het verband tussen immigratiepolitiek en vluchtelingenbeleid valt inderdaad moeilijk te ontkennen. Dit roept echter onmiddellijk de vraag op waarop de netto nul-optie in de immigratiepolitiek eigenlijk berust, bijvoorbeeld in het licht van de vergrijzing van een land als het onze met alle gevolgen van dien voor het draagvlak van de sociale zekerheid. Het Amerikaanse weekblad citeerde een Amerikaanse demograaf: “De Europeanen hebben twee alternatieven - ze kunnen de vruchtbaarheidsgraad verhogen of ze kunnen immigranten toelaten”. Hij merkte op dat Europa tot dusver geen van beide doet, maar de keuze leek niet moeilijk.

Een andere Amerikaanse expert vond volgens Time, plaatsvervangend denkend voor de Westeuropeanen, zelfs dat zij blij mogen zijn met het aanbod van nieuwe gastarbeiders uit het vroegere Oostblok: “Dank God dat er een aanbod is van mensen die tenminste een beetje zoals ons zijn”. Dat is een aardige gedachte, maar zij brengt wel haar eigen problemen mee. Als West-Europa één ding heeft geleerd dan is het wel dat gastarbeiders de neiging hebben te blijven. Dat maakt het moeilijk de omvang te bepalen van de kier waarop de deur wordt gezet, te meer daar het verschijnsel gastarbeid naar is gebleken niet los valt te zien van gezinshereniging - een elementair recht en tegelijk een niet te verwaarlozen muliplyer van opvangproblemen. Zie wat in het jargon bekend staat als de tweedegeneratieproblematiek.

Immigratiebeleid nieuwe stijl vergt kortom het nodige aan Umdenken. Een beheerste herkansing voor de immigratie blijft naar het zich laat aanzien vooralsnog een kwestie van mondjesmaat. Het is een illusie te verwachten dat hij de door Kosto gesignaleerde vermenging van motieven in de vluchtelingenstroom uit de wereld helpt.

In elk geval ontslaat welke overweging van immigratiepolitiek dan ook ons niet van de plicht asielverzoeken zorgvuldig te behandelen. Dat is nu net wat de zwaarbezochte landen van West-Europa dwars zit. Duitsland is wat dit betreft een gidsland. Het heeft eigenlijk als enige het asielrecht voor "politiek vervolgden' in de grondwet opgenomen. Deze bepaling ligt nu in Bonn onder vuur; met name uit de CDU komt aandrang de grondwet te wijzigen, regeringspartner FDP doet nog wat moeilijk.

Voor een deel gaat het in deze discussie om specifiek Duitse juridische complicaties. Maar de federale minister Schäuble heeft ook een variant in het spel gebracht die aantrekkingskracht heeft voor de Europese partners, inclusief het naburige Nederland. Volgens deze variant zou het mogelijk moeten worden gemaakt "sichere Staaten' aan te wijzen: landen waarvan onderdanen zich niet kunnen beroepen op politieke vervolging. Het is opmerkelijk dat Daniel Cohn-Bendit - de legendarische studentenleider tijdens de gebeurtenissen van mei 1968 in Parijs, thans adviseur van de Groenen in Frankfurt - zich dezer dagen in het weekblad Der Spiegel zeer ontvankelijk toont voor deze gedachte, zij het met een dubbel proviso. Hij wenst een duidelijke band met een nieuwe immigratiepolitiek en hij wil dat de verklaring dat een staat boven de rode streep zit wordt afgegeven door een speciaal internationaal orgaan.

Dat laatste is nationaal gezien al moeilijk, getuige de manier waarop de Nederlandse regering vasthoudt aan zijn eigen "ambtsberichten' en niet wil horen van een onafhankelijk instituut, een van de aanbevelingen van de eigen Commissie-Mulder over de asielprocedure. Het is dus niet niks wat de voormalige Dany le Rouge eist. Toch wringt de hele gedachte van zo'n categorische stop met de harde kern van het asielrecht. Keer op keer hebben regering en rechter er op gehamerd dat de vluchtelingenstatus individueel bepaald is. Dat volgt alleen al vanuit het van overheidswege telkens onderstreepte "uitzonderlijk' karakter ervan. Asiel kan alleen mondjesmaat en dus op individuele basis worden toegekend. Quota hebben typisch betrekking op speciaal "uitgenodigde' vluchtelingen en doen niet af aan de plicht de individuele asielzoeker die hier aan de poort klopt, tenminste aan te horen. In het asielrecht is ook geen plaats voor "groepsvervolging' (asiel wegens het enkele feit dat men behoort tot een bedreigde bevolkingsgroep), zoals de Tamils nog niet zoveel jaren geleden bij de Raad van State konden ervaren.

Nu is het zo dat Nederland al wel een lijstje van landen hanteert, de zogeheten Nawijn-landen (genoemd naar de ambtenaar die het lanceerde), waar de risico's zo groot zijn dat er zelfs geen afgewezen asielzoekers naar kunnen worden teruggezonden. Maar dat lijstje vormt bepaald geen automatische garantie voor gedogen, zoals een man uit Libanon (een van de zes genoemde landen) in februari vorig jaar door de Haarlemse rechtbank aan het verstand werd gebracht. We moeten zo'n lijstje "in context' blijven zien, vond de rechtbankpresident.

De lijst van Schäuble is echter wel degelijk bedoeld volautomatisch te werken. Daarbij gaat het er natuurlijk niet om dat het vrijwel uitgesloten is te achten dat tussen Nederland en de Bondsrepubliek een beroep op politiek vluchtelingschap zal worden erkend (al heeft een anti-psychiatrie-activist daar vijftien jaar geleden tot aan de Hoge Raad toe over geprocedeerd). Nee, het gaat om de nieuwe democratieën van Oost-Europa. Kan men - alleen al in het licht van de virulente minderhedenproblemen in die regio - werkelijk volhouden dat de Wende een afdoende garantie biedt? Vervolging wegens nationaliteit of etnische afkomst valt ook onder de vluchtelingendefinitie.

En Italië dan; dat stuurde de Albanezen toch per kerende post retour zonder elk vluchtverhaal afzonderlijk te toetsen? Dit is hoogstens te billijken als een noodgreep; wat wil men wanneer opeens zo'n nieuwe grote groep de grens over komt zetten. Het voornaamste resultaat van deze episode is een kwaad geweten.