GOED GEKNIPT EN GESCHOREN MOET

Nol Heijerman van Sparta moet zo'n beetje de eerste speler in het betaalde voetbal zijn geweest die opviel door z'n lange haar. In de maatschappij hadden The Beatles en de musical Hair de trend gezet, maar in de voetballerij drong een afwijkende haardracht wat later door. Het gouden Ajax en het Oranje, dat in '74 vize-Weltmeister werd, gingen wel volledig met hun tijd mee: haartjes tot diep in de nek. Tegenwoordig verstoort een handjevol profvoetballers het modebeeld van de snelle korte coupe. Hun kapsel is zo extreem lang dat ze zelfs in de jaren negentig nog weerstanden oproepen.

Voetballende nozems of de Samsons van de groene velden. In het oog springt het in elk geval wel, de profs met het lange haar tot ver over hun schouders, soms in een staartje, soms weelderig dansend op de wind. Langer nog dan de categorie John de Wolf (Feyenoord) , Marcel Peeper (FC Twente) en Marcel Peters (Volendam). Rob van der Kaay van VVV is zo'n alternatieveling. Hij heeft al acht jaar een bos haar waar menig meisje jaloers op zou zijn. Een kapsel dat misschien wel het langste is van de eredivisie. Hij heeft het keurig op één lengte afgeknipt en het wordt bijeen gebonden tot een staartje. Aanvankelijk speelde Rob van der Kaay (25) vrij anoniem bij Willem II, RKC, Helmond Sport en FC Antwerp. Maar nu de Tilburger bij VVV steeds meer opvalt door goede prestaties is er in Venlo een discussie losgebarsten over zijn voorkomen. Moet Rob van der Kaay naar de kapper? “Ja hoor, dat gaat nu gebeuren”, zegt manager Wiel Teeuwen door de telefoon. “Zijn haardracht is toch volstrekt uit de tijd? Rob moet het voorbeeld geven aan de jeugd. Trainer Henk Rayer heeft er nu genoeg van. Al zal Robs vriendin er niet blij mee zijn.”

Navraag leert dat Henk Rayer een andere mening is toegedaan. “Meestal ben ik het met de manager eens, maar nu toch niet. Dat Rob een paardestaart heeft is toch iets persoonlijks? Daar wil ik niet aankomen. Rob is een perfecte jongen, een gouden vent voor de groep, de ideale prof. Dat vind ik veel belangrijker. Hij begint nu pas door te breken. Hij kan veel hoger spelen dan bij ons.”

Rob van der Kaay is niet van plan gehoor te geven aan de wens van de manager. “Ik snap niet wat dit met voetballen te maken heeft. Een lelijke speler wordt toch ook geaccepteerd”, vraagt hij zichzelf af. Trainer Henk Rayer heeft weleens gezinspeeld op een andere coupe. Van der Kaay: “Toen ik net was aangetrokken zei hij: als je straks je contract ondertekent zorg ik dat de pers erbij is en dan knippen we een stuk van je haar af. Dat is natuurlijk niet gebeurd. Ik vind het geen probleem dat er over mijn haar gepraat wordt. Het bezorgt me alleen maar meer publiciteit. En als iedereen dat nou per se wil ben ik best bereid er vijf centimeter vanaf te halen. Maar kort zal ik het nooit dragen.”

Rob van der Kaay werkte in de voetballerij al eerder weerstanden op met zijn bos haar. Als jeugdspeler van Willem II kreeg hij het op zeventienjarige leeftijd over dit onderwerp aan de stok met trainer Piet de Visser. “Ik kon met hem toch al niet zo goed opschieten. Ik vond hem nogal conservatief. Ik mocht van De Visser ook niet met afgezakte kousen voetballen. Toen mijn haar eraf moest heb ik een andere club opgezocht.”

Piet de Visser kan zich het voorval met Rob van der Kaay nog wel herinneren. Maar de oefenmeester, die zich voor het leven verbond aan Willem II, zegt dat hij het destijds slechts opnam voor zijn collega van het tweede team. “Ik heb persoonlijk geen problemen gehad met Van der Kaay”, aldus De Visser. “Dat neemt niet weg dat ik vind dat voetballers sportief gekleed, geknipt en geschoren moeten zijn. Ze spelen immers voor publiek, sponsors en de jeugd. Willem II is een nette club waar gelet wordt op een correct voorkomen. Dus niet alleen een normale haardracht, maar in het veld ook de sokjes omhoog en de hemden in de broeken. We hebben nu Jean-Paul van Gastel in de selectie die het haar toch wat in de nek heeft hangen. Dat moet niet langer of gekker worden want anders gaan we hem ook aanpakken.”

Henk Rayer vindt dat De Visser er ouderwetse gedachten op nahoudt. Maar de Willem II-trainer gaat ook nog zover dat hij Van der Kaay beticht van een te individuele opstelling. Dat staat dus haaks op de ervaringen van Rayer. De Visser: “Aan zijn kapsel kun je zien dat z'n hele houding buitensporig is. Ik heb altijd naar voetbaltalenten gezocht die er alleen uitspringen door individuele acties op het veld. Voetbal is een teamsport. Daar kies je voor. Als je je zo opvallend wilt gedragen moet je gaan boksen. Rob is als voetballer duidelijk verbeterd sinds zijn periode bij Willem II. Toen kwam hij nog kracht tekort. Maar ik zou zo graag zien dat hij zich wat meer conformeert aan de teamgeest.”

Dat is dus het spel, dat zijn de regels en zó moet het gespeeld worden. Rob van der Kaay haalt zijn schouders op. “Speel ik met korter haar beter? Ruud Gullit draagt het toch ook vrij lang? Dat rasta-kapsel is zijn handelsmerk geworden. Dat geldt voor mij ook. Kijk, wat tegenwoordig eveneens meespeelt is de grote invloed van de sponsors. Zij willen dat voetballers net zo representatief overkomen als zakenmensen. Misschien dat er bij Ajax en PSV ook eisen worden gesteld aan de haardracht. Bij zo'n club zou ik dat logischer vinden.”

Een voetballer die bij Ajax heeft gespeeld en in de top 3 van langharige eredivisiespelers een goede tweede plaats bezet is Richard Sneekes (22) van Fortuna. Met de acceptatie heeft hij minder problemen dan Rob van der Kaay. “Sinds kort draag ik het ook in een staartje. Voorheen smeerde ik gel in mijn haar om te voorkomen dat het tijdens de wedstrijd voor m'n ogen ging hangen. Maar daar werd het altijd zo smerig van. Dus heb ik nu zo'n badstof elastiekje om het haar bij elkaar te houden. Sinds ik een staartje draag, krijg ik ineens veel reacties. Mijn trainer Han Berger heeft er nog niets van gezegd maar hij keek mij in de kleedkamer wel aan van: wat heb jij nou? In Maastricht riepen ze vanaf de tribune: "lekker wief, lekker wief'. Ik heb er eerlijk gezegd schijt aan wat de mensen denken. Ik doe het niet om op te vallen, ik vind het leuk om het zo te dragen. Maar bij Ajax zei Cruijff destijds ook al: knip dat haar nou eens af.”

De haardracht van Jeffrey Talan (19, FC Den Haag) mag er ook zijn. Golvend haar prijkt tot ver over z'n schouders. “Mijn huidige trainer Co Adriaanse heeft er nog nooit een opmerking over gemaakt. Misschien ook omdat ik nog niet zo lang tot de selectie behoor. Een jeugdtrainer heeft weleens gezegd dat ik naar de kapper moest. Ik draag het nu al een jaar of vijf zo lang. Het was destijds in Katwijk mode. In het jeugdteam van VV Katwijk, waar ik speelde, had iedereen lang haar. Nog steeds zijn er jongens in het dorp met dezelfde haardracht.”

Talan zegt dat er slechts een keer een speler van NEC is geweest die hem aan zijn haar trok. Van der Kaay heeft andere ervaringen. “In België, bij FC Antwerp, werd er eigenlijk vrij laconiek gereageerd op m'n lange haar. Maar in de wedstrijd trokken ze me als ik langs de zijlijn liep gewoon aan m'n staart naar achteren. In Nederland doen ze dat nog wel eens bij een corner. Iedereen loopt dan op het doel af en bij zo'n onbewaakt ogenblik grijpt een verdediger zijn kans.”

Lang haar is voor een voetballer een handicap. Het zweten is er niet minder om, het dagelijkse douchen vergt meer tijd en over het gebrek aan zicht nog maar te zwijgen. Sneekes: “Ik gebruik bij het wassen wel een crèmespoeling. Anders wordt het zo droog. Af en toe laat ik de puntjes een beetje bijknippen. Mijn zusje is kapster.”

Rob van der Kaay denkt dat hij vaker naar de kapper gaat dan iemand met kort haar. “Ik ga in Tilburg naar een Turk, Genol, die in lang haar is gespecialiseerd. Hij zorgt dat er geen dode punten ontstaan en haalt er een capsule met vitaminen doorheen zodat het gezond blijft. Op warme dagen, zoals nu, is het trouwens geen lolletje om met lang haar te voetballen.”

Maar de VVV-er, die zaterdag met zijn elftal gelijkspeelde tegen Vitesse (0-0) en René Eijer een moeilijke avond bezorgde, heeft het er voor over. Is hij soms bijgelovig? Bang dat het hem net zo vergaat als Samson wanneer manager Teeuwen zijn zin krijgt? “Als ik met kort haar slechter ga spelen, dan weet ik zeker dat het daaraan ligt. Ik ben inderdaad bijgelovig. Sinds het goed met me gaat draag ik altijd een dobbelsteen in m'n zak. Waarom zou ik het noodlot tarten?”