Gevestigde winkeliers in Utrecht betreuren "wilde' kasbah

UTRECHT, 2 SEPT. De Utrechtse Kanaalstraat is met zijn talloze buitenlandse winkels misschien wel de meest exotische plek van Utrecht. De gemeente wil die sfeer nog aanzetten met de oprichting van een "kasbah', een oosterse warenmarkt. Een plaatselijke ondernemer kreeg lucht van de plannen. Hij sprong gretig in dit vermeende gat in de markt en richt op dit moment een "wilde' kasbah in. De al bestaande winkels zien deze nieuwe concurrentie met lede ogen aan.

De Kanaalstraat loopt dwars door de Utrechtse stadsvernieuwingswijk Lombok. Dertig procent van de bewoners van Lombok is van buitenlandse afkomst. De talloze “etnische” ondernemers, zoals ambtenaren hen behoedzaam betitelen, stallen hun waren in veilingdozen uit op de straat. De prijzen zijn extreem laag; tomaten kosten een gulden per kilo. De klant moet zelf de gave vruchten tussen de rotte uitpikken en in een plastic zakje laten vallen. Rapporten spreken dan ook van een “niet-hoogwaardig assortiment”. Maar het drukt de prijs.

Van de 29 levensmiddelenwinkels in de straat worden er negentien door etnische ondernemers gerund. Dan is de moskee nog niet meegerekend, waar in het voorportaal groente en fruit wordt verhandeld. De hele familie werkt mee in de winkels. Vader dirigeert de dozen naar de juiste plaats en snijdt lappen lamsvlees af. Zonen scheppen olijven of halen op verzoek een brok fetah uit het vat. Stuurse dochters met hoofddoek wegen zwijgend de waren en schrijven zwijgend de prijs met een stift op de plastic zak. Op zaterdagmorgen, tijdens de onvermijdelijke opstopping in de straat, waaien de plastic zakjes in kluwens over de stoep.

Een rapport van de stichting midden- en kleinbedrijf, opgesteld in opdracht van de winkeliersvereniging Kanaalstraat, raadt aan het “etnische profiel” van de wijk verder te versterken door het oprichten van een 'kasbah' of oosterse markt. De gemeente pikte het idee op. In de eerste plannen moeten veertig etnische ondernemers een soort winkelcentrum vormen dat aansluit op de nieuw te bouwen moskee.

De Kanaalstraat trekt veel kopers. Eén op de vijf winkelende mensen komt zelfs van buiten de wijk naar de straat toe, merendeels ook behorend tot de etnische minderheden. Niet alleen om elders niet verkrijgbare mediterrane produkten te kopen, maar ook omdat de Kanaalstraat goedkoop is. Buitenlanders besteden zeventig procent van het bedrag dat Nederlanders aan levensmiddelen uitgeven; hun inkomen is 85 procent van dat van Nederlanders.

De supermarkt heeft in deze wijk slechts een marktaandeel van 35 procent (het landelijk gemiddelde is zeventig procent). De markt doet het nog slechter: Lombokkers kopen daar maar twee procent van hun voedsel. De kleine winkeliers lijken hier dus een riante positie te hebben. Het rapport van het instituut voor midden- en kleinbedrijf signaleert echter ook problemen. De winkeliers zouden te weinig gespecialiseerd zijn en allemaal ongeveer hetzelfde assortiment bieden. Sommige winkeliers zagen vanwege de toegenomen concurrentie hun omzet het afgelopen jaar al dalen.

In april belegde de gemeente een informatie-avond over de "herinrichting van de openbare ruimte' in Lombok. Daarin werd onder andere het plan van de kasbah geopenbaard. Eén van de bezoekers toen was E. Grootel, die al jaren een tweedehands meubelzaak in Lombok drijft. Tijdens de voorlichtingsavond kwam hij op het idee alvast te beginnen: waarom wachten op de gemeente?

In het voorste gedeelte van zijn meubelzaak heeft zich inmiddels een Marokkaanse groenteman gevestigd (tomaten: negentig cent per kilo). Binnen wordt druk getimmerd. Op de tweeduizend vierkante meter die zijn pand omvat moeten op termijn 72 ondernemers komen; 32 winkeliers hebben al een huurcontract getekend. “En ik heb ruim honderd namen op de wachtlijst”, zegt Grootel.

De oosterse markt van Grootel, te openen in september, moet ruimte bieden aan verschillende kraampjes of standjes van wisselende grootte waar levensmiddelen, tassen, parfums, sieraden en textiel verkocht gaan worden. De ondernemers behoren voornamelijk tot de etnische minderheden. Is het gevaar niet groot dat al die kleine winkeltjes elkaar dood zullen concurreren? Grootel ziet het probleem wel. “Naast elkaar komen drie stands met muziekcassettes, een Nederlandse, een Turkse en een Marokkaanse. Misschien wat vreemd ja, maar ik bemoei me niet met de waren. Ik verhuur alleen de ruimte.”

De “etnische” ondernemers die al een winkel op de Kanaalstraat hebben, zijn niet blij met de op handen zijnde concurrentie van de kasbah, vooral niet met de kramen die waren aan gaan bieden die zij ook verkopen. Een Turkse groenteman: “Die startende groenteboer ziet de drukte op zaterdag en wil daar een graantje van meepikken. Maar we verdienen nu al bijna niets. Het is niet goed dat er nog meer groentewinkels bijkomen.” De eigenaar van een islamitische slagerij zegt: “Alle slagers in de straat zijn er op tegen. Er komen op deze manier veel te veel slagerijen. We hebben zelfs een protestbrief naar de gemeente gestuurd, waarin we hen vragen geen toestemming voor de kasbah te verlenen.”

Hans Kars, hoofd van het gemeentelijke wijkbureau Utrecht West, weet te melden dat het college van burgemeester en wethouders deze zomer akkoord is gegaan met een herinrichting van Lombok, waarbij de kasbah is inbegrepen. Mochten de plannen financieel haalbaar blijken, dan zal het volgens hem nog tot 1996 duren voordat werkelijk gebouwd gaat worden. Grootel is de gemeente dus duidelijk voor. “Maar het is de vraag of de oosterse markt van Grootel voldoet aan het bestemmingsplan. Ik betwijfel zelfs of hij wel een bouwvergunning heeft”, zegt Kars.

Kars weet niet of de slagerijen officieel bezwaar maken tegen nog meer mededingers in hun branche, maar hij zou een dergelijk initiatief toejuichen. “In het officiële gemeenteplan is uitsluitend plaats ingeruimd voor ambachtelijke bedrijfjes, juist om de al bestaande winkeliers geen concurrentie aan te doen.”