Drugsmafia in Justitie actief

ROTTERDAM, 2 SEPT. Bij de Amsterdamse politie en op het ministerie van justitie zijn medewerkers op non-actief gesteld of overgeplaatst omdat ze ervan verdacht werden infiltranten te zijn van de Surinaamse drugsmafia.

Volgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) zijn verscheidene overheidsinstellingen in Nederland geïnfiltreerd door leden van het Surinaamse drugskartel. De bewindslieden van justitie en binnenlandse zaken zijn hiervan op de hoogte.

Na onderzoek van de BVD in samenwerking met politie-inlichtingendiensten is vorig jaar onder andere een medewerker van de Directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van justitie op non-actief gesteld. Volgens welingelichte justitiële bron heeft de man - van Surinaamse afkomst - verscheidene Surinamers een vergunning tot verblijf verstrekt die daar niet voor in aanmerking kwamen. Hij zou ook politie-informatie over drugshandel hebben doorgespeeld naar Suriname.

Het ging om Surinamers die in de regio-1 (Amsterdam) vergeefs hadden geprobeerd een verblijfsvergunning te krijgen. Op advies van de nu geschorste justitie-medewerker verhuisden ze naar "zijn' regio-3 (Rotterdam) waarna hij ervoor kon zorgen dat ze alsnog papieren voor een verblijfstitel kregen. Een woordvoerder van het ministerie van justitie zegt dat uit nader onderzoek is gebleken dat de man in één zaak “zijn boekje te buiten is gegaan”. De man werkt weer omdat “opzettelijk laakbaar handelen” of directe banden met de drugsmafia niet konden worden aangetoond.

Ook de coördinator minderheden van de gemeentepolitie in Amsterdam belast met werving - eveneens van Surinaamse afkomst - is vorig jaar van zijn functie ontheven. Hij bleek verscheidene Surinamers te hebben aangenomen die een "crimineel verleden' hadden. Ook stuurde hij Surinamers zonder verblijfsvergunning naar de politieschool om te worden opgeleid voor een baan in het Amsterdamse korps.

Twee van de door hem aangenomen Surinamers bleken hun dienstpistool te misbruiken. Een werd er opgepakt omdat hij met een dienstpistool een bank overviel en een ander bedreigde zijn vrouw met het dienstpistool.

Tegen de coördinator werd opgetreden toen twee door Bouterse gestuurde inlichtingen-officieren vorig jaar bij het Amsterdamse korps solliciteerden. Door informatie van de politie-inlichtingendienst kon hun aanstelling worden voorkomen. Een woordvoerder van de Amsterdamse politie kon vanochtend niet reageren. De BVD geeft geen commentaar.

Pag 3:

Kamer wil opheldering

Tweede-Kamerleden van PvdA, VVD en CDA kondigen aan deze week al opheldering te willen over recente berichten over de cocaïnehandel en Suriname. Het Tweede-Kamerlid Dijkstal (VVD) wil vooral van de minister van justitie opheldering over het bericht in deze krant van afgelopen zaterdag dat Justitie al sinds 1985 weet dat de Surinaamse legerleiding betrokken is bij cocaïnehandel. In samenwerking met de CRI is toen door de Nederlandse politie een undercover-operatie uitgevoerd op de Antillen die zou hebben geleid tot de arrestatie van Bouterse's plaatsvervanger Boerenveen. De actie werd om politieke redenen afgeblazen.

Dijkstal zegt dat hij al enkele jaren geleden van eigen informaten inlichtingen kreeg over de betrokkenheid van de Surinaamse militaire leiders bij de handel in verdovende middelen. Hij heeft hiervan destijds de toenmalige minister van justitie en partijgenoot Korthals Altes op de hoogte gesteld. De bewindsman constateerde toen naar eigen zeggen dat de Centrale recherche informatiedienst inlichtingen over de drugshandel en Suriname voor hem achter hield.

De fractiespecialisten in de Tweede-Kamerfractie van het CDA op de terreinen van Justitie, politie en Buitenlandse zaken overleggen morgen met fractievoorzitter Brinkman over de vraag hoe opheldering moet worden gevraagd. Het Kamerlid Van der Heijden zegt dat over deze kwestie “geen politiek moet worden bedreven. Het is een bloedserieuse zaak die we met zijn allen moeten aanpakken”.

Op 12 september is er in ieder geval een besloten overleg tussen de Kamercommissies van Justitie en Buitenlandse zaken met de betrokken bewindslieden. VVD en PvdA hebben er begrip voor dat sommige informatie vertrouwelijk dient te worden besproken maar zijn ook van mening dat in principe de discussie over dit onderwerp in de openbaarheid dient te worden gevoerd.