De Maizière zorgt weer voor onrust in CDU; Onenigheid over partijfondsen

BONN, 2 SEPT. Binnen de grootste Duitse regeringspartij CDU zijn zaterdag, een dag na een moeizaam verzoeningsgesprek tussen Oost- en Westduitse partijbestuurders over de gewenste organisatorische en personele vernieuwing van het Oostduitse partij-apparaat, de interne vijandigheden opnieuw opgelaaid.

Dat gebeurde toen Lothar de Maizière, de laatste premier van de DDR, die vice-voorzitter van de CDU en partijleider in de deelstaat Brandenburg is, in in een interview een verwijt uit het bestuursgesprek van vrijdag herhaalde. Namelijk dat de partijtop in Bonn 26 miljoen mark van de vroegere Ost-CDU voor de lege Westduitse partijkas heeft gebruikt en niet, zoals een jaar geleden was beloofd, naar de Oostduitse partij-organisatie heeft laten terugvloeien.

Volgens partijvoorzitter Helmut Kohl, die vrijdag De Maizière nog juist wist te bewegen om af te zien van het neerleggen van al zijn partijfuncties, mist diens beschuldiging “elke grondslag”. Volgens het partijbureau in Bonn had De Maizière zijn verwijt maanden geleden al eens gemaakt, en toen in een nu openbaar gemaakt stuk een gespecificeerd overzicht gekregen van wat er met de 26 miljoen ten bate van de organisatie van de Ost-CDU is gebeurd.

Oostduitse medestanders die De Maizière vrijdag nog had in het debat over de omgangsvormen van de westelijke CDU met de oostelijke, zoals de Mecklenburgse partijleider Günther Krause (minister van verkeer in Kohls kabinet), hebben nu ook afstand van hem genomen.

De Oostduitse CDU, die in de vroegere DDR ruim 40 jaar als zogenomende "blokpartij' met de SED had samengewerkt, bracht oktober 1990, bij de fusie met de Westduitse partij, dat bedrag in in het gemeenschappelijk kapitaal. Het geld was overwegend afkomstig uit vergoedingen die Duitse politieke partijen krijgen als overheidsbijdrage in de kosten van verkiezingscampagnes.

Secretaris-generaal Volker Rühe van de CDU, die vorige week vrijdag door prominente Oostduitse partijgenoten scherp werd gekritiseerd wegens zijn openbare vermaan aan de Ost-CDU om zich sneller te vernieuwen en zich vooral te ontdoen van politici die voor 1989 met de SED samenwerkten, heeft intussen van een reeks meest jonge CDU'ers in de vroegere DDR bijval gekregen.

Negen CDU-politici uit de dichtbevolkte Oostduitse deelstaat Saksen, waar de partij met abolute meerderheid regeert, hebben een open brief gepubliceerd waarin zij zich solidair met Rühe verklaren en zijn klachten onderschrijven over het "aanblijven' van partijgenoten die vroeger met de SED samenwerkten. Tot de groep behoren leden van de landdag, de burgemeester van Dresden, een regionale staatssecretaris en een Bondsdaglid. Voorts Arnold Vaatz, een rijzende ster in de Ost-CDU, die voor de omwenteling in de DDR lid van de burgerbeweging Neues Forum was en thans chef is van de kanselarij van de minister-president van Saksen, Kurt Biedenkopf.