Conflict uitgegroeid tot vertrouwensbreuk tussen partijleiding en de achterban; Aftreden Sint lijkt een zoenoffer om Kok te sparen

UTRECHT, 2 SEPT. “De PvdA houdt een pistool op haar eigen borst gericht”, zegt de afgetreden partijvoorzitter M. Sint tijdens een toelichting op haar besluit afgelopen zaterdag. Ze kan frank en vrij praten over de situatie in de PvdA en ze ziet er opgelucht uit. “Ik neem nog afscheid van het personeel op het partijkantoor en dan ga ik uitrusten. Nee, ik ga niet op vakantie.”

Het waren zware weken voor Sint na haar terugkeer van de fietsvakantie in de Toscane. Ze werd onder vuur genomen omdat ze onvindbaar was. Ze werd zelfsbelachelijk gemaakt, vooral door haar partijgenoten. Sommigen, zoals het Tweede-Kamerlid B. Middel, eisten haar hoofd. De druk vrat aan haar, vaak zichtbaar, onverholen. En al kan compassie geen categorie zijn in de politiek, bij menigeen kwam het toch opwellen. Nog vorige week, toen het in de PvdA-fractie knetterde over de nieuwe WAO-voorstellen van het kabinet, liep Sint als een "zombie' door de wandelgangen van het Kamergebouw. De "partij' had afgereageerd op haar afwezige voorzitter, de achterban dreigde zich daarna te keren tegen partijleider Kok. Voor Sint was dat het teken het bijltje er bij neer te gooien: haar vertrek lijkt het zoenoffer om de kritiek op Kok te dempen. Met haar aftreden hoopt Sint dat de gewesten tot rust zullen komen en woedende piloten van de partij geen kamikazevluchten zullen uitvoeren op hun eigen vliegdekschip.

De schok was groot toen Sint vrijdagmiddag in het Dagelijks Bestuur van de PvdA haar besluit meedeelde. Enkele geëmotioneerde bestuursleden probeerden haar nog op andere gedachten te brengen, maar het besluit van de geplaagde voorzitter stond vast. Toen 's avonds het voltallige partijbestuur (25 leden) bijeenkwam in het opleidingscentrum van de Bondsspaarbanken in Doorn, werd de partijleiding met een voldongen feit geconfronteerd.

De PvdA-top kampt daarmee met een groot probleem. Wie wil er voorzitter worden? Het voorzitterschap is een volledige dagtaak en onverenigbaar met veel andere functies. Welk prominent partijlid wil zijn huidige werk opgeven om het risico te lopen om ook op de brandstapel van de gewestelijke partijbaronnen te eindigen? Namen worden hier en daar genoemd, schoorvoetend en aftastend. Zoals A. van der Louw, die de PvdA ooit onder Den Uyl leidde, die als burgemeester van Rotterdam geliefd werd om via een kortstondig ministerschap in het ruziekabinet Van Agt-Den Uyl te verdwijnen in de luwte van de politiek. Van der Louw, voorzitter van de Mediaraad, hoeft niet te veel op te geven om op de voorzittersstoel te gaan zitten.

Andere namen die dit weekeinde vielen, vielen ook weer af. H. Lammers ziet niets in het partijvoorzitterschap, hij heeft immers in de polders een solide baan te verliezen. En W. Etty, voormalige wethouder van Amsterdam, zegt eveneens weinig voor deze functie te voelen. Ook de naam van F. Rottenberg, directeur van het politiek-cultureel centrum De Balie, is regelmatig te horen. De jonge Rottenberg (34), ooit voorzitter van de Jonge Socialisten en jarenlang lid geweest van het partijbestuur, zou voor de geëmotioneerde achterban echter wat te "springerig' zijn, zelfs te intellectueel. De partijleden in de zalen van Nijverdal, Emmen of Amsterdam dreigen immers hart en ziel voor de "partij' te verliezen, ze voelen zich door de partijleiding in de steek gelaten, verkocht en verraden.

Het hele conflict in de PvdA gaat niet meer zozeer om voetnoten bij de WAO-regelingen, maar is uitgegroeid tot een vertrouwensbreuk tussen leiding en partijkader. De PvdA heeft ooit veel macht geconcentreerd in de gewestelijke kaders, zij oordelen of de koers juist is en zij bepalen in sterke mate de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Commotie in de gewesten treft de stoelpoten van de partijleiding zelf. Het verbitterde kader zit niet te wachten op intellectuele exercities, maar op een zielzorger.

Voorlopig zal de PvdA verder moeten varen met haar eerste vice-voorzitter F. Castricum. Hij heeft de taken van Sint overgenomen, taken die hij overigens al waarnam toen de afgetreden partijvoorzitter in Italië fietste. In die periode bleek de vice-voorzitter niet te schitteren in crisis-management. Hij kwam, toen de veenbrand in de PvdA-achterban begon, niet verder dan pogingen het telefoonnummer van Sint in Italië te achterhalen. Pogingen die volledig zijn mislukt, wat een partijlid vorige week in Nijverdal tijdens een gewestelijke vergadering tot de opmerking bracht: “Frits hoopte dat in Italië de pleuris zou uitbreken en Sint vervroegd van vakantie zou terugkomen.” Castricum kon zaterdag, tijdens een persconferentie, zelf niet aangeven hoelang hij als de waarnemend voorzitter zal optreden. Wordt er al in september, op het congres waar Kok om een vertrouwensvotum vraagt, een nieuwe voorzitter gekozen? Of moet de PvdA wachten tot het congres over de partijorganisatie dat nu in het voorjaar van volgend jaar is gepland? In dat geval moet de PvdA een cruciale periode overbruggen met een waarnemend voorzitter die deze zomer niet bepaald uitblonk.

Maar al zou de PvdA al snel een nieuwe voorzitter weten te vinden, personele wijzigingen lossen het basisprobleem van de partij nog niet op. Sint wees er zaterdag op: “De weg van oppositie naar regeringspartij is moeilijker dan ik dacht.” De top van de PvdA heeft de afgelopen jaren een hele Werdegang doorgemaakt, van oppositionele politici die mooie beloftes rondstrooien naar bestuurders die beseffen dat de Nederlandse verzorgingsstaat op zijn financiële grenzen is gestuit. Enkele prominente voormannen als vice-premier Kok en PvdA-fractieleider Wöltgens lieten weten dat het roer om moest, dat rechten moesten sporen met plichten en dat "verkregen rechten' geen heilig adagium meer was. Maar dit proces heeft de achterban van de PvdA niet doorgemaakt. De WAO-besluiten kwamen voor het kader als een verrassing. De bestuurders zitten nog met hun hoofden in de retoriek van oppositie, met meer procenten en centen voor de "zwakke groepen', behoud van koopkracht, behoud van alles wat er nu is.

Sint stond tussen deze twee werelden, zij trad af omdat ze de kloof tussen partijtop en achterban niet kon overbruggen. De top wil vernieuwen, de verzorgingsstaat herverkavelen zodat deze betaalbaar blijft terwijl grote delen van het lagere partijkader - nu het er werkelijk op aankomt - eigenlijk conservatief zijn en zich vastklampen aan het oude. De achterban herinnert zich de oude beloftes van politici die nu regeren: de PvdA is gesplitst omdat zij regeert en oppositie voert tegelijk.

Met een agenda van bijzondere congressen probeert de PvdA de brede kloof te overbruggen. In september moet Kok het vertrouwen krijgen, een maand waarin de miljoenennota uitkomt - met wellicht nieuwe tegenvallers - en de vakbonden acties organiseren tegen de WAO-plannen. En in het voorjaar moet de PvdA de fundamenten van de verzorgingsstaat bespreken, een staat die in de toekomst eerder minder dan meer verzorging in petto heeft. En tegelijkertijd komt het veelbesproken rapport van de commissie-Van Kemenade aan de orde over een nieuwe partijorganisatie. De intrigerende vraag is waar de PvdA tegen die tijd zit: in de regering of in de oppositie?