Brabants bedrijf exploiteert paardenliefde van Pavarotti; Zwaarlijvige Pavarotti dient zich verre te houden van paarderug

BEST, 2 SEPT. Tenor Luciano Pavarotti heeft zijn banden met het Nederlandse bedrijfsleven na het operarecital in Rotterdam niet verbroken. Terwijl de discussie over de Luciano's interpretatie maar vooral over de entreekaartjes wegebt, smeden slimme zakenlieden plannen voor een nieuwe vorm van exploitatie van de mega-ster. Als paardenliefhebber leent Luciano zich bij uitstek voor een eigen concours.

Het Nederlandse Best Communication & Management (BCM) zal op 12 september in San Marino een 'Pavarotti International' houden. De tenor is enthousiast. Dit is nog eens wat anders dan zelf te figureren voor het champagne-overgoten publiek. Voor BCM is het Italiaanse uitstapje niets bijzonders. Vlak voor de coup van 19 Augustus werd in de Sovjet-Unie nog een paardenconcours georganiseerd. Momenteel is de aandacht gevestigd op Hongarije. “Wij doen in vrijwel elk land van de wereld wel iets”, zo meent drs. J.E.H.M. Bartels.

Samen met zijn compagnon H. Brüger is hij eigenaar-directeur van BCM, een bedrijf dat van Australië tot Moskou concoursen organiseert, sponsors werft en uitgaven verzorgt als het maar met paarden te maken heeft.

Onlangs zorgde BCM voor een schok in het paardenland bij uitstek, Groot-Brittannië. Het bedrijf gaat met een eigen dochteronderneming de Britse markt op. Het Britse magazine "Horse and Hound' voorspelde na de stap een concurrentieslag op het gebied van paardensponsering en concoursmanagement. BCM heeft namelijk de topman van marktleider British Equestrian Promotions (BEP), Raymond Brooks-Ward, gecontracteerd, waardoor BEP zich nu genoodzaakt zou zien terug te slaan.

Bartels is ervan overtuigd dat BCM met eigen vestigingen in België, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en nu Engeland verreweg de grootste organisatie in zijn branche is in Europa. “Maar ons netwerk is niet tot standgekomen door een expansiestrategie, eerder door toeval. Het bedrijf van Brooks-Ward werd overgenomen door Alan Pascoe Associates. Daar voelde hij niet voor en toen heeft hij bij ons aangeklopt.”

BCM heeft bijna zestig medewerkers in zes landen en boekte vorig jaar een omzet van bijna zestien miljoen gulden. Dit jaar hoopt Bartels de twintig miljoen te bereiken.

Met vallen en opstaan hebben Bartels en Brüger BCM opgebouwd. Bartels begon in de jaren zeventig met het noodlijdende blad "Paard & pony'. “Ik voelde mezelf eigenlijk een amateurjournalist en dat is nog steeds zo. Ik deed het auteurswerk naast een baan als bedrijfspsycholoog, waarvoor ik eigenlijk ben opgeleid.”

In 1975 stopte hij als psycholoog en ging hij samen met Brüger, die toen werkte bij het noodlijdende paardenweekblad "De Hoefslag'. "Paard & Pony' verdween als zelfstandig blad en werd een katern van "De Hoefslag'.

Het lukte de beide ondernemers om "De Hoefslag' rendabel te krijgen als wekelijks kleurenmagazine. Het is het enige paardenmagazine met die frequentie in de wereld.

De meeste bladmanagers zullen "De Hoefslag' met verwondering bekijken: het blad is in talrijke segmenten en katernen verdeeld. “Dat is bewust gedaan, omdat een dressuurruiter even veel te maken heeft met een jockey als een biljarter met iemand die atletiek beoefent.” Elf bonden, federaties, verenigingen en stichtingen zien in "De Hoefslag' hun officiële orgaan.

“Ook de doelgroepen verschillen sterk. Wij richten ons bijvoorbeeld zowel op de groep van 400.000 vrijetijdsruiters in Nederland als op de 27.000 Nederlanders die zich bezig houden met het fokken van paarden”, aldus Bartels.

Toen "De Hoefslag' eenmaal rendeerde kregen Bartels en Brüger de smaak van het uitgeven te pakken en begon een weinig gelukkige uitstap met boeken. “Wij hebben eind jaren zeventig geprobeerd een een kleine uitgeverij met hobbyboeken op te zetten. Wij hebben net als veel andere uitgevers de activiteit met verlies begin jaren tachtig moeten verkopen. Van de meeste dingen die wij buiten de paarden gedaan hebben, hebben wij spijt gekregen.”

Geen spijt heeft BCM van de participatie in de uitgave van het L'Année Hyppique van de beroemdheid in de hippische wereld, de Zwitser Max Ammann. Het boek was verliesgevend, maar doordat Ammann onder de vlag van BCM ging werken, kreeg Bartels toegang tot de wereld van grootindustriëlen.

Zo wist Ammann Volvo te overtuigen naar schatting drie miljoen gulden te steken in sponsoring van de wereldcup springen en sinds kort ook van de wereldbeker voor dressuur, toernooien die mede door BCM worden georganiseerd. BCM legde via Amman ook contacten met de Italiaanse producenten van luxegoederen, de familie Gucci. De Gucci's brachten Bartels compagnon Brüger vervolgens in contact met een nieuwe vermogende paardenenthousiast: Luciano Pavarotti. De tenor, die zichzelf vanwege zwaarlijvigheid verre dient te houden van de paarderug, zag wel wat in een eigen 'Pavarotti International'.

BCM is sinds 1975 betrokken bij het organiseren van internationale toernooien. Het begon dicht bij huis met Indoor Brabant, nu uitgegroeid tot de grootste publiekstrekker op paardegebied in Nederland. Daarna is BCM langzaam uitgegroeid tot marktleider in Europa, maar nergens heeft BCM een monopoliepositie, zo verzekert Bartels. Hij verwijst onder meer naar het concours hippique CHIO Rotterdam, dat geheel door Maasstedelingen wordt georganiseerd.

Bartels mag dan geen monopolie hebben, hij beschikt wel over een groot aantal functies in de kleine paardenwereld. Hij is niet alleen organisator van de concoursen en directeur van meerdere paardenbladen in Nederland, maar ook actief als bestuurslid van talrijke organisaties en tenslotte is hij ook zelf betrokken bij de sport: zijn vrouw Tineke Bartels is geselecteerd voor het Nederlandse landenteam van dressuurruiters.

“Natuurlijk geeft de positie van BCM macht, maar aan de andere kant is die uiterst beperkt. De paardensport laat zich niet volledig professionaliseren. Een concours is alleen mogelijk dankzij een leger vrijwilligers. Daarin verschilt onze sport duidelijk van golf en tennis, waarvan grote internationale managementorganisaties zich meester hebben gemaakt. In de paardensport komen ze altijd van de koude kermis thuis. Het organiseren van een paardenconcours is iets anders dan het uitrollen van een tennismat.”