"Beleggers Japan kregen geld voor niet geleden verliezen'

TOKIO, 2 SEPT. Tientallen beleggers die in de afgelopen jaren van Japanse effectenhuizen vergoedingen hebben gekregen voor verliezen op de beurs, hebben in werkelijkheid helemaal geen verlies geleden. Dat heeft vandaag een hoge ambtenaar van het ministerie van financiën in Tokio gezegd tegenover een speciale commissie van het parlement, die sinds vorige week woensdag de beursschandalen onderzoekt.

De ambtenaar, Nobuhiko Matsuno, directeur-generaal Effecten van het ministerie van financiën, zei tegen de parlementscommissie dat het om 59 gevallen ging.

Matsuno zei ook dat Nomura, 's wereld grootste effectenhuis, veel meer vergoeding heeft uitgekeerd dan het eerder had toegegeven. Vorige week donderdag sprak Setsuya Tabuchi, de in juli tot aftreden gedwongen president van Nomura, tegenover de parlementaire commissie van een bedrag - tot 30 maart 1990 - van 201 miljoen dollar.

Matsuno verklaarde verder dat zijn ministerie Nomura nog steeds verdenkt van koersmanipulaties, die volgens de Japanse wet verboden zijn. Daarbij zou het gaan om het opdrijven van de aandelenkoers van de spoorwegmaatschappij Tokyu ten gunste van een leidende figuur in de Japanse onderwereld, Susomu Ishii, de teruggetrokken baas van Japans op een na grootste misdaadsyndicaat. De koersmanipulaties stelde Ishii in staat zijn aandelen in Tokyu met grote winst te verkopen. De koers steeg eind 1989 in drie maanden tijd van 1000 naar 3060 yen, vlak nadat Ishii een groot pakket aandelen Tokyu had gekocht.

Nomura's ex-president gaf vorige week donderdag toe dat Nomura zaken had gedaan met de Ishii, maar Tabuchi sprak tegen dat Nomura zich schuldig had gemaakt aan koersmanipulaties. Volgens hem hadden verkopers van Nomura hooguit wat enthousiast aandelen Tokyu aan de man hadden gebracht.

De Japanse minister van financiën, Ryutaro Hashimoto, heeft afgelopen zaterdag een plan bekendgemaakt dat het vertrouwen in de met schandalen overladen financiële markten van het land moet herstellen.

Tegenover het parlement verklaarde Hashimoto dat de schandalen niet alleen het vertrouwen van beleggers schaden, maar ook dat van het “gewone publiek”. “Dat betreur ik ten zeerste”, aldus Hashimoto.

Sinds juni hebben 21 effectenhuizen toegegeven tot eind maart 1990 voor in totaal 1,3 miljard dollar aan vergoedingen aan meer dan 600 beleggers te hebben uitgekeerd, waaronder concerns als Toyota, Mitsubishi, Hitachi, Showa Shell en Matsushita.

De minister deed de parlementaire onderzoekscommissie een plan aan de hand dat de integriteit van de Japanse markten moet verzekeren. Het plan moet de aandelenmarkten doorzichtiger maken, het toezicht verscherpen en de verantwoordelijkheden van beleggers beklemtonen. Verder pleitte Hashimoto voor herziening van de reglementen en strengere straffen op misbruik hiervan. Nadere details van het plan wilde de minister niet verstrekken.

Volgens Hashimoto gaan er steeds meer geluiden op om beleggers, die verliescompensatie hebben ontvangen, te dwingen tot terugbetaling. Onder de huidige wetgeving bezit het ministerie van financiën hiervoor echter onvoldoende middelen, aldus de bewindsman.

De minister zei verder dat het verscherpte toezicht niet alleen voor de financiële markten, maar ook voor de banken moet gelden, dit omdat de verwevenheid tussen banken en de effectenhandel steeds groter wordt. (AP, Reuter, UPI)