Wijsmuller en Smit bundelen zeeslepers

ROTTERDAM, 31 AUG. De sleepvaart- en bergingsbedrijven Smit Internationale uit Rotterdam en Wijsmuller uit IJmuiden zullen hun grote zeeslepers onderbrengen in een gezamenlijke onderneming.

Dit hebben beide bedrijven gisteren bekend gemaakt. Smit en Wijsmuller, van oudsher aartsrivalen bij sleepopdrachten en bergingen, zullen elk voor vijftig procent deelnemen in de nieuw op te richten commanditaire vennootschap SmitWijs Towage. De besprekingen over de gedeeltelijke fusie verkeren in een zodanig stadium dat beide ondernemingen verwachten tot overeenstemming te komen.

In totaal gaat de transactie om zes grote zeeslepers: de Typhoon en Tempest van Wijsmuller en de Smit Rotterdam, Smit Singapore, Smit Londen en Smit New York van de Smit Internationale. Volgens een zegsman van Smit en Wijsmuller begraven beide bedrijven de strijdbijl om de internationale concurrentie het hoofd te bieden. “Met zes schepen is het mogelijk om beter verspreid over de wereld opdrachten uit te voeren”, aldus de woordvoerder. Bovendien willen Smit en Wijsmuller met het samenwerkingsverband, waarin zij ondanks de ongelijke inbreng van schepen verder ieder voor de helft deelnemen, hun operationele kosten omlaag brengen.

Smit en Wijsmuller zeggen uitdrukkelijk dat alleen maar zal worden samengewerkt op het gebied van de zware zeesleepvaart. Zo blijven beide bedrijven onder meer de bergingsactiviteitenn afzonderlijk uitvoeren. Als daarbij zware sleepboten nodig zijn kunnen zij wel een beroep doen op SmitWijs Towage. Overigens blijft het technisch scheepsmanagement over de slepers bij Smit en Wijsmuller. Commerciële zaken zullen vanuit een apart kantoor in Rotterdam met een klein aantal werknemers worden aangepakt.

Smit is naast de zeesleepvaart en berging ook actief in de off shore en in havensleepdiensten. Bij het Rotterdamse bedrijf, waarin Nedlloyd een belang heeft van 40 procent, werken in totaal 2700 mensen werken. Smit behaalde vorig jaar een netto winst van 8 miljoen gulden op een omzet van 499 miljoen gulden. Smit maakt geen winstcijfers bekend onderscheiden naar de afzonderlijke activiteiten.

Smit lonkte al langer naar een mogelijkheid zijn zeeslepers onder te brengen in een "strategische samenwerkingsverband'. De slepers van Smit werden in het verleden veelal beschikbaar gehouden voor het grote bergingswerk, die daarbij onmisbaar zijn. Daarbij vermeed Smit zoveel mogelijk lange termijncontracten voor sleepwerk van bijvoorbeeld booreilanden en zware transporten. Op die manier kon Smit de schepen in noodgevallen direct inzetten. Maar door de afname van het aantal scheepsrampen in de wereld en te lage tarieven heeft Smit in toenemende mate de zeesleepboten bij andere opdrachten ingezet. Maar onder meer door de hoge operationele kosten van de schepen, 4 à 5 miljoen gulden per schip per jaar, dragen de schepen niet of nauwelijks bij aan de resultaten van Smit.

Wijsmuller is met 520 werknemers en een omzet van circa 100 miljoen gulden in omvang de mindere van Smit. Naast berging en zeesleepvaart is Wijsmuller ook actief in havensleepdiensten. Vorig jaar vergrootte het Leidse off shore bedrijf Heerema zijn in 1989 verworven belang in Wijsmuller van 40 procent tot 50 procent. Toen verwierf Heerema onder druk van de banken ook het volledige eigendom van de zwaar transportpoot van het kwakkelende Wijsmuller. Daaraan gingen hooglopende conflicten in de familie Wijsmuller vooraf. F. Wijsmuller, die enkele jaren geleden uit de directie van het toenmalige familiebedrijf werd gezet, probeerde de transacties met Heerema in kort geding te verhinderen, maar werd door de rechter in het ongelijk gesteld.