Verzekeraars in de slag om expositie Rembrandt

LONDEN, 31 AUG. Nederlandse en buitenlandse assuradeurs stonden te dringen om de komende Rembrandt-tentoonstelling, die Amsterdam, Berlijn en Londen aandoet, te mogen verzekeren. Daardoor konden de betrokken musea voor de dekking van de negentig doeken relatief goedkoop terecht.

De expositie - verzekerde waarde: 2,6 miljard gulden - was voor de verzekeringswereld, verwikkeld in een scherpe concurrentiestrijd, een uitgelezen mogelijkheid voor publiciteit. “Maar liefst 25 bedrijven stuurden een scherp geprijsde offerte”, zegt R. van Eyle, financieel directeur van het Rijksmuseum. Hij zocht ten slotte zijn toevlucht bij de Nederlandse verzekeringsmakelaar Bekouw Mendes, die ook al bij de eerdere tentoonstelling "Meesters in Holland' was betrokken.

“Dit was voor ons een schot in de roos. Maar we staan zeker niet te juichen over het bedrag dat we hieraan overhouden”, zegt drs. E.A. Millaard, onderdirecteur van de afdeling tranportverzekering goederen van Bekouw. Zijn collega W. H. van Oort schat de premie die de musea betalen op “minder dan” 1,8 miljoen gulden. “Als er maar iets gebeurt met die schilderijen hebben we een gigantische financiële strop”, zegt hij.

Vanaf 12 september zullen negentig doeken - vijftig van Rembrandt van Rijn en veertig van leerlingen - te zien zijn in het Altes Museum op het Berlijnse Museuminsel in de rivier de Spree. Pronkstuk van de collectie is De Staalmeesters - afkomstig uit het Rijksmuseum - waarvan de verzekerde waarde is bepaald op 200 miljoen gulden. Vanaf december is de tentoonstelling in het Rijksmuseum te zien en in maart verhuist de collectie naar The National Gallery in Londen. Van Eyle van het Rijksmuseum verwacht “ten minste” 500.000 bezoekers. De Van Gogh-tentoonstelling - de grootste expositie tot nog toe, met een verzekerde waarde van 4 miljard gulden - trok er bijna 900.000, maar die duurde langer.

Van het totaal te verzekeren bedrag heeft Bekouw Mendes twintig procent, zo'n half miljard gulden, in Nederland geplaatst bij 135 verzekeraars. De overige tachtig procent werd via Londen geplaatst. Het Rijksmuseum, het Altes Museum en The National Gallery betalen ieder een derde van de premie.

De Nederlandse overheid was aanvankelijk bereid garant te staan voor de eerste 250 miljoen gulden bij eventuele schade (de zogenoemde "indemniteitsregeling'), maar trok zich terug toen de verzekeraars niet in wilden gaan op de eis van verdere premieverlaging. “De premie was al zo scherp gesteld dat verdere verlaging onmogelijk was”, stelt Millaard.

“De grote onderlinge concurrentie heeft ertoe geleid dat het premieniveau in het algemeen tot een onaanvaardbaar laag niveau is gedaald”, zegt O. Bekouw, lid van de raad van bestuur van Alexander Bekouw Holding en tevens voorzitter van de assurantiebeurs in Amsterdam.

Pag.18: Rembrandt; Ook Britten in rij voor Rembrandt

Bekouw wijst erop dat het aantal bemiddelaars in verzekeringen in Nederland fors is geslonken. De vier grote verzekeringsmakelaars in Nederland, Hudig Langeveldt (Aon), Mees & Zoonen (Johnson & Higgins), Bekouw Mendes (Alexander & Alexander) en Schlencker (Sedgwick) zijn alle in buitenlandse handen. De concurrentie neemt nog verder toe doordat de grootste verzekeringsmakelaar ter wereld, Marsh & McLennan, eind dit jaar begint met een eigen vestiging in Nederland.

Bekouw legt uit dat bij deze Rembrandt-expositie de kosten voor de verzekeraar verder toenamen doordat de tentoonstelling op drie verschillende plaatsen wordt gehouden. Experts van de verzekeraars moesten bij ieder museum bekijken hoe het met de veiligheid was gesteld. De meeste moeilijkheden leverde het gebouw in Oost-Berlijn op. De Duitsers slaagden er evenwel in in korte tijd de vereiste aanpassingen te realiseren.

Ook op de Britse markt barstte een hevige concurrentiestrijd los om de Rembrandtverzekering, die broodnodige publiciteit op kan leveren. Een beetje wind mee kunnen de Britse verzekeraars, die vorig jaar honderden miljoenen ponden verloren, wel gebruiken. De grootste verzekeringsmarkt ter wereld, Lloyd's, boekte voor het eerst in 21 jaar verlies. In het boekjaar 1988, afgesloten eind 1990, werd een verlies van 1,7 miljard gulden geleden. Op de verzekeringsmarkt Lloyd's zijn 26.000 names (vermogende Britten), georganiseerd in honderden syndicaten, actief met een geschat vermogen van gemiddeld een miljoen pond. De names stellen zich met hun vermogen garant voor verzekeringen die door brokers (handelaren) worden aangebracht.

Bekouw Mendes gebruikte voor de plaatsing van het Britse deel zusterbedrijf Alexander Howden, een broker op Lloyd's. Maar Alexander Howden plaatste slechts zestig procent via Lloyd's. De rest werd geplaats op de companies market, vergelijkbaar met de Nederlandse assurantiebeurs.

“Lloyd's heeft niet langer het voordeel dat zijn systeem goedkoop is”, licht Bekouw toe. Voor het apparaat van brokers en names moet de verzekeraar extra kosten betalen.

Die companies market heeft zich gevormd in de directe omgeving van het futuristisch gebouw van Lloyd's in de Londense City. Zowel Britse als buitenlandse assuradeurs zijn er actief. “Ze zijn een serieuze concurrent voor Lloyd's geworden”, meent Bekouw.

Een handelaar op Lloyd's, die nadrukkelijk anoniem wil blijven, bevestigt dat. “De capaciteit van die markt is groter dan die van Lloyd's. In een paar jaar hebben ze meer dan de helft van de markt voor herverzekering in handen gekregen.”

Net als hun Nederlandse branchegenoten hebben ook de verzekeraars op Lloyd's en op de "bedrijvenmarkt' een prijs moeten betalen om te kunnen aanschuiven bij De Staalmeesters. “De premie voor deze tentoonstelling is zo laag dat we er nauwelijks een cent aan verdienen”, moppert een Britse underwriter.