Tweede Wereldoorlog is nu eindelijk ook in Riga voorbij; "Letland is nog maar halverwege'

RIGA, 31 AUG. Lama Heinis is terug in Riga. Dat hij dit nog mag meemaken, deze tachtigjarige Let, die sinds dertig jaar als balling in het Duitse Münster leeft.

Deze week is hij teruggekeerd in de onafhankelijke republiek Letland, met een wandelstok in zijn hand en een stapel documenten in zijn binnenzak: een Lets persoonsbewijs van voor de oorlog, een Lets paspoort van de Londense regering in ballingschap en een Letse pas die hem vorig jaar uit Riga is toegestuurd.

Bij het vrijheidsbeeld in het hart van Riga vertelt hij zijn levensverhaal, omstuwd door talloze Letse broeders die hem met eigen drama bijvallen. Lama Heinis verdween in 1946 voor acht jaar naar Siberië, nadat hij in het park Bastejkalns openlijk had opgeroepen de Letse taal niet te laten wegdrukken door de Russische. Gestreden voor Letland heeft hij, tussen 1941 en 1944, als legionair aan Duitse zijde. Uit zijn binnenzak haalt hij een Duits stel documenten te voorschijn: Kriegsverletzter.

Voor Letland is de Tweede Wereldoorlog vorige week afgelopen. Na 51 jaar bezetting door de Sovjet-Unie, nazi-Duitsland en weer de Sovjet-Unie symboliseert het vrijheidsbeeld in Riga weer waarvoor het in de jaren '20 is opgericht: Letse onafhankelijkheid.

Romualdas Razukas, leider van het Letse Volksfront, dat sinds zijn oprichting in de herfst van 1988 het onafhankelijkheidsstreven heeft aangevoerd, zou een gelukkig man kunnen zijn. Maar dat valt tegen. “We zijn nog maar halverwege”, zegt hij in zijn kamer met uitzicht op een van de vele schilderachtige straten van het oude Riga. “Ons volgende doel is het Sovjet-systeem volledig uitroeien, en het vervangen door een parlementaire democratie en een vrije-markteconomie. Wij willen hier geen Bulgaarse of Roemeense toestanden, geen ex-communisten die een vlottere stropdas omknopen.”

Het is een streven dat voor alle drie de Baltische landen geldt. Maar Letland zou het, als de meest gerussificeerde republiek, wel eens het moeilijkste van alle kunnen krijgen. Van de 2,7 miljoen inwoners is 54 procent van Letse afkomst en 33 procent van Russische (de overigen zijn voornamelijk Wit-Russisch, Oekraïens en Pools). Het zijn deze Russen die de zeehaven van Riga en de zware industrie rondom domineren - sectoren die het zwaar te verduren krijgen in de overgang van staatssocialisme naar vrije markt. Zouden er in Letland niet om nationalistische redenen spanningen ontstaan, dan toch zeker om economische.

Volksfrontleider Razukas, neurochirurg van beroep maar sinds anderhalf jaar full-time politicus, zegt de gevaren te zien. “Er is maar één uitweg”, meent hij: “Onderhandelen met Rusland. We zitten opgezadeld met een krankzinnig economisch systeem. We hebben hier fabrieken voor landbouwwerktuigen zonder ook maar één hulpbron in de buurt. Metaal wordt van vier-, vijfduizend kilometer uit de Oeral aangevoerd, hier bewerkt en dan weer vijf-, zesduizend kilometer versleept naar de Aziatische republieken. We moeten onze eigen economische kracht uitbuiten: transport, lichte industrie, landbouw. Vooral de Russische beroepsbevolking zal massaal moeten worden omgeschoold en dat kan niet alleen een Letse, maar moet ook een Russische verantwoordelijkheid zijn.”

De belangrijkste Letse oppositieleider, de econoom Sergejs Dimanis, toont zich wat dit laatste betreft uiterst pessimistisch. Hij put weinig vertrouwen uit het bezoek dat de Russische leider Boris Jeltsin op dit moment aan de Baltische landen brengt in een poging de Russische minderheid gerust te stellen. Dimanis voorspelt: “Rusland zal geen vinger uitsteken naar zijn burgers buiten de Russische grenzen. Rusland is bezig een eng-Russisch Comité voor de Noodtoestand op te richten.”

Dimanis is aanvoerder van de factie voor Gelijke Rechten, die tot vorige week 59 van de 201 zetels in het Letse parlement telde. (De rest wordt bezet door aanhangers van het Volksfront.) De orthodox Moskou-getrouwe communist Alfreds Rubiks was een van de 59 leden, maar hij zit sinds dit weekend gevangen en zijn Communistische Partij is verboden. Verder heeft de factie inmiddels nog zo'n achttien afgevaardigden verloren die, aldus de leider, “de weg zijn kwijtgeraakt” en zich beraden op nieuwe verbonden.

Het restant "Gelijke Rechten', veertig leden sterk, heeft in deze drukke dagen een grote zwaai gemaakt. Tot vorige week was de factie tegen onafhankelijkheid en voor een nieuwe unie, “naar het model van de Europese Gemeenschap”, aldus de leider. “Inmiddels zijn we voor volledige onafhankelijkheid omdat dat de beste waarborg is voor de rechten van alle mensen in Letland nu de Unie zelfmoord heeft gepleegd.”

Met dit nieuwe standpunt mag alles opeens koek en ei lijken in het parlement van Riga. Maar dat is schijn. "Gelijke Rechten' heeft deze week geëist dat het parlement per onmiddellijk alle inwoners van Letland, dus ook de nationale minderheden, de Letse nationaliteit verschaft.

Het Volksfront heeft pertinent geweigerd deze in het parlement als "nul-variant' bestempelde procedure te volgen. Het Front meent dat er eerst een kiesregister moet worden opgesteld voor alle burgers die een nieuw parlement willen kiezen - een register dat moet openstaan voor iedereen die nu in Letland woont, dat wel. Het nieuwgekozen parlement moet zich vervolgens uitspreken over de kwestie van het staatsburgerschap.

Het Volksfront ziet deze procedure als de meest democratische, maar "Gelijke Rechten' vreest het ergste van zo'n nieuw parlement. Dimanis: “De minderheidsgroepen in Letland zijn groot, maar de Letten zijn nog steeds in de meerderheid. We moeten een nieuw land opbouwen en geen oud land restaureren. Ik ben bang dat dat laatste gaat gebeuren. Ik zeg dat niet omdat ik anti-Lets ben. Ik ben namelijk zelf een Let. Ik zeg het zuiver om politiek-ethische en economische redenen. Je kunt een halve eeuw geschiedenis niet uitvlakken. We moeten niet blijven steken in debatten over staatsburgerschap. Dat soort zaken moeten we nu regelen. Let maar eens op wat er straks gaat gebeuren: Russisch kader wordt vervangen door Lets kader. Het Russische kader verlaat Letland omdat het hoog opgeleid is en elders aan de slag kan. Wat we overhouden is Russisch proletariaat, om zo maar eens te zeggen. Als dat geen tijdbom is.”

Dimanis' argumenten klinken niet onlogisch, zo erkennen vriend en vijand. Maar zij verliezen aan kracht doordat hij de gedetineerde communist Alfreds Rubiks openlijk blijft verdedigen, de man die vorige week maandag als een der eersten de staatsgreep in Moskou toejuichte en vier dagen later door de ontzette president Gorbatsjov in één adem werd genoemd met Saddam Hussein en Moammar Gaddafi.

In de buitenwijk Plavnieki van Riga, thuisbasis van de Russische arbeidende klasse, wordt dit politieke gestechel vooralsnog niet als bedreigend opgevat. In de rij bij de supermarkt zijn er weinig Russen die voor hun toekomst in Letland vrezen. Twee vissers, van Russische afkomst met Riga als thuishaven, zeggen groot voorstander te zijn van een onafhankelijk Letland. Immers: “In een klein land kun je makkelijker problemen oplossen dan in een groot land.”