Superieure rust van pianist Wijn bij Ravel

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Reinbert de Leeuw m.m.v. Jan Wijn, piano. Programma: Rudi Stephan: Musik für Orchester; M. Ravel: Pianoconcert in D (voor de linkerhand); A. Schönberg: Verklärte Nacht. Gehoord: 30-8 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Reinbert de Leeuw leidde gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw het laatste Zomerconcert, gegeven door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zonder ontrouw te worden aan zijn voorliefde voor de vernieuwende muziek uit de eerste eeuwhelft, slaagde hij er toch in een programma samen te stellen waarin ook zij die het liefst niets ingewikkelds horen zich konden vinden.

Voor vrijwel alle luisteraars was de Musik für Orchester van Rudi Stephan een novum. En hoe men ook over diens compositie denkt, het feit dat De Leeuw aandacht besteedt aan deze vrijwel totaal vergeten, jong gestorven componist is toe te juichen.

Een echte nieuwlichter was Stephan niet. Hij belijdt een soort Regeriaanse liefde voor de zogenaamde absolute klassicistische vorm en combineert die op smaakvolle wijze met een rijkgeschakeerd orkestraal koloriet. Stephans niveau verheft zich ver boven dat van de knappe epigoon, maar erg opwindend is althans zijn Musik für Orchester ook weer niet.

De pianist Jan Wijn was zonder meer de ster in Ravels Concert voor de linkerhand. Briljant, poëtisch, hartstochtelijk en tegelijkertijd met een superieure innerlijke rust vertolkte hij zijn razendmoeilijke partij. De Leeuws opvatting sloot slechts gedeeltelijk aan bij die van de solist. Zeker, dit wervelende stuk met zijn frenetieke motoriek, zijn jazzy ritmiek is allesbehalve salonfähig. Maar de gespierde agressiviteit waarmee De Leeuw de climax er als het ware uitsmijt, is net iets te veel van het goede en dreigt de orkestklank dood te slaan.

Met Schönbergs muziek is De Leeuw zozeer vertrouwd dat er bij de vertolking nauwelijks iets mis kan gaan. De versie voor strijkorkest van Schönbergs laat-romantisch jeugdwerk Verklärte Nacht gaf hij weer met net dat tikje decadente gevoeligheid dat aan deze muziek zijn speciale bekoring verleent. Dankzij De Leeuws subtiel-evenwichtige frasering en uitgekiende dynamiek, en uiteraard ook dank zij het voortreffelijk vakmanschap van de Rotterdamse strijkers, bleef de muzikale spanning hier van begin tot einde voelbaar.