"Stakingsrecht bestaat niet meer in de Verenigde Staten'

NEW YORK, 31 AUG. Op 2 maart vorig jaar ging Phil Crevier, net als 8500 andere chauffeurs van de Greyhound busdienst, in staking om te protesteren tegen nieuwe arbeidsvoorwaarden. De volgende dag was de baan van Crevier ingenomen door een tijdelijke vervanger, aangenomen door het bedrijf.

Nu, 18 maanden later, wordt er officeel nog steeds gestaakt. Maar Greyhound rijdt, zij het met groot verlies en onder dreiging van bankroet. De 52-jarige Crevier, die 27 jaar voor Greyhound heeft gereden zonder ooit één ongeluk te maken, is werkloos.

De uitkering uit de stakingskas van zijn vakbond - ongeveer de helft van zijn maandsalaris van 2500 dollar - hield na zes maanden op. Hij is bij zijn broer in huis getrokken, en werkt af en toe een dag als klusjesman. “Wie neemt er nou nog een 52-jarige in dienst?” zegt hij, onderuit gezakt op een verweerde leunstoel, met een half oor luisterend naar de vakbondsvergadering in een schoolklas in Manhattan.

Wat Greyhound deed is volkomen legaal in Amerika: een werkgever mag tijdelijke of zelfs vaste vervangers in dienst nemen om zijn bedrijf draaiende te houden tijdens een staking. Hij mag stakers weliswaar officieel niet ontslaan, maar hij is niet verplicht ze na afloop van de staking weer in dienst te nemen. In feite betekent het ontbreken van die verplichting dat de werkgever stakers wel kan ontslaan. Deze paradoxale situatie is een gevolg van een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1938.

In de National Labor Relations Act van 1935 werd het stakingsrecht als een geoorloofd machtsmiddel in onderhandelingen erkend. Het management mag, volgens de wet, wel vervangers in dienst nemen, tijdelijk of permanent. Maar in 1938 deed het Hooggerechtshof de volgende uitspraak: het bedrijf “is niet verplicht om de vervangers te ontslaan, als de stakers verkiezen terug te keren, uitsluitend om plaats te maken voor de laatsten.” Met andere woorden: je kunt stakers niet ontslaan, maar je hoeft ze niet terug te nemen.

“Stakingsrecht bestaat niet meer in de Verenigde Staten,” zegt Harold Mendlowitz, een collega van Greyhounds'Crevier die de leiding op zich heeft genomen van de lokale afdeling van de bij het conflict betrokken vakbond.

Vandaag, de eerste dag van het weekeinde van de Dag van de Arbeid, organiseren de vakbonden een mars in Washington om te protesteren tegen de paradoxale stakingswetgeving. De vakbonden willen dat het onrecht wordt aangepakt door althans het gebruik van permanente vervangers te verbieden. Het lijkt een halfzachte remedie: als een werkgever nog steeds tijdelijke vervangers mag aannemen, staat hij toch nog steeds veel sterker dan de stakers?

Maar de werkelijkheid is anders. Als een werkgever geen vaste baan kan aanbieden, wordt het voor hem een stuk moeilijker om invallers te vinden. “Je laat je niet bekogelen met rotte eieren en tomaten voor een baan die je niet eens mag houden,” zegt Gary Burtless, een econoom bij de wetenschappelijk instituut Brookings Institution.

Vakbondsleiders zeggen dat de werkgevers misbruik maken van de mogelijkheden die de oude uitspraak van het Hooggerechtshof hen biedt. Zij menen dat president Reagan in 1981 de werkgevers op een idee heeft gebracht door maar liefst 10.000 stakende luchtverkeersleiders in één klap te ontslaan, nadat ze in staking gingen. Republikeinen zeggen terecht dat de luchtverkeersleiders - net als alle ambtenaren - geen stakingsrecht hadden, en dat president Reagan formeel correct handelde.

Maar het signaal was duidelijk, zegt Burtless van de Brookings Institution. “Als je zomaar luchtverkeersleiders kunt ontslaan en vervangen, die twee of drie jaar training nodig hebben, dan kun je dat ook doen met buschauffeurs, of bagagesjouwers.” Vakbondsleiders zeggen dat werkgevers sinds het brute ingrijpen van Reagan meer gebruik hebben gemaakt van de wet, en op steeds subtielere wijze.

TWA, onder leiding van Wall Street-financier Carl Icahn, zei in 1986 dat het stakende stewardessen wel zou terugnemen, maar alleen als er banen beschikbaar kwamen. Ook dat was legaal, maar als een concern inkrimpt blijft er van die belofte weinig over. Bovendien raakten de stewardessen hun senioriteit kwijt.

Sommige werkgevers gebruikten de regels om van vakbonden af te komen, zegt professor Craver van GWU. Na één jaar afwezigheid mogen stakende werknemers namelijk niet meer stemmen in bedrijfskwesties. De “invallers” mogen dat wel. Als de werkgever twaalf maanden na het begin van de staking een motie indient om de vakbond uit het bedrijf te verwijderen, maakt hij goede kans dat die aangenomen wordt.

Enkele druk beschreven voorbeelden in de afgelopen vijf jaar - behalve Greyhound, TWA en Eastern ook Pittston, International Paper en Hormel - wekken de indruk dat de vakbonden gelijk hebben met hun verwijt richting de werkgevers.

Maar het Congres vond in een studie begin dit jaar geen afdoend bewijs. In slechts 17 procent van alle stakingen werden permanente vervangers ingezet; en slechts 4 procent van de stakende werknemers verloor uiteindelijk zijn baan aan een vervanger (omdat vervangers vooral werden gebruikt in kleinere stakingen). Kennelijk is het instrument van de permanente vervanger zó controversieel dat nog steeds veel werkgevers ervoor terugdeinzen.

Niet alleen dat. De Labor Relations Act is alleen van toepassing op CAO's, en geldt dus alleen voor bedrijven waar vakbonden zijn vertegenwoordigd. Slechts 16 procent van de werkende Amerikanen is door een vakbond vertegenwoordigd. Een wetswijziging helpt dus alleen hun.

Dit alles wijst op de werkelijke reden voor de opwinding (en is de verklaring voor de geringe publiciteit die er tot nu toe aan gegeven is): namelijk de wanhoop van de vakbonden, die de afgelopen 15 jaar in rap tempo leden verloren en nu proberen één van hun weinige machtsmiddelen te versterken. In 1976 was nog 35 procent van de Amerikaanse werknemers lid van een vakbond; in 1990 slechts 16 procent.

Voor de overige 84 procent van de werkende Amerikanen is het hele probleem dus een theoretische exercitie. Zij hebben geen CAO-bescherming of vakbonden, en hebben er kennelijk ook geen behoefte aan die bescherming zelfs niet tegen vervangers, permanent of anderszins.

Toch zijn het niet alleen verbitterde vakbondsleden die de stakingswetgeving veranderd willen zien. Het Huis van Afgevaardigden heeft deze zomer een wetsontwerp aangenomen waarin het aannemen van permanente vervangers wordt verboden (tijdelijke invallers blijven toegestaan). In september zal de Senaat over een soortgelijk ontwerp stemmen, ingediend door senator Howard Metzenbaum. Het succes is onzeker, en eigenlijk irrelevant, want president Bush heeft al beloofd dat hij zijn veto over het nieuwe voorstel zal uitspreken. “Het zou uiteindelijk leiden tot meer stakingen,” aldus Minister van Arbeid Lynn Martin deze zomer in het Congres. Bush lijkt weinig politiek gevaar te lopen met zijn veto, omdat de strijd om de "permanente vervangers' niet zozeer een strijd tussen werkgevers en werknemers, maar een strijd tussen werkgevers en - impopulaire - vakbonden.

Het hele conflict zegt veel over Amerikaanse opvattingen over werkrelaties. De verhoudingen tussen vakbonden en bedrijven zijn hier veel harder dan in Europa. Een werkgever mag iemand om vrijwel iedere reden ontslaan, zolang hij maar niet discrimineert op basis van geslacht, leeftijd, huidskleur of religie (Sommige staten hebben beperkte extra bescherming ingevoerd). Iedere recessie brengt nieuwe rondes ontslagen, vaak zonder enig respect voor senioriteit of loyaliteit, soms met verbijsterende botheid. Professor Charles Craver van de George Washington University vertelt dat een “grote uitgever van vakbladen” onlangs enkele tientallen mensen ontslag had aangezegd door een boodschap achter te laten op hun antwoordapparaten.

CAO-onderhandelingen zijn vaak confronterend. Een metaalbedrijf in West Virginia installeerde afgelopen najaar camera's rondom de fabriek en kogelvrije metalen platen rondom electrische installaties, nog tijdens de onderhandelingen.

Vakbonden zijn van hun kant ook niet zachtzinnig. Tijdens een krantenstaking van de Daily News in New York werden krantenstalletjes bedreigd als zij de Daily News verkochten - de vakbonden ontkenden overigens daarvoor verantwoordelijk te zijn - en de vrachtauto's bij de drukkerij werden bekogeld met stenen en Molotov-cocktails. In de eerste weken van de Greyhound-staking werd op rijdende bussen van de onderneming geschoten. En zelfs vrienden van de bonden zeggen dat zij de luchtvaartmaatschappij Eastern Airlines “kapot hebben gestaakt.”

Intussen veroorzaken de vervangers van de 8500 stakende chauffeurs bij Greyhound alleen maar brokken. Drie ongelukken in de afgelopen vier maanden hebben 50 gewonden en één dode veroorzaakt. De federale overheid onderzoekt sinds vorige week of Greyhound nog wel veilig is.