Nederland liet Boerenveen in '85 om politieke redenen lopen

MIAMI- ROTTERDAM, 31 AUG. Voor William (Bill) Norris, die in 1986 als officier van justitie in Miami de Surinaamse topmilitair Boerenveen tot twaalf jaar cel veroordeeld wist te krijgen, is het altijd een groot raadsel geweest waarom Nederland in zijn ogen zo laks heeft opgetreden tegen de cocaïnesmokkel uit Suriname.

“In Nederland heeft altijd meer interesse bestaan voor de wijze waarop de politie opereert dan voor de criminaliteit zelf”, moppert hij. “Als ik in cocaïne zou handelen, zou ik de drugs ook liever verkopen in Den Haag dan in New York.”

Norris werkt inmiddels in Florida als advocaat. De USA versus Boerenveen-case is echter hoe dan ook het hoogtepunt in zijn juridische carrière. Aan de muur achter zijn bureaustoel hangt pontificaal een aquarel die is gemaakt tijdens de behandeling van de strafzaak tegen Boerenveen en zijn medeplichtigen, vader en zoon Heymans. “Door de operatie lieten we een bom ontploffen. Maar de secundaire explosies die deze knal veroorzaakte, hebben er toe geleid dat de Surinaamse cocaïnehandelaren jarenlang hun handel een andere kant hebben opgestuurd.”

Voor Norris staat als een paal boven water dat in Suriname in het midden van de jaren tachtig al alle ingrediënten aanwezig waren om uit te groeien tot een belangrijke doorvoerhaven voor drugs: de geografische, sociale en politieke omstandigheden waren ideaal. “Suriname was een logische keuze voor drugshandelaren”.

Uit een vertrouwelijk document van het openbaar ministerie in Miami blijkt dat Boerenveen niet alleen bereid was de Colombiaanse cokemafia doorvoer-faciliteiten te bieden, maar dat ook de vestiging van cocaïne-laboratoria midden jaren tachtig in Suriname geen enkel probleem was. Tijdens de onderhandelingen met Boerenveen cum suis deed de Surinaamse militair haarfijn uit de doeken hoe een conversion lab diende te worden opgezet. Undercover-agenten werd geadviseerd bij het Surinaamse consulaat in Miami een vergunning aan te vragen om koeien te importeren. Boerenveen zou zelf de paraaf zetten onder de vergunning.

Tussen de stables, farm house and bunk house zou het laboratorium niet opvallen. Boerenveen bood ook aan de beveiliging voor zijn rekening te nemen. Uit welingelichte justitiële bron is vernomen dat er toen al een afgelegen boerderij gebruikt werd als laboratorium in Suriname. Het personeel van het "boerenbedrijf' bestond bijna volledig uit Colombianen. Norris mag dan trots zijn op "zijn' operatie, de actie die uiteindelijk zou leiden tot de vangst van Bouterses plaatsvervanger was volledig op touw gezet door de Nederlandse politie. Medio 1984 krijgt de Nederlandse Justitie de tip dat de top van het Colombiaanse Medellin-kartel een uitstekende doorvoerhaven heeft gevonden voor het transport van cocaïne vanuit Colombia naar Nederland. In Suriname heeft men, naar eigen zeggen, uitstekende partners gevonden voor de drugshandel. De Colombianen zoeken alleen nog een medewerker in Nederland om de transporten af te handelen.

Via een Nederlandse informant wordt aan de Colombianen gevraagd in contact te mogen treden met de Surinaamse tussenhandelaren. In november 1984 wordt in overleg met het openbaar ministerie en de CRI besloten de informant naar Aruba te sturen voor verder overleg met de Surinaamse drugscontacten. Een CRI-functionaris op Curaçao begeleidt de operatie en vliegt af en aan naar het naburige eiland. De Antilliaanse en Arubaanse Justitie wordt veiligheidshalve niet ingelicht over de activiteiten.

Het eerste contact wordt gelegd met de Surinaamse zakenman Cylvion Heymans. Na de nodige besprekingen dalen begin 1985 op het vliegveld koningin Beatrix op Aruba uiteindelijk een aantal mannen de vliegtuigtrap af onder leiding van, naar later pas zou blijken, de Surinaamse topmilitair Boerenveen. Terwijl hij de vliegtuigtrap afkomt, maakt de CRI-agent heimelijk foto's. Na contact met de CRI in Den Haag wordt duidelijk dat men op het punt staat zaken te doen met de plaatsvervanger van Bouterse.

Op dat moment gebeurt er iets dat de Nederlandse betrokkenen volledig verbijstert. De operatie moet onmiddellijk worden gestaakt. Een dergelijke justitiële actie is “politiek te gevoelig” en “zo'n zaak kunnen wij niet bemannen” krijgen de betrokkenen uit Den Haag te horen.

Uit pure frustratie besluiten de Nederlanders hun inlichtingen door te spelen aan bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag gestationeerde agenten van de Drugs Enforcement Administration. Die komen meteen in actie, zetten de contacten voort en weten Boerenveen alsnog in Miami achter de tralies te krijgen.

Volgens welingelichte justitiële bronnen is tijdens de hele undercover-operatie gebleken dat legerleider Bouterse zeer wel op de hoogte was van de activiteiten van zijn rechterhand. Bouterse zou uiteindelijk zelf de laatste besprekingen hebben willen voeren. Zo ver is het niet gekomen omdat in maart 1986 in de Verenigde Staten werd besloten kort na de komst van Boerenveen in Miami over te gaan tot aanhoudingen.

Het arresteren had overigens nog heel wat voeten in de aarde. Tot drie keer toe moesten er heimelijk video-opnames worden gemaakt van de onderhandelingen die DEA-agenten met Boerenveen voerden. “Boerenveen fluisterde steeds. De eerste opname bevatte nauwelijks geluid. Tijdens het tweede gesprek bleek de microfoon alleen de overheersende rap-muziek uit de radio te hebben geregistreerd. De derde keer hebben we Boerenveen op een boot zo geposteerd dat hij wel rechtstreeks in de verborgen microfoon moest spreken”, schatert Norris.

Minder amusant vindt de toenmalige officier van justitie de wijze waarop de Nederlandse justitie destijds omsprong met de informant die had geholpen de hele operatie op touw te zetten. De man werd op Aruba in de steek gelaten en kreeg volgens Norris absoluut niet de bescherming die in dit geval noodzakelijk was geweest. “He got hung out to dry”, zegt Norris. De informant was in zijn ogen wel een hele makkelijke schietschijf geworden voor rancuneuze drugshandelaren. Hij werd in Amerika onder voortdurende bescherming van stevig bewapende lijfwachten geplaatst.

Ook in Nederland was de man nog lang niet veilig. Met hulp van de DEA moest hij herhaaldelijk van het ene "veilige' onderkomen naar een nieuwe schuilplaats vluchten. Van de CRI kreeg hij nauwelijks steun. De agenten van de Centrale Recherche Informatiedienst lieten pas weer echt van zich horen toen er vorige maand krante-artikelen verschenen over de betrokkenheid van de Surinaamse legertop bij cocaïnehandel. De informant is nu naar eigen zeggen “hemel op aarde beloofd” als hij zijn mond maar houdt.