Maria Chiara stralende ster in gedroomde Aida

Voorstelling: Aida van G. Verdi door Aida-koor en -ballet en Residentie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Met o.a.: Maria Chiara, Alexei Steblianko, Gail Gilmore, Henk Smit, Pieter van den Berg, Wout Oosterkamp en Ingrid Kapelle. Decor en kostuums: Wolf Lange; choreografie: Jurek Makarowski; regie: Dominik Neuner. Gezien: 30-8 Sporthallen Zuid Amsterdam. Herhalingen: 2, 5, 8, 11, 14-9. Kaartverkoop: 020-6211211.

De - zeker voor een commerciële voorstelling - verrassend onconventionele produktie van Verdi's Aida die een jaar geleden in Den Bosch werd vertoond, beleefde gisteravond zijn succesvolle Amsterdamse première in aanwezigheid van prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven. Zij zagen een Aida die vroeger zou zijn gekarakteriseerd als "maatschappijkrities': een aanklacht tegen oorlog, macht en tiranniek geweld, gepersonifieerd in de vergoddelijkte farao.

Een van de Sporthallen Zuid achter het Olympisch Stadion biedt nu zes keer plaats aan 4000 toeschouwers op tribunes rondom een vlakte van roodbruin zand. Het oude verhaal over de Egyptische legeraanvoerder Radames, wiens liefde door twee vrouwen wordt opgeëist en die na een een glorieuze veldtocht wegens hoogverraad ter dood wordt veroordeeld, verloopt hier als de desastreus eindigende droom van een jongetje met grootheidswaanzin. Voor de voorstelling begint bouwt hij een martiaal zandkasteel, na afloop zien we hem daar argeloos met een speelgoedolifant, alsof op dat slagveld van menselijke emoties en machtswellust niets is gebeurd.

Toch nog een olifantje dus, maar voor het overige verwerpt deze Aida van de Zwitserse regisseur Dominik Neuner alle cliché-opvattingen over de opera. Geen monumentale decors, geen verwijzingen naar Egyptische archaïsche exotiek, geen fraaie buitenkant. Alleen de door onmenselijkheid en bloederige rituelen vermolmde binnenkant van de samenleving wordt hier getoond. Slechts het geraamte van een farao-kop ligt daar op de scène, het al goeddeels begraven beeld van de absolute machthebber. En dat wordt dan nog aan het slot van de triomfscène door opstandig morrend volk spectaculair tot ontploffing gebracht.

De veldtocht tegen het volk van de slavin Aida was kennelijk de laatste stuiptrekking van een op sterven na dood religieus-maatschappelijk systeem dat toch nog wel zo geniepig is dat het Radames en Aida de dood injaagt door hen levend te begraven. Zelfs Amneris, de dochter van de farao, smeekt nu om vrede. En ze bidt deze keer niet voor de zielerust voor de stervende gelieven maar voor de wereld na deze ellende.

Verdwaasd

In vergelijking met de Bossche voorstelling heeft de uitbeelding van het verhaal en de cynische visie daarop van de regisseur nogal aan scherpte verloren. Veel minder duidelijk wordt de handeling getoond vanuit het perspectief van Radames. Vorig jaar wankelde Jeffrey Lawton in die rol verdwaasd heen en weer tijdens zijn triomfantelijke intocht. Hij was een held tegen wil en dank, walgend van zichzelf. Nu loopt Alexei Steblianko - in een heldhaftiger kostuum - heel wat zelfbewuster op de farao af. Van zijn présence gaat even weinig overtuigingskracht uit als van zijn zingen. De hoofdrolvertolker doet het wel, maar hij gelooft er niet in.

Voor het overige ligt de uitvoering op hoog niveau. Dirigent Ed Spanjaard is op het juiste moment gedreven en werkt met het goed spelende Residentie Orkest aan een afgewogen opgebouwde spanning, al zijn ondanks het massale koor in de grote ruimte helaas geen verpletterende climaxen mogelijk. Aanvankelijk klonk de elektronisch geregelde akoestiek nogal hol en klonk - waar ik zat - het orkest wel heel ver weg. Maar gaandeweg werd dat beter of leek dat zo - men moet er kennelijk aan wennen.

In de deels andere cast is Gail Gilmore gelukkig gebleven als een fascinerende en van temperament zinderende Amneris. Henk Smit is zeker op dreef als Amonasro, Pieter van den Berg (Ramfis), Wout Oosterkamp (farao) en Ingrid Kapelle (priesteres) hebben goede rollen.

De Aida van Maria Chiara straalt natuurlijk boven alles uit, zij is vanaf Ritorna vincitor tot het slotduet in grootse stijl de grote ster die geen enkele moeite heeft met de akoestische problemen, naar welke kant ze ook zingt. Het optreden van Chiara is een hier zeldzame belevenis: haar prachtige stem klinkt gepassioneerd en lyrisch en haar interpretatie (die ze voor Decca ook op de plaat zette naast Pavarotti) is heel persoonlijk. De door Chiara volledig gedragen Nijlscène - begonnen met een aangrijpend O patria mia - was zeker het absolute hoogtepunt.