Lewis als verliezer, of de jacht op een verstomde babbelkous

TOKIO, 31 AUG. Zijn antwoorden waren kort, de toon bits. Hij verscheen laat voor de persconferentie omdat hij niet samen met wereldrecordhouder Mike Powell achter de tafel wilde zitten.

Carl Lewis als verliezer. Een ander mens dan de babbelkous die vorig weekeinde glorieerde met zijn sprintwereldrecord.

“Ik ben erg trots op mezelf. Ik heb vorig jaar een knie-operatie ondergaan, heb dit seizoen niet meer dan twee wedstrijden gesprongen en ik voelde dat ik verder dan 8.90 kon komen. Mike Powell had één heel goede sprong en dat was het verschil. Maar volgend jaar, tenminste als ik dan spring, ligt de zaak anders. Dan zal ik meer trainen, meer wedstrijden doen.”

Heel af en toe ontsnapte er een woordje van waardering voor de nieuwe kampioen wereldrecordhouder. “Hij is een uitstekende tegenstander, hij is gretig en heeft zich beter op deze wedstrijd voorbereid dan ik en dat is in wezen het grote verschil: alleen de voorbereiding. Hij heeft hier het hele jaar naar uitgekeken en naar toe gewerkt.”

Lewis was aangeslagen. Tien jaar geen wedstrijd verloren en op het toernooi waar het legendarische wereldrecord van Bob Beamon sneuvelde slechts zilver veroveren. Een leuk najaar lijkt voor de deur te staan met duels tussen de verspring-giganten. Zoals over twee weken bij de Ivo van Damme Memorial in Brussel waar Lewis aan dat onderdeel zou deelnemen. Maar dat staat allemaal op losse schroeven, zei hij. Er is zoveel gebeld na de 100 meter finale dat hij er geen idee van heeft waar en of hij zal springen.

Komt het dan misschien omdat je je aan je uitspraak in jouw biografie wil houden dat je stopt met verspringen zodra je meer dan 8.90 hebt gehaald?

“Het is een mogelijkheid.”

Heb je die prachtige sprong van Powell met eigen ogen gezien?

“Nee, ik zat helemaal achteraan omdat ik in de derde beurt na hem zelf moest springen.”

En wie was toch die man met dat gele sweatshirt op de tribune met wie je verschillende keren in contact leek te staan?

“Gewoon iemand die daar stond.”

Het leek erop of hij papieren gaf.

“We kunnen er hier wel over gaan zitten bekvechten...”

Was het misschien een koerier?

“Nee, uuuh, ik bedoel... Nee. Maar waar hebben we het eigenlijk over?”

Het zou kunnen zijn dat je via die briefjes gecoached werd door je trainer vanaf de tribune en dat is tegen de regels?

“Iedereen kijkt tijdens de wedstrijd naar zijn coach op de tribune die aanwijzingen geeft.”

Dus die jongen met dat gele shirt ken je niet?

“Ik zag hem op de tribune en hij riep me en dat is alles.”

Lewis was van streek. Gewoonlijk leidt hij de aanval, nu werd er op hem gejaagd. Verloren in de arena, in de catacomben in het nauw gebracht. Het was geen fijne avond voor hem.