Kabinet laat bij bezuiniging WAO rekeningen openstaan

DEN HAAG, 31 AUG. Bijna 4 miljard gulden moeten de door het kabinet voorgestelde bezuinigingen op de ziekte- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen opbrengen.

Wat niet ter sprake komt in de financiële discussie over deze maatregelen is dat het hier gaat om een bruto besparing en dan een bruto besparing op uitsluitend de uitgaven aan sociale zekerheid. Het netto prijskaartje is een stuk lager. En het verschil belast op termijn vooral de rijksbegroting.

Het kabinet laat in de presentatie van de maatregelen de negatieve effecten ervan op andere uitgaven en inkomsten, in Haags jargon “weglekeffecten”, weg. Hoewel het kabinet wel pretendeert de totale publieke sector (rijksbegroting en sociale verzekeringen) als een geheel te zien. De emeritus hoogleraar in het verzekeringsrecht prof.dr. L. Mol wees deze week in een artikel op de opiniepagina van deze krant al op het feit dat het kabinet door te bezuinigen op de ziektewet- en arbeidsongeschiktheidsuitgaven, de financiële problemen voor een deel verschuift naar de rijksbegroting. Vooral de bezuinigingen op de WAO - immers uitkeringen boven het sociale minimum - zullen volgens hem leiden tot lagere belastinginkomsten voor de overheid.

Dat is nog maar een deel van het verhaal. Er zullen ook minder premies worden betaald, zowel aan Ziektewet en WAO als aan andere sociale verzekeringen. Gezien de stand van de reserves van veel verzekeringen - in de afgelopen jaren zijn reserves uit inkomenspolitieke overwegingen aangewend voor lastenverlaging - zal dat onvermijdelijk moeten leiden tot hogere premies of verdere bezuinigingen op uitkeringen.

Een van de doelen van de voorgestelde maatregelen is om via een strenger selectiesysteem minder mensen in de WAO te krijgen. Ook mensen die nu reeds een WAO-uitkering krijgen, zullen opnieuw worden gekeurd op hun arbeidsmogelijkheden. Voor het deel dat ze nog arbeid kunnen verrichten zullen ze aangewezen worden op een werkloosheidsuitkering in plaats van een WAO-uitkering. Het kabinet gaat er - realistisch - vanuit dat niet alle gedeeltelijk arbeidsgeschikten weer een baan kunnen vinden. Dat betekent dat er een verschuiving plaatsheeft van de WAO naar de werkloosheidsuitkeringen. Die verschuiving zal eerst de werkloosheidsverzekeringen belasten, maar omdat uitkeringen aan langdurige werkloosheid via de bijstand worden betaald, op wat langere termijn vooral zorgen voor extra uitgaven op de rijksbegroting.

In de brief van 19 februari van dit jaar aan de Tweede Kamer, waarin minister Kok (Financiën) informatie geeft over de maatregelen die in het kader van de zogeheten Tussenbalans worden genomen, wordt er terloops op gewezen dat bij het becijferen van de financiële effecten (op dat moment geraamd op 3,7 miljard gulden) van de bezuinigingen op Ziektewet en WAO geen rekening is gehouden met deze “weglekeffecten” naar de werkloosheidsregelingen. “De netto besparingen zullen daarom kleiner zijn”, aldus Kok. Ook in de huidige, iets hogere raming van de bezuinigingsopbrengst wordt nog steeds niet met deze gevolgen rekening gehouden.

Er zijn echter nog meer negatieve effecten op de publieke uitgaven en -inkomsten die nog niet meeberekend zijn. Vooral de voorgestelde WAO-maatregelen zullen blijvend een aantal inkomens verlagen. Dat heeft consequenties voor inkomensgebonden regelingen op de rijksbegroting. Te verwachten is een hoger beroep op regelingen als individuele huursubsidie, rijksbijdragen eigen woningen, huurgewenningsbijdragen, rijksstudietoelagen, gezinsverzorging, rechtsbijstand, beperking van school- en cursusgelden.

Neem bijvoorbeeld de huursubsidie. Het aantal arbeidsongeschikten dat huursubsidie ontvangt is niet precies bekend. Het ministerie van Sociale Zaken heeft het aantal eens grofweg geschat op 100.000 à 150.000 huishoudens. Verlaging van de uitkeringen leidt tot èn een vraag om meer subsidie van mensen die al huursubsidie ontvangen èn tot uitbreiding van de groep mensen die aanspraak kan maken op huursubsidie.

Vorige kabinetten rekenden bij de presentatie van hun bezuinigingen op de sociale uitkeringen ook voortdurend bruto. Uit schriftelijke stukken blijkt dat na korte tijd de rekening werd gepresenteerd in de vorm van onvoorziene “weglekeffecten”, die soms een flinke omvang hadden. Vooral het effect op de individuele huursubsidie was groot. Zo groot, dat daarop fors extra bezuinigd moest worden.

Door bij het bezuinigen op Ziektewet en WAO uit te gaan van bruto opbrengsten laat het kabinet een aantal rekeningen openstaan. Toch moeten die eens worden betaald, is het niet door dit kabinet in 1994 (als het de rit uitzit) dan zeker door het volgende kabinet.