Jan Mulder leeft zich achterop de tandem uit in zijn favoriete sport; Bijna blinde coureur met geweldige staat van dienst; Gezichtsvermogen is na negen jaar ongeveer vijf procent

Achter de rug van stuurman Richard Beumer doet de bijna blinde Jan Mulder in Moskou een gooi naar de wereldtitels wielrennen op de weg, op de 1 kilometer tijdrit en de achtervolging. Op de tandem. Als apotheose probeert het duo het werelduurrecord te breken. Niet dat van Francesco Moser, die 51.151 kilometer reed, maar dat van het tandem Mulder-Van Beek, dat in 1989 48.640 kilometer in zestig minuten voltooide.

APELDOORN, 31 AUG. Het gebeurde in maart 1982. Jan Mulder, een redelijk amateurwielrenner, mengt zich in de eindsprint van een criterium in Amersfoort. Als hij als vierde over de finish is gereden, draait hij zich om, één hand aan het stuur, om te zien waar zijn vriend is geëindigd. Met zijn voorwiel rijdt hij in een putje. Hij valt, slaat met zijn hoofd tegen het wegdek en verliest zijn bewustzijn. Een paar uur later komt hij in het ziekenhuis bij kennis. Hij heeft een sleutelbeen gebroken. Na twee operaties merkt hij een half jaar later dat zijn gezichtsvermogen afneemt. Nu, negen jaar later, ziet hij nog maar voor vijf procent.

Zijn gezichtsvermogen is al een paar jaar stabiel. En het is net of hij vergeten is welke ellende hij heeft moeten doorstaan. Na een periode van onzekerheid, een verblijf in een revalidatiecentrum, testen naar een mogelijke hersentumor, bleek uiteindelijk dat door een infectie als gevolg van de sleutelbeenbreuk een latente erfelijke oogziekte kon doorbreken. Bijna drie jaar heeft Mulder moeten wennen aan het feit dat hij slechts contouren kon waarnemen en dat zijn wielrencarrière voorbij was. Maar wat dan? Thuis zitten en door iedereen in bescherming worden genomen?

Jan Mulder (34) heeft ontdekt dat hij met zijn handicap intensief kan sporten en vooral nog kan wielrennen. Achterop de tandem kan hij zich uitleven in zijn favoriete sport. Een welke wielrenner kan wijzen op op zo'n grote staat van dienst? Europees- en wereldkampioen op de weg en op de achtervolging, winnaar van Rundum den Henninger Turm, de Ronde van Spanje, tweede in de Tour de France en sinds 1989 houder van het werelduurrecord op de tandem, samen met stuurman Maas van Beek 48 kilometer en 640 meter op de baan van de Hans Martin Schleierhalle in Stuttgart.

Op 11 september doet Mulder met zijn nieuwe koppelgenoot Richard Beumer op de baan van Krilatsjkoje in Moskou een poging het record scherper te stellen. Vier dagen eerder starten ze in het Europese kampioenschap op de weg over 120 kilometer, ook in Moskou, vervolgens op de 1 kilometer tijdrit en dan nog op de achtervolging. En het is topsport, wat ze bedrijven, verzekert Mulder. Intensieve trainingen op de weg en op de baan van Alkmaar aan de hand van schema's, medische begeleiding en ultramodern materiaal. Vorig jaar reed Mulder 45 wedstrijden, over de hele wereld. Zijn prestatie en die van zijn stuurman (voor de goede orde: hij is niet gehandicapt) zijn serieus te nemen.

Voor de hand liggende grapjes in de media als "de lamme helpt de blinde' en "Mulder heeft een blind vertrouwen in zijn stuurman' kan hij wel waarderen. Als ze maar niet te veel de nadruk op zijn handicap leggen. De prestatie is belangrijker. Valide tandemrijders zullen maar eens moeten laten zien dat ze het beter kunnen. Hij mag dan visueel gehandicapt zijn, wielrennen doe je met je benen. Afhankelijk is hij slechts van de andere tandempassagier als er gestuurd moet worden en als (op de weg) de versnelling verzet moet worden.

Het kost hem zelfs een beetje moeite de prestatie samen met een ander neer te moeten zetten. Want het liefst doet hij aan indiviuele sport. Nadat hij bij zaterdag-eersteklasser (destijds) Bennekom net niet een vaste plaats in het eerste elftal had verworven, merkte Jan Mulder dan zijn hart meer naar een individuele sport uitging. Hij ging wielrennen bij het wielervereniging Ede en merkte dat je in het wielrennen nauwelijks afhankelijk bent van een ander. “Winnen of verliezen, je hebt het grotendeels zelf in de hand, een ander kun je niets verwijten.”

Nog steeds sport hij veel alleen. Hij loopt hard. “Op het fietspad en vaak 's ochtends om zes uur als de straatlantaarns nog branden. Dan brandt alles nog waar ik tegenaan kan lopen.” Vaak loopt hij terug van zijn werk op het gemeentehuis in Voorst, waar hij halve dagen beleidsmedewerker personeelszaken is. “Dat is twaalf kilometer. Die loop ik in vijftig minuten. Dat is sneller dan met het openbaar vervoer.” Hij fietst thuis op de hometrainer bij wijze van training. Maar ook op de weg. Alleen. “Ik volg dan de witte strepen op de weg. Maar het blijft natuurlijk gevaarlijk.” Hij doet aan voorlopig halve triathlons mee. “Bij het zwemmen blijft er iemand bij me in de buurt om de keerpunten aan te geven.” En ze hebben hem al gevraagd aan een wintertriatlon deel te nemen. “Schaatsen op een baan moet te doen zijn als er iemand voor je rijdt.”

Sport heeft het mistige leven van Jan Mulder kleur gegegeven. Alsof hij het het met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen vertelt hij over de Ronde van Spanje, een koers van zeven etappes tussen Barcelona en Madrid, georganiseerd door ONCE, een Spaanse vereniging die door lotto's en toto's geld inzamelt voor blinden. Ze sponsort sinds enkele jaren een professionele wielerploeg, waarvoor onder andere Marino Lejarreta rijdt. “Het was prachtig”, herinnert Mulder zich, “zoals we door de bergen gingen en in die dorpjes werden ingehaald door de bevolking.”

Hij en Maas van Beek, met wie hij vijf jaar een tandem vormde, reden de Tour de France, met aankomst - voorafgaande aan de finish van de profs - op de Champs Elysées. Maar die eer is niet meer voor hen weggelegd. Sinds in 1989 de Parijse boulevard de hele dag vrij moest zijn voor de slottijdrit (het duel LeMond-Fignon), zijn de visueel gehandicapte wielrenners niet meer welkom. Het is slechts een kleine tegenvaller in de opmars van deze sport.

Hij is juist teruggekeerd van een wedstrijd in Noorwegen, 300 kilometer ten noorden van Oslo. De wedstrijd was 65 kilometer lang. Ze startten op een hoogte van 600 meter en reden tot 1400 meter en weer beneden. Want klimmen hoort toch bij wielrennen? “Het is een kwestie van op elkaar ingespeeld zijn. De een rijdt graag een zwaar verzet, ik liever een licht. De voorrijder schakelt. De beweging op de fiets moet bijna synchroon zijn, anders verlies je natuurlijk je evenwicht. Maas van Beek was vrij voorzichtig, Richard Beumer ziet nooit gevaar, maar we vallen zelden.” Niet dat hij er nog bang voor is na zijn ongeval. “Waarom zou ik? Ik ben niet blind geworden door die val, maar door die ziekte. Ik was gewoon erfelijk belast. Zes, zeven generaties zijn er overheen gegaan.”

Om topprestaties te leveren moeten Mulder en Beumer een beroep doen op sponsors. Mulder beseft dat de belangstelling van het bedrijfsleven om een nauwelijks in het oog springend sportteam financieel bij te staan niet bijster groot is. Sinds 1987 heeft Mulder in het computerbedrijf dat uitgerekend de naam "Tandem' voert een goede sponsor. Maar dit is het laatste jaar. Gelukkig is Shimano er als materiaalsponsor bijgekomen. Deze week werd het duo een nieuwe, speciale wegfiets overhandigd, ter waarde van naar schatting 5.000 gulden. Daarmee willen Mulder en Beumer in Moskou een gooi doen naar de wereldtitel.

De manier waarop Mulder met zijn handicap omgaat, roept even twijfels op. Hij staat op, loopt de woonkamer uit, rechtstreeks de trap op en keert terug met een keurig bijgewerkt ingebonden boek met kopieën van kranteknipsels over zijn successen als wielrenner. Als hij me aankijkt ticht hij zijn ogen op mijn linkeroor. Aan zijn bewegingen is verder niets "vreemds'. “Ik heb een perfect geheugen”, legt hij uit. “Op kantoor moet ik veel telefoneren. Ik ken zeker een paar honderd nummers uit m'n hoofd.” In huis weet hij alles te vinden als ze (hij wijst op z'n zoontje en zijn vrouw) er maar geen rotzooi van maken. “Misschien is dat talent door mijn visuele handicap tot ontplooiing is gekomen”, aarzelt hij.

Handicap en talent gaan samen wanneer hij over veertien dagen achter de rug van Richard Beumer in Moskou een poging doet een stapje dichter bij de vijftigkilometer-grens te komen. Misschien, hoopt hij, dat dan de grote media eens aandacht schenken aan hun prestaties. Toen Van Beek en hij in 1989 in Stuttgart het werelduurrecord op naar 48.640 tilden, vernamen ze dat televisie-omroepen geen belangstelling toonden omdat er een gehandicapte op de fiets zat. Allen Veronica was aanwezig. Dit keer wilde ze ook naar Moskou komen om de recordpoging vast te leggen, maar vroeg daarvoor 30.000 gulden. Tja, wie kan dat betalen?