Het geven van adviezen, aanbevelingen, ...

Het geven van adviezen, aanbevelingen, raadgevingen of "tips' heeft in de recente bridgeliteratuur een grote vlucht genomen.

Het is begonnen met de internationale Bols Tips Competition. De publiciteit die dezewereldwijd kreeg en krijgt, heeft veel schrijvers ertoe gebracht hun stof zo te presenteren dat er "tips' uit zijn te distilleren. Natuurlijk valt hiervoor uit didactisch oogpunt veel te zeggen: als je de beste aanpak kort en bondig weet samen te vatten in een advies of aanbeveling, is de kans groot dat de lezer de essentie onthoudt en kan toepassen.

In de Nederlandse bridgeliteratuur is het fenomeen tip geïntroduceerd door het schrijversduo Cees Sint en Ton Schipperheyn. Zij staan langzamerhand bekend als de Dioscuren van de bridgepublicistiek en zij hebben hun object inmiddels al van vele kanten benaderd.

Steeds is hun handelsmerk een aansprekende presentatie van de stof, geen zwaarwichtige uiteenzettingen over de theorie en de illustratie met goed gekozen praktijkvoorbeelden, en dit alles vaak afgewisseld met anekdotes en, ja inderdaad, tips. In deeltje 3 en 4 van hun jongste serie, Bridge tips, hebben ze de tips tot een smakelijk maal bereid, dat nooit zwaar op de maag ligt. Vele lezers zullen in tal van situaties op het juiste spoor worden gezet. Neem dit spel:

ß7 H 9 4 ß6 A B 4 ß5 7 5 4 3 ß4 H 8 2

ß7 A 7 6 ß6 H 9 8 2 ß5 A 6 ß4 A 7 6 5

Na 1 SA - 3 SA komt W met ß5 H uit, Z duikt en neemt het ß5-vervolg met ß5 A, terwijl O nog bekent. Het is duidelijk dat er extra slagen moeten worden ontwikkeld en dat de ß6-kleur het meest in aanmerking komt voor exploitatie. De snit met ß6 B lukt en er zijn nu dus al 8 slagen. Z vervolgt met ß6 A. W en O, die eerst al ß6 5 en ß6 3 hebben laten zien, bekennen nu met ß6 8 (O) en ß6 V (W). Z gaat verder met ß6 4 uit N, bij O komt ß6 7. Tja, wat nu?

Veel Z-spelers zullen simpelweg redeneren dat bij W in de tweede ß6-ronde al ß6 V is gevallen, dus dat nu gewoon op O's ß6 10 moet worden gesneden. Ze zullen dan buiten de waard hebben gerekend als op de W-plaats een speler zit die deze tip in praktijk heeft gebracht: Speel de "bekende' kaart als u die kunt missen.

W had ß6 V-10-5 en na de geslaagde snit met ß6 B was bekend dat hij ß6 V bezat. Daarom speelde hij die V in de tweede ronde bij, hierdoor maskerend dat hij ook nog ß6 10 bezat. Dat kan nooit iets kosten, maar wel veel opleveren. Je moet zo'n tip echt tot je geestelijk eigendom maken om hem aan tafel zonder aarzelen te kunnen toepassen. Als W even had nagedacht voordat hij ß6 V bijspeelde, zou het effect natuurlijk geheel verloren zijn gegaan.

Naast anekdotes, opgaven en fraaie illustraties met oude speelkaarten bevatten ook deze twee nieuwe deeltjes weer tal van waardevolle tips. De enige vraag is of de doelgroep niet wat erg ruim is gekozen. Wie toe is aan bijvoorbeeld bovengenoemde tip, kijkt er toch een beetje raar van op als hem wordt gevraagd wat hij na een 1-ß6-opening van zijn rechter tegenstander moet bieden met:

ß7 5 ß6 A V 10 6 2 ß5 H V 5 ß4 V B 8 3

Het is toch pure beginnersstof dat je met dergelijke handen maar één bod hebt en dat is: pas.

Het is nodig dat ik even terugkom op een spel dat ik enige weken geleden liet zien:

ß7 10 4 ß6 H V B 9 8 6 4 3 ß5 - ß4 A V B ß7 B 8 7 6 5 2 ß6 10 ß5 10 8 ß4 10 7 4 2

ß7 A H 9 ß6 A 7 5 2 ß5 A 6 5 3 ß4 H 6

ß7 V 3 ß6 - ß5 H V B 9 7 4 2 ß4 9 8 5 3

In de match Nederland-Ierland uit het vrouwentoernooi van het Europese kampioenschap 1991 kwam dit spel voor. O opende met 1 ß6, Elly Schippers (Z) sprong naar 4 ß5, W en Marijke van der Pas (N) pasten waarna O doubleerde, Z en W pasten en uiteindelijk N ook, wat een uitstekende beslissing is.

W kwam met ß6 10 uit die in N wordt gedekt. O dook natuurlijk en in Z ging een ß7-verliezer weg. Hierna volgde een hoge ß6 uit N waarop Z's tweede ß7-verliezer verdween. W troefde en speelde ß7 na. Z troefde en nam de ß4-snit waardoor O aan slag kwam. Zij speelde ß6 na, Z troefde hoog, speelde een ß5-honneur na en zag bij W ß5 10 vallen.

""Het contract is nu gemaakt'', schreef ik hierna. De heer Brulez uit Leidschendam vraagt mij - kort samengevat: - ""Hoezo, gemaakt?'' Want in deze situatie beschikt Z nog over 3 troeven, maar O ook, terwijl O's ß6 A er nog moet worden uitgetroefd.

Inzender heeft natuurlijk helemaal gelijk, maar toch heeft Elly Schippers haar contract gewonnen. Navraag leerde mij dat W in slag 3 niet ß7 heeft nagespeeld, maar ß4, en dat kost de defensie een duur tempo. Z snijdt, O komt aan slag en als ze ß7 of ß6 naspeelt, kan Z (hoog) troeven, maar blijft een troef langer dan O. Zo kan O's ß6 A eruit worden getroefd omdat N's twee ß4-honneurs even zo vele entrees tot de N-hand zijn. Daarom gaat Z alsnog down als O ß4 naspeelt, want dan verdwijnt een van deze entrees voortijdig. Zowel O als W heeft dus een kans gehad om 4 ß5 down te spelen.