Hans Koetsier 1930-1991; Streng in zorgvuldigheid

Ik begin met een paar eenvoudige herinneringen. Toen ik de gisteren overleden Hans Koetsier leerde kennen, had hij niet lang tevoren besloten, afscheid te nemen van de reclame.

Eerst wilde hij gaan schrijven. Hij deed dat ook maar liet niemand lezen wat hij had gedaan, als zou het veel zijn geweest. Hij verscheurde het en besloot beeldend kunstenaar te worden, zij het niet zoals de meesten de beeldende kunst beoefenen, maar met een voortdurende hang naar het meer- tot alomvattende.

Op een ochtend belde hij mij op. Ik werkte toen op de redactie buitenland van het Algemeen Handelsblad. “Weet je dat Sartre in Amsterdam is? ” Ik had het gehoord. “Zullen we hem gaan interviewen?”. Het leek me een gedurfde onderneming, ik maakte tegenwerpingen maar hij haalde me over, we belden hem op, maakten een afspraak en noteerden wat de buitengewoon vriendelijke beroemdheid te vertellen had. Die zag toen veel heil in Mao Zedong. Dat doet er in dit verband minder toe dan mijn herinneringen aan de vastberadenheid waarmee Hans Koetsier te werk ging.

Het waren de jaren waarin we elkaar bijna iedere dag spraken. Hij dacht na, sprak erover op een fanatieke manier, ontwikkelde projecten en voerde die uit. Ik probeerde te volgen wat hij dacht, soms kon ik het vatten, een andere keer begreep ik er niets van, maar hoe het ook uitpakte, het had altijd de verdienste dat ik zelf ook aan het denken werd gezet. Dat is zo gebleven, ook toen we ruzie kregen en later nadat we ons zonder moeite weer hadden verzoend.

Hans Koetsier was iemand die een code van strenge zorgvuldigheid had, in zijn kunst en in zijn overig persoonlijk leven. Liever verloor hij - gemeten naar de maatstaven van het alledaagse leven - dan zijn zorgvuldigheid prijs te geven, ongetwijfeld omdat hij dit als de werkelijke nederlaag had beschouwd. Daarbij kwam dat hij over kunst lang geen alledaagse denkbeelden had, zoals zijn werk bewijst. Alles hing bij hem met alles samen en dat heeft hem geen sociale populariteit opgeleverd. Zolang ik hem heb gekend, een jaar of 35, is hij voor de buitenwereld een eenling gebleven.

Als hoogtepunt van zijn beeldende kunst, liever gezegd het deel van zijn oeuvre dat mijn voorkeur heeft, is het boek Advertisements, de verzameling van 93 paginagrote advertenties met zeer uiteenlopende tekst en lay-out die hij in de loop van twaalf jaren in Vrij Nederland, Het Parool en NRC Handelsblad heeft gezet. Die bundeling is een prachtig raadsel en tegelijkertijd, vind ik, het meest complete dat hij volgens zjn ambities heeft geproduceerd.

Dit is geen stukje dat de bedoeling heeft hem verder als kunstenaar te waarderen. Het is de herdenking van iemand die mij dierbaar was in mijn dagelijks leven, ook toen we elkaar de laatste jaren veel minder spraken. Honderden herinneringen heb ik, aan vrolijke gezelschappen waarin hij een groot verteller was; lange zittingen, besprekingen van plannen die hij met niet aflatende energie verdedigde en verder doordreef. En vooral weet ik nog goed dat hij een trouwe vriend was, die ik heb leren kennen op de ogenblikken dat het er toe deed. Dat is het definitieve bewijs van zijn zorgvuldigheid. Hij heeft in alle opzichten geleefd naar de strenge code die hij zichzelf had gesteld.