Giscard

Le Pouvoir et la Vie. L'Affrontement. door Valéry Giscard d'Estaing 486 blz., Ed. Compagnie 12, 1991, f 55,50 ISBN 2 903866 26 0

Voor de betrokkene mag het een schrale troost zijn, maar Valéry Giscard d'Estaing scoort in de ogen van de Fransen hoger als memoiresschrijver dan als president. Het eerste deel van de trilogie Le Pouvoir et la Vie, La Rencontre, werd in 1988 een best-seller. Met het dit voorjaar verschenen tweede deel is het niet anders. Al bijna vier maanden staat L'Affrontement op de toptienlijst van de Franse nieuwsweekbladen.

Deze fascinatie van de Fransen voor de man die zij bij de presidentsverkiezingen van 1981 genadeloos hebben laten vallen, is niet eenvoudig te verklaren. VGE heeft een onderhoudende pen, maar mist het literaire talent van een De Gaulle en zelfs van een Mitterrand. Saillante details over het weinig glorieuze einde van zijn presidentschap ontbreken, want die episode komt pas in het derde deel aan de beurt.

De groeiende afkeer in Frankrijk van alles wat naar socialisme ruikt, kan een gedeeltelijke verklaring voor Giscards populariteit als politiek scribent zijn. De onthullingen over de fobieën die de stress van het presidentschap bij hem heeft ontwikkeld, zijn tamelijk spectaculair. Maar die beslaan slechts enkele pagina's.

Als bijna alle memoiresschrijvers bezondigt ook VGE zich aan de neiging om zijn beleid te rechtvaardigen. In het voorwoord ontkent hij zijn levensherinneringen te willen aangrijpen als 'een poging om de nauwkeurigheid van de feiten - in mijn voordeel - te reconstrueren'. Meer dan een nobele intentieverklaring is dit echter niet. Giscard heeft niet steeds weerstand kunnen bieden aan de verleiding om zijn houding in omstreden kwesties in een zo gunstig mogelijk daglicht te plaatsen.

Dat geldt bijvoorbeeld zijn besluit uit 1976 om Irak een experimentele kernreactor te leveren. De lezer moet maar raden dat het juist de Franse politiek in die periode is geweest die Irak in staat heeft gesteld de ontwikkeling van kernenergie voor militaire doeleinden ter hand te nemen. Weinig overtuigend klinkt Giscards versie van de geruchtmakende ontmoeting met Breznjev in Warschau, kort na de Sovjet-invasie in Afghanistan. Zonder een spoor van bewijs betoogt Giscard dat zijn pleidooi in Warschau zwaar heeft gewogen in het uiteindelijke besluit van de Sovjet-partijleider om niet militair in Polen te interveniëren.

In de beruchte diamantenaffaire (VGE werd ervan beschuldigd een gift in de vorm van diamanten van de wrede despoot Bokassa te hebben verzwegen) erkent Giscard onhandig te zijn opgetreden. Dat de oppositie deze affaire heeft gebruikt om hem in de presidentscampagne van 1980-1981 onder de gordel te slaan, is waarschijnlijk. Wat in Giscards relaas over deze episode opvalt, is de verongelijkte, wrokkige toon.

Toch is de Giscard d'Estaing van de memoires minder ongenaakbaar dan het hautaine staatshoofd uit de periode 1974-81. Toen was hij de president uit een verwend milieu, de man die niet aanvoelt wat er leeft bij mensen die niet zoals hij in een kasteel zijn grootgebracht. In L'Affrontement hoeft Giscard niet langer per se de beste van de klas te zijn, de kille kikker die het altijd beter weet. De ex-president is niet geheel van gevoel voor humor ontbloot, en erkent een enkele maal zelfs zijn ongelijk.

Voor ons Nederlanders die bij het noemen van de mogelijkheid van militaire interventie in Suriname al hartstilstand riskeren, is het boeiend te lezen hoe ontspannen Franse presidenten met hun vroegere bezittingen in Afrika omspringen. Giscard was in dit opzicht geen uitzondering, getuige de beslissende rol die Frankrijk tijdens zijn presidentschap in het wegjagen van Bokassa, de bloedige dictator van de Centraal-Afrikaanse republiek, heeft gespeeld. Wegens Bokassa's medeplichtigheid aan de moord op demonstrerende scholieren had Parijs in dit geval de moraal aan zijn zijde.

De belangrijkste boodschap van Giscard in L'Affrontement is dat het presidentschap hem niet in de koude kleren is gaan zitten. Zijn zenuwsysteem heeft van het zevenjarige verblijf in het Elyséepaleis zo'n opdonder gehad dat hij er een psychologische blokkering van heeft overgehouden. Uit angst zijn naam erin tegen te komen, heeft Giscard jarenlang (tot 1988) geweigerd een Franse krant te lezen of naar het televisiejournaal in zijn land te kijken.Wat men ook van zijn opvolger mag denken, Mitterrand is in ieder geval van een ander (en steviger) hout gesneden. Die man maakt de indruk door niets en niemand van de wijs te kunnen worden gebracht.

De curieuze bekentenis van Giscard doet sympathiek aan. Tegelijk bevestigt zij het beeld van een man die in het begin van zijn presidentschap van hervormingsgezindheid blijk gaf maar wiens krampachtige karakter hem later is gaan opbreken.