Geheel nieuwe agrarische en ondernemersgeneraties moeten worden opgeleid; Sovjet-Unie lijdt nog altijd onder Lenin en Stalin

De orkaan die over de Sovjet-Unie raast, komt even sterk uit de menselijke als uit de ideologische hoek.

Dat blijkt uit Boris Jeltsins bekendmaking van dinsdag dat Sovjet-republieken die zich geheel van het oude imperium willen losmaken over garanties voor hun Russische minderheden moeten komen praten. Dit gegeven is van belang voor alle Westerse leiders (en heel in het bijzonder voor president Bush) die nu moeten uitmaken wat de beste manier is om de zwaargewonde kolos bij te staan. Hem geld of goederen toewerpen zal zijn problemen niet oplossen, als het die al niet verergert. Wat het hardst nodig is, is de heroriëntering en herscholing van de bevolking. Dit is een dringende noodzaak en wel om drie trieste historische redenen.

Niemand kan de Russen gebrek aan intelligentie en fantasie verwijten. Toen die namelijk de vrije teugel kregen door de sterke opkomst van het kapitalisme tijdens de laatste tien jaar van het tsarenbewind, ging het Rusland buitengewoon goed. Het land werd in een hoog tempo geïndustrialiseerd en zijn totale groeicijfer was het hoogste van de wereld, hoger nog dan dat van de VS of Japan. Rusland exporteerde veertig procent van zijn agrarische produktie, terwijl de bevolking beter te eten had dan ooit tevoren. Zelfs tot ver in de eerste wereldoorlog bleef het BNP stijgen.

De coup van Lenin, met zijn gruwelijke nasleep, maakte daar abrupt een einde aan. Stalin wordt voorgesteld als de grote moordenaar, maar laten we niet vergeten dat ook onder Lenin ten minste drie miljoen mensen ter dood zijn gebracht. In feite heeft Lenin de hele nieuwe ondernemersklasse vernietigd. Hij maakte zich niet alleen meester van fabrieken en zakencentra, maar liet in veel gevallen hun oprichters en directeuren vermoorden.

De introductie van het industriële kapitalisme in Rusland was vooral het werk van de Duitse minderheid, de joden en de Armeniërs. Lenin zorgde dat deze drie bevolkingsgroepen werden gedecimeerd, het land uitgejaagd of machteloos gemaakt. Nadien zijn ze nimmer opgevolgd door echte ondernemers, maar door partijfunctionarissen die voor bankier, fabrieksdirecteur of zakenman speelden. Het falen van de Sovjet-industrie is dus niet alleen een ideologisch falen, maar ook een menselijk falen. Gedurende driekwart eeuw communisme heeft er geen klasse van in de economische bedrijfsvoering geschoolde managers bestaan. Het is geen toeval dat de enige sector van de Sovjet-economie die met enig succes draaide, het militair-industrieel complex was, want daar speelde geld tot het midden van de jaren tachtig geen rol.

Ook elders in de economie werd zakelijke deskundigheid niet langer onderwezen of toegepast. Van de oorspronkelijke economische kennis bleef derhalve niets over. Zulk soort rampen, zo veelvuldig vertoond in de duistere tijden der oudheid, hebben zich in een groot en modern land nooit voorgedaan. En dus zijn er ook geen modellen voorhanden om zulke tegenspoed nu aan te pakken. De drie belangrijke minderheden van destijds kunnen in elk geval geen rol meer spelen: de Duitsers zijn er niet meer, de Joden gaan, of zijn al naar Israel vertrokken en de Armeniërs hebben hun eigen onafhankelijke republiek. Er zit dus niets anders op dan miljoenen Sovjet-burgers te (her)scholen. Maar in het Westen realiseren nog maar weinigen zich de reusachtige omvang van die taak.

Nadat Lenin de vrije ondernemers had vermoord, begon Stalin, vanaf 1929, de beste boeren van het land systematisch uit te roeien of dood te hongeren. Hij noemde hen koelaks, maar dat was niet meer dan een scheldwoord. Het waren voedselproducenten die de kennis van generaties her bezaten en zich juist moeizaam hadden ontwikkeld tot succesvolle en zelfs wetenschappelijk georiënteerde producenten toen Stalin hen op de nek sprong. Ze stierven letterlijk bij miljoenen. Daardoor kon de vakbekwaamheid die zij zich in zovele jaren en met zoveel moeite hadden eigen gemaakt, niet aan hun kinderen en kindskinderen worden doorgegeven.

Zo ontstond er in het hart van de gigantische landbouweconomie - het agrarisch areaal is er historisch gezien groter dan in enig ander land - een reusachtig zwart gat waarin geen gebrek was aan arbeidskracht maar aan arbeidskwaliteit. Daarom moet de Sovjet-Unie zulke enorme hoeveelheden voedsel importeren en is de dreiging van hongersnood er veel groter dan in China of India. Is dat geen verbijsterend bewijs van de destructiviteit van het communisme?

De kolossale fouten van Lenin en Stalin werden steeds erger. Uit blinde haat jegens de economische middenstand, die volgens hem uit louter parasieten bestond ruimde Lenin het bestaande distributiesysteem op en verving dat door een stelsel onder een centraal partij"commando' dat nooit heeft gewerkt. Daardoor bereikt veertig procent van het voedsel dat ondanks alles nog geproduceerd wordt, nooit de consument. Een groot deel blijft op het land staan of rot weg in depots en langs rangeerspoortjes. Een gecompliceerd stelsel van corrupte transacties zorgde ervoor dat partijleden genoeg kregen en dat de nomenklatoera in luxe leefde. De overige tweehonderdveertig miljoen burgers kregen de kruimels van hun meesters dis. Wie het meest van het systeem profiteerden waren dus de ratten.

Ook hier dus een grote behoefte aan herscholing. Het stimuleren van kleine particuliere landbouwbedrijven, die onder de perestrojka uitzonderlijk produktief zijn gebleken is immers al iets, maar het is nog iets geheel anders om te verwachten dat er opeens miljoenen boeren uit de lucht komen vallen die in de VS, Canada, Australië en elders in het Westen ontwikkelde knowhow toepassen. Nadat de ondernemers door Lenin waren vermoord en de boeren door Stalin, is het niet zo heel verwonderlijk dat het in potentie rijkste land ter wereld zich tevreden moest stellen met de levensstandaard van een derde wereldland. Maar er was nog een derde factor, die ook weer even voorname menselijke en ideologische kanten heeft.

Historici zullen zich de vraag moeten stellen hoe het mogelijk was dat gedurende vierenzeventig jaar de heersende klasse van partijcommunisten, in aantal bijna twintig miljoen, zich - op de overlevingskunst na - zo arm aan talenten heeft getoond. Ze werd weliswaar gehinderd door een onzinnige ideologie, maar toch: vanwaar dat duidelijke onvermogen om de creatieve groepen die ze had vernietigd, te vervangen? Het is een vraag voor historici, maar volgens mij ligt een belangrijke verklaring in Lenins opvatting van het partijlidmaatschap. Lenin wilde geen echte volkspartij; hij stelde geen belang in het winnen van democratische verkiezingen. Wat hij wilde was een "voorhoede' die het land met geweld zou onderwerpen en vervolgens besturen. Bij al zijn gemanoeuvreer om de partij onder de duim te krijgen en zich van opponenten te ontdoen, liet hij telkens zien dat hij geen intelligente kameraden met krachtige, onafhankelijke gedachten nodig had. Hij eiste volgelingen en prefereerde een kleine schare betrouwbaren boven een lastige massapartij.

Vandaar dat de Communistische Partij van de Sovjet-Unie aanvankelijk niet alleen klein was maar het bovendien geheel zonder bekwame of intellectueel hoogstaande lieden moest stellen. Ook Lenin zelf, wiens optreden soms van een reusachtige wilskracht en besluitvaardigheid blijkgaf, was slecht in het beoordelen van gebeurtenissen. De bolsjewieken zouden nooit aan de macht zijn gekomen zonder het uitbundige, grillige genie van Trotsky, een samenzweerder van het zuiverste water. Dat Lenin over Trotskys diensten kon beschikken was eigenlijk puur toevallig en toen de partij eenmaal aan het bewind was, werd hij er dan natuurlijk ook al gauw door Stalin uitgewerkt en later vermoord, net als iedereen die fantasie en zelfstandig denkvermogen toonde.

Vandaar dat de partij, hoewel ze eenmaal aan de macht snel groeide tot ruwweg dezelfde omvang als de vroegere heersende klasse (die onder de tsaren uit de adel en gegoede burgerij bestond) van begin tot eind een regime van nonvaleurs, opportunisten, jazeggers en beulen is geweest; een regime bovendien dat uiteraard van hoog tot laag corrupt was. Het was tijdens de tsaren al beroerd genoeg geweest: al in 1823 had de vermaarde historicus Nikolaj Karamzin - op de vraag hoe hij het Russische gouvernementele leven zou omschrijven, geantwoord: "Wat er in Rusland omgaat? Diefstal.'

Maar het communistische systeem waarbinnen alles het eigendom van de staat en van de vijfentwintigmiljoen - stuk voor stuk omkoopbare - ambtenaren was, maakte het allemaal nog oneindig veel erger. De waarheid over dit systeem zal nu volledig aan het licht komen en ik voorspel dat zijn doortraptheid en wreedheid de wereld de haren nog te berge zullen doen rijzen.

Het zal dus nauwelijks verbazen dat het regime op zo'n verbluffende schaal heeft gefaald en dat dat falen steeds erger werd. Nooit heeft het zich in wezenlijker gedaante vertoond dan met zijn daad van zelfdestructie vorige week. Het "Comité van Acht' - die architecten van de clowneske coup, die samenzwering van paljassen putsch - was volstrekt typerend voor het Sovjet-establishment: bruut maar tegelijk laf en trouweloos, arrogant maar onwetend, besluiteloos en stompzinnig. Maar in de allereerste plaats incompetent. Zonder hun tanks en geheime politie waren bleef er niets van hen over.

Het Westen zal dit grote maar verbijsterde, door zijn overheersers sinds een ver verleden schandelijk geknechte volk dus moeten helpen zichzelf te scholen in de bekwaamheden van handel en industrie, maar ook de bekwaamheden van gewoon, fatsoenlijk en eerlijk bestuur. Dat wordt een van de zwaarste opdrachten uit de geschiedenis, maar ook een van de bevredigendste. Want ik ben ervan overtuigd dat de geest in dat land, zo begaafd, zo verbeeldingsvol, zo oorspronkelijk, eenmaal bevrijd van zijn boeien, de wereld ooit versteld zal doen staan.