Fokker en Defensie verstaan elkaar niet

ROTTERDAM, 31 AUG. Het besluit van het ministerie van defensie om Fokker te passeren bij de aanschaf van een zestal middelgrote transportvliegtuigen voor een snel inzetbare en mobiele strijdmacht heeft nogal wat wenkbrauwen doen fronsen.

Niet alleen in de Tweede Kamer, die deze week een brief met deze boodschap ontving van staatssecretaris Van Voorst tot Voorst, maar ook daar buiten en niet in de laatste plaats bij Fokker. Wat is het geval? Fokker had Defensie zijn Fokker-100 QC (Quick Change) aangeboden die snel kan worden aangepast aan het vervoer van passagiers, vracht of beiden.

Een eerste bezwaar van Defensie tegen dit toestel: De Fokker-100 is niet ontworpen voor operaties vanaf korte en primitieve start- en landingsbanen. Reactie van de Amsterdamse vliegtuigbouwer: Dat is nu juist sinds jaar en dag onze erkende specialiteit.

Tweede bezwaar van defensie: Hoewel Fokker zegt binnen vijftien maanden een aangepaste F-100 te kunnen bouwen met een grote zijlaaddeur en een versterkte laadvloer is onduidelijk of zo'n toestel binnen die tijd kan worden gecertificeerd (technisch goedgekeurd). Reactie Fokker: Het certificeren loopt samen met het ombouwen en hoeft niet veel langer te duren. Dupliek Defensie: Als Fokker dat zegt is het niet uit te sluiten maar zoiets blijft bloedlink.

Derde bezwaar van Defensie: Aan zo'n ombouwproces zijn voor ons financiële consequenties en risico's verbonden. Fokker: Onzin, die kosten zijn voor ons en voor het overige geldt "no cure, no pay'.

Laatste bezwaar Defensie: Het maximale laadvermogen van een F-100 is met 13000 kilo te groot en daarmee wordt het toestel ook te duur. Fokker: Dat zal zo zijn maar waarom was er met Defensie geen formeel gesprek mogelijk over aanpassing van-aan die eisen? Defensie: Er waren wel degelijk informele contacten. Fokker: De staatssecretaris zegt dat al in een vroeg stadium contact met ons is opgenomen. Dat klopt, dat was zes jaar geleden, nog voor de Fokker-100 vloog. Het was ook ons laatste formele contact. Om een offerte te mogen doen aan Defensie moet je door Defensie worden uitgenodigd. Zo'n uitnodiging ontvingen wij nooit. Dus kregen wij ook nooit de formele voorwaarden te zien waaraan een transporttoestel moest voldoen. Reactie Defensie: Dat van die uitnodiging klopt, maar wij hebben er nog geen enkele verstuurd.

Inmiddels liet Van Voorst tot Voorst in zijn brief van afgelopen woensdag aan de Kamer weten dat het ministerie van defensie nu zal kiezen uit twee buitenlandse alternatieven: Een Spaanse Casa CN-235 M, geschikt om van korte banen te opereren, met achterlaadklep, een laadvermogen van 6000 kilo en een bereik van 1500 kilometer; of een Italiaanse Alenia G-225, een merkwaardig verouderd toestel uit het begin van de jaren zeventig met een laadvermogen van 8200 kilo en een bereik van 1900 kilometer. Enigszins bekende geluiden en cijfers. Want er bestaat ook nog een Fokker-50, gespecialiseerd in het opereren vanaf kleine vliegvelden, met een laadvermogen van 6000 kilo en een vliegbereik van 2200 kilometer. Kortom, ongeveer dezelfde klasse als de Casa en de Alenia. Waarom heeft Fokker dat toestel dat niet in de strijd geworpen en bij Defensie aangeboden? De vliegtuigbouwer: Wij zijn formeel niet eens op de hoogte van de eisen die Defensie stelt. Dus vraag aan Defensie: Waarom bent u de Fokker-50 vergeten? Defensie: Wij hebben dat toestel juist goed bekeken. Zijn laadvermogen en vliegbereik zijn oké. Maar ons voornaamste bezwaar is dat via de zijlaaddeur lange vrachten - zoals de motor van een F-16 straaljager - moeilijk de F-50 in gaan. Reactie Fokker: Zij weten blijkbaar niet dat wij ook een Fokker-50 kunnen bouwen met een achterlaadklep waardoor je lange vrachten gemakkelijk naar binnen schuift. Zoiets als dit illustreert weer eens dat er met Defensie geen echte dialoog mogelijk is. Die vindt nu plaats via de media.

De overheid, waarvan Defensie deel uitmaakt, bezit bijna eenderde van de aandelen van Fokker, fourneerde negentig procent van de ontwikkelingskosten van de Fokkers 50 en 100 en zal ook weer het leeuwedeel betalen van de toekomstige ontwikkeling van de Fokker-130. Op de F-100 produktielijn is nog werk tot 1995 maar die van de F-50 dreigt binnen een jaar wegens gebrek aan orders stil te vallen. Kan zoiets een grootaandeelhouder geheel onverschillig laten? Defensie: De mensen bij Fokker vinden dat wij hen bij de vaststelling van onze plannen moeten betrekken. Dat is een moeilijk punt. De luchtmacht kan zijn wensen moeilijk afstemmen op de mogelijkheden van de Nederlandse industrie. Dat zou pas echt een onzuivere afweging opleveren.