Fenomeen Krabbe verhult verval van Duitse atletiek

TOKIO, 31 AUG. De medailles rollen niet meer zo vanzelfsprekend binnen als vroeger, maar het herenigde Duitsland heeft met sprintster Katrin Krabbe wel een fenomeen in Tokio dat bejubeld kan worden.

Gisteren won ze na de 100 meter ook de dubbele sprintafstand. De Jamaïcaanse Merlene Ottey bleef achter in de wetenschap dat ze weer geen groot toernooi met goud heeft kunnen bekronen.

“Ik heb”, zei Ottey, “dit jaar te veel Grand-Prixwedstrijden gelopen. Dat is de enige oorzaak die ik kan bedenken. Het is een lichamelijke kwestie, zeker niet psychisch.” Toch is na de wereldtitelstrijd in Tokio nog duidelijker geworden dat grote kampioenschappen verlammend werken op de loopster. Na het brons op de honderd meter zei ze uit haar evenwicht te zijn gebracht bij de start door een beweging van Gwen Torrence in de baan naast haar, na opnieuw brons op de 200 was dat excuus er niet. “Ik zal mijn seizoen volgend jaar anders inrichten”, voorspelde ze, “zodat er in Barcelona bij de Olympische Spelen een andere wedstrijd te zien zal zijn.”

Krabbe was superieur. Met name haar start is verbeterd. “Ik blijf erbij dat die vorig jaar bij de Europese kampioenschappen in Split ook al goed was, maar we hebben inderdaad meer aan krachttraining gedaan en dat zou wel eens een verschil kunnen uitmaken”, zei ze. Toch was het vooral een kwestie van een goede begeleiding door onder anderen manager Jos Hermens die haar in deze vorm aan de start van de WK had gebracht.

Krabbe: “Ik had me voorgenomen de wedstrijd op te bouwen zoals ik dat altijd doe. De eerste honderd meter zo snel mogelijk en daarna vooral letten op de goede beweging van de armen. Voor de wedstrijd hebben Merlene Ottey en ik elkaar de hand gedrukt en ik had de indruk dat ze me al feliciteerde.” Ze finishte in een tijd van 22,09, Torrence werd tweede in 22,16, Ottey derde in 22,21.

De ranke, langbenige, blonde sprintster is de ideale bliksemafleider voor het verval van de Duitse atletiek. Op de vorige wereldkampioenschappen in 1987 in Rome haalde alleen de DDR al 31 medailles, West-Duitsland 3. Samen zullen ze dat bij benadering niet halen.

Tienkamper Christian Schenk voegde nog een medaille toen aan het Duitse totaal. Hij won brons op de tienkamp (8394 punten) dat eindigde in een overwinning van de Amerikaan Dan O'Brien. Het zag er enige tijd naar uit dat hij op het loodzware atketiekonderdeel het wereldrecord zou verbeteren, maar een minder goede discusworp en een tegenvallende hoogtesprong verhinderden dat. Hij kwam uit op 8812 punten, de Canadees Michael Smith op 8549 goed voor een tweede plaats.

De Britse Liz McColgan won de langste baanafstand bij de vrouwen. Ze had in de 10 kilometerrace geen tegenstand van betekenis, want pas elf seconden na haar finishten de Chinese loopsters Huandi Zhong en Xiuting Wang.