Europa 2000

Ons werelddeel zal er in 2000 heel anders uitzien dan nu het geval is. Wat er ook op politiek en economisch terrein gebeurt, de veranderingen zullen ingrijpend zijn ten opzichte van het jaar 1991, het moment dat we deze visie opschrijven.

De veranderingen die in 2000 hebben plaatsgehad zijn door drie hoofdfactoren bepaald: 1. politieke samenwerking, 2. milieu-ontwikkelingen binnen Europa en 3. de invloed van mondiale trends (zie NRC Handelsblad d.d. 3 augustus jl.).

Politiek gezien kan Europa - en in het bijzonder de EG. - twee scenario's volgen: eenwording of balkanisering. Bij het eerste scenario "eenwording' bestaat de gemeenschap uit circa 25 leden. Als volledig lid zijn dan toegetreden de EVA-landen en een aantal landen in Oost-Europa. De EG heeft een democratisch gekozen parlement met werkelijke bevoegdheden. De regering wordt gedomineerd door de belangrijkste landen, te weten: Duitsland enerzijds en Italië-Frankrijk anderzijds. De lidstaten hebben autonome bevoegdheden, maar hebben afstand gedaan van de terreinen buitenlandse zaken, buitenlandse handel, ontwikkelingshulp, technologie en defensie.

Het economische zwaartepunt van de EG ligt inmiddels op de as Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Italië, met Duitsland als veruit het sterkste land. Deze landen vormen het draaipunt tussen de snelle expansie in Centraal-Europa - met name in de Baltische Staten, Polen, Tsjecho-slowakije, Hongarije, Slovenië en Kroatië - en de rest van de wereld. Economische groei is gestimuleerd door het afbreken van de tolmuren. Het rapport uit 1987 van EG-commissaris Cockfield en raadsadviseur Cechini, dat een additionele groei van het BNP van 4,5 procent minimaal en zeven procent maximaal voorspelde, is echter nooit waargemaakt.

De tweede mogelijke ontwikkeling is balkanisering van de EG. In deze situatie is het integratieproces mislukt. Duitsland heeft met enkele buurlanden als Nederland, België, Frankrijk, Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland en Italië een kleine gemeenschap gevormd. Het bestuur is in Brussel gevestigd maar wordt door Duitsland en in mindere mate door Fransen en Italianen gedomineerd. Groot-Brittannië, Spanje, Portugal en Griekenland hebben het integratietempo niet kunnen bijbenen en hebben zich teruggetrokken. In Oost-Europa blijken de ontwikkelingen naar marktgerichte economieën zeer moeilijk te verlopen c.q. te mislukken. De achterstand ten opzichte van de kleine EG is enorm. Het bedrijfsleven, of wat er nog van over is in het Oosten, is voornamelijk in Duitse handen.

Haaks op deze politieke scenario's staan milieuscenario's. Het eerste is een groen Europa. De investeringen in milieuvoorzieningen hebben in NW-Europa inmiddels een niveau van zes à zeven procent van het BNP bereikt en zijn daarmee ruim het dubbele van die in het begin van de negentiger jaren. De uitstoot van ongewenste gassen bij de industrie is in NW-Europa in belangrijke mate beheerst. De produktie van niet-afbreekbare materialen is verregaand beperkt. Recycling wordt als techniek volledig toegepast. ZO-Europa heeft nog een achterstand maar haalt deze in. Consumentenverpakkingen zijn voor tachtig procent milieuvriendelijk geworden. De EG. heeft handelsbarrières naar andere landen opgeworpen die achterblijven in milieuvoorzieningen en derhalve concurrentievervalsend kunnen werken.

Het tweede milieuscenario is een vuil Europa. Van coördinatie in de EG is weinig terecht gekomen. De milieu-investeringen blijven in de "rijke' landen op het peil van drie à vier procent van het BNP. Door de internationale concurrentiedruk komt er ook elders in de wereld nog weinig van goede maatregelen terecht. Er zijn inmiddels milieurampen geweest in Tokio, Mexico Stad, Sao Paulo, New York, Rotterdam en Milaan. De bossen rondom Noord-Rijn-Westfalen en ook in Oost-Nederland en de Ardennen zijn door verzuring grotendeels kaal. Er bestaat een professioneel programma van alarmvoorzieningen om in bepaalde regio's het verkeer en de zware industrie stil te leggen. Overal zijn milieugroepen bezig met hevige protestacties. De politiek staat machteloos.

Wat is het realiteitsgehalte van deze scenario's? Laten we ons eerst concentreren op de door mij verwachte invloed op de EG van de wereldtrends zoals in NRC Handelsblad van 3 augustus behandeld. De economische neergang van de VS heeft een negatieve invloed op de groeikansen van de EG. Het lijkt daarbij waarschijnlijk dat de VS uit zelfbescherming een handelsoorlog met Japan is begonnen en de EG hierin meesleurt. Ook de koloniale neigingen van Europa in de VS vinden weinig genade meer bij de Amerikanen.

Van de GATT-onderhandelingen c.q. de afbreuk van handelsbelemmeringen is niets terecht gekomen. Japan zit in een diepe crisis en moet ook het hoofd bieden aan hevige concurrentie van China en zijn handelspartners. Rusland is ondanks de turbulentie in '91 een grote energieleverancier geworden van de EG en heeft met enkele landen in Oost-Europa en Azië een eigen economische gemeenschap gevormd. De afhankelijkheid van de OPEC-landen, die verder zijn gedestabiliseerd, is minder geworden. Het allochtonenprobleem in de EG is nu zo groot dat wij onze grenzen vrijwel hebben gesloten. Criminaliteit en integratiekosten zijn hoog, temeer daar er een onderkaste bestaat van vijf procent van de bevolking die niet meer daadwerkelijk in de maatschapij participeert.

hier moet DIAGRAM SCENARIO'S VOOR E.G.

Volgens mijn kanswaardering moet Europa 2000 - zoals in de matrix aangegeven - er méér één' en "groen' uitzien. Argumenten: Europa (exclusief Rusland en enkele satellieten) is door mondiale ontwikkelingen tot meer eenheid veroordeeld. Politiek blijft dit alleen beheersbaar als ook een Groen Europa wordt ontwikkeld. Maar dit kan natuurlijk misgaan, waardoor andere scenario's in werking treden. De economische groei zal zich óók in het eenwordings-groene scenario op een structureel lager peil dan in de tachtiger jaren bevinden. Politiek-economische samenwerking bestaat naast de VS vooral met Rusland en China en hun satellieten.

Bij de andere scenario's is geen sprake van reële groei, omdat of te weinig wordt samengewerkt of met te geringe doelmatigheid. Al met al is er toch kans dat Europa een betere toekomst tegemoet gaat dan de VS. Alleen het sociale integratieprobleem is moeilijk oplosbaar.

Algemene aanbevelingen voor Nederlandse concerns uitgaande van dit beeld in 2000 zijn dan: Ontwikkel samenwerking met Duitse ondernemingen op topniveau. Creëer footholds in alle wereldblokken, dus naast EG en VS met: China (+Hongkong en Taiwan), Rusland en Japan. Begin joint-ventures met Oost-Europese ondernemingen. Ga uit van relatieve toename Europese concurrentie. Vermijd de twee poten-positie met belangen alléén in Nederland en de VS, creëer wel een liaison-functie tussen VS en EG. Voorkom een te grote afhankelijkheid van Japanse ondernemingen. Speel in op milieu-ontwikkelingen. Wees niet te optimistisch over de Europese groei en die van de wereldhandel.