EG kan Servië niet dwingen tot medewerking; Slovenië: Servische milities moeten ook worden uitgenodigd; Dreigementen EG aan adres Milosevicklinken naar bluf

LJUBLJANA, 31 AUG. Met haar verklaring over Joegoslavië lijkt de Europese Gemeenschap de Joegoslavische leiders duidelijk te willen maken dat het genoeg is: de EG is niet bereid nog langer een oorlog aan haar grenzen te dulden.

Na de mislukte bemiddelingspoging van de trojka begin deze maand en de eveneens weinig succesvolle poging van het staatspresidium een staakt-het-vuren te bereiken, ziet de EG zich, geconfronteerd met een volwassen oorlog en veel bloedvergieten, gedwongen weer initiatief te tonen.

Het is opvallend dat de EG in haar verklaring duidelijk partij kiest in het Kroatische-Servische conflict. Wees minister van buitenlandse zaken Van den Broek Servië al als schuldige aan voor het mislukken van de laatste bemiddelingspoging, nu stelt de EG Servië zelfs verantwoordelijk voor de burgeroorlog in Kroatië en beschuldigt ze het federale leger dat het de Servische vrijwilligers in Kroatië steunt. Het staatspresidium, stelt de EG, moet “als opperbevelhebber de illegale inzet van het leger voorkomen.” Servië wordt gewaarschuwd dat grenswijzigingen die met geweld worden bereikt niet worden geaccepteerd en dat het akkoord moet gaan met de uitbreiding van de bevoegdheden van de EG-waarnemers. Wanneer Servië niet instemt met de voorstellen dreigt de EG met “maatregelen”.

De eerste Servische reacties zijn afwachtend-negatief. De Servische vertegenwoordiger in het staatspresidium, Borisav Jovic, noemde de eisen “een onaanvaardbaar ultimatum en een inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Joegoslavië”. De Servische president, Slobodan Milosevic, zei na gesprekken met zijn Franse ambtgenoot François Mitterrand echter dat Servië de declaratie “bestudeert”.

Slovenië en Kroatië hebben positief gereageerd. Dat is geen verrassing: de inhoud van de declaratie komt overeen met de kijk die men in Ljubljana en Zagreb heeft op de crisis in Joegoslavië. Vooral de mogelijkheid dat de EG bij wijze van bestraffing van Servië overgaat tot erkenning van Kroatië en Slovenië klinkt Zagreb en Ljubljana als muziek in de oren: daar bespeurt men een belangrijke koerswijziging in het EG-beleid. De Kroaten en Slovenen herinneren zich nog levendig hoe zij het afgelopen jaar tijdens bezoeken aan de Europese hoofdsteden vriendelijk maar vastberaden werden afgescheept met de boodschap dat "de territoriale eenheid van Joegoslavië voor Europa voorop staat' en dat een oplossing moest worden gezocht "binnen het raam van de bestaande federatie'. Kort voor beide republieken zich op 25 juni onafhankelijk verklaarden werden zij gewaarschuwd dat een eenzijdige afscheiding "tot een politieke en economische isolement zou leiden".

De steun aan de huidige federatie was zo luid dat de Joegoslavische premier Ante Markovic en het leger zelf de indruk kregen dat zij met tanks en kanonnen de separatisten tot de orde mochten roepen. De chef van de generale staf, Blagoje Adzic, liet de Slovenen kort voor de militaire interventie weten dat "Europa aan onze kant staat'. Toen het leger echter daadwerkelijk ingreep in Slovenië bleek dat Markovic en de generaals zich pijnlijk hadden vergist.

De EG werd wakker geschud door het lawaai van de dieselmotoren van tanks en de explosies van granaten. Men besefte in Brussel blijkbaar voor het eerst dat er iets niet in orde was op de Balkan. De EG stuurde de trojka naar Belgrado om de Joegoslavische leiders te vertellen dat anno 1991 met tanks geen politieke conflicten worden oplost. Zij moesten drie keer terug komen voor dat op 7 juli op het eiland Brioni een akkoord werd bereikt. Met meer bluf dan wijsheid - "Heren, alles of niets' (dat wilde zeggen: financiële steun of economische isolement) - werd de Joegoslaven een wapenstilstand in Slovenië en de komst van EG-waarnemers opgedrongen.

Het Brioni-accoord had een zwak punt: het was op maat gesneden voor Slovenië maar het nog sluimerende conflict tussen Kroatië en Servië werd over het hoofd gezien. Noodkreten van de Kroatische president Franjo Tudjman werden niet door de Europese ministers gehonoreerd. Een vergissing, want toen de gevechten tussen de Kroaten en Serviërs uitbraken bleek dat het akkoord van Brioni nauwelijks toepasbaar was op Kroatië. De EG-trojka kwam daarom deze maand opnieuw naar Belgrado om haar goede diensten in Kroatië aan te bieden. Dat werd door Servië bruut van de hand gewezen. Milosevic nam niet eens de moeite de drie Europese ministers op de hoogte te stellen van het negatieve antwoord van Servië.

Tweehonderd doden later heeft de EG Servië dan duidelijk de wacht aangezegd. De EG-ministers gaan in de declaratie zelfs zo ver dat zij dreigen met een vredesconferentie zonder Servië indien die republiek niet bereid is met de EG samen te werken. Waar die vredesconferentie eigenlijk over zou moeten gaan als Servië of een andere strijdende partij er niet aan deelneemt is overigens onduidelijk. Neutrale waarnemers en menig diplomaat in Belgrado vragen zich ook af of het wel zo verstandig is de beschuldigende vinger alleen tegen Servië te heffen. Onafhankelijke intellectuelen in Zagreb zijn de mening toegedaan dat het radicalisme van Tudjman eveneens behoorlijk heeft bijgedragen tot de uitgebroken burgeroorlog - ook al heeft Tudjman de Serviërs in Kroatië nu culturele en politieke autonomie beloofd, terwijl Milosevic nog steeds denkt dat hij op het slagveld meer te winnen heeft dan aan de onderhandelingstafel.

In kringen rond de Sloveense regering is zelfs te horen dat het verstandig zou zijn geweest als de ook zelfs vertegenwoordigers van de Serviërs in Kroatië bij de onderhandelingen zou betrekken. “Als de Serviërs in Kroatië niet bij de onderhandelingen betrokken worden biedt dat Milosevic de mogelijkheid aan de onderhandelingen deel te nemen, een staakt-het-vuren te ondertekenen en tegelijkertijd via de achterdeur de Servische milities van wapens te blijven voorzien”, meent een Sloveense regeringsfunctionaris. Hij wijst er vervolgens op dat aldus de leiders van de Servische milities in Kroatië zouden worden gedwongen medeverantwoordelijkheid te dragen voor het eventueel bereikte staak-het-vuren.

Onduidelijk is wat de EG denkt te ondernemen als Servië en het federale leger niet willen luisteren en Kroatië met geweld op de knieën willen dwingen. In de declaratie dreigt de EG in dat geval de Veiligheidsraad van de VN in te schakelen, waarmee zij waarschijnlijk wil zeggen dat er "blauwhelmen" naar Joegoslavië gestuurd gaan worden. Het is echter maar zeer de vraag of de Sovjet-Unie en China daarmee zullen instemmen. De EG kan dan nog proberen in een Europees samenwerkingsverband troepen te sturen. Maar ook in europa zal het moeilijk zijn daarover overeenstemming te bereiken. Het is dus zeer wel mogelijk dat de Twaalf minister hard op tafel slaan maar in een moeilijk parket komen als de boze Serviërs niet willen luisteren.