Dubbellevens

Een half leven lang - Oosteuropese getuigenissen, eindredactie Harm Ramkema, samenstelling Joanka Prakken en Dirk Vlasblom 119 blz., Werkgroep Oost-Europa Projekten, Utrecht 1991, f 24,50 ISBN 90 71875 08 3

Een half leven lang heeft de helft van Europa onder het socialisme een dubbelleven - twee halve levens - geleid: een aan de officiële oppervlakte, een in het verborgene. Een half leven lang is dan ook een heel toepasselijke titel voor een boek, waarin een aantal Oosteuropeanen vertellen over dat leven, in zuiver persoonlijke getuigenissen. Elk van de kleine Oosteuropese landen is vertegenwoordigd, aangevuld met een Letse en een Litouwse.

Het is een mooi boekje geworden. Dat ligt zonder twijfel aan de samenstellers, die in de meeste gevallen ook de interviews afnamen: Joanka Prakken en Dirk Vlasblom lopen beiden al heel lang mee in de Werkgroep Oost-Europa Projekten die het boekje uitgeeft en hun medewerking staat borg voor kwaliteit. De geinterviewden is alle ruimte en vrijheid gegeven, hun als monoloog opgeschreven tekst wordt nergens onderbroken door commentaar of zelfs vragen van de interviewers.

En toch zit de lezer na afloop met een ungutes Gefühl. Er zit een storende asymmetrie in het boek, een asymmetrie die is ontstaan door de keus van de betrokken Oosteuropeanen. Aan de ene kant zijn er de "gewone' Oosteuropese burgers die, al dan niet in ballingschap, het persoonlijke relaas van hun leven vertellen. Aan de andere kant zijn er de wetenschappers of oud-politici, die hun relaas op een heel andere manier opbouwen: zij doen het relaas van de geschiedenis en maken daar hun eigen, persoonlijke lotgevallen aan ondergeschikt. Zo doet de voormalige Tsjechoslowaakse minister van buitenlandse zaken Jir Hájek eigenlijk slechts verslag van de na-oorlogse geschiedenis van zijn land, tot en met de Praagse Lente waar hij zo nauw bij betrokken was. Weliswaar komen daar zijn persoonlijke lotgevallen ook in ter sprake, maar de geschiedenis staat voorop, en die geschiedenis kent de lezer al. Dat maakt het hoofdstuk-Hájek een stuk minder interessant. Hetzelfde geldt voor enkele andere hoofdstukken.

Het meest authentiek is voor mij het relaas van de Bulgaar Germinal Civikov, die een voortreffelijke "mix' weet te brengen van persoonlijke lotgevallen tegen de achtergrond van de grote geschiedenis. Ook de twee Baltische ballingen, die tijdens de oorlog hun land ontvluchtten en in Nederland terecht kwamen, komen met een uiterst boeiend verhaal - geen mix, want beiden waren in eigen land niet of nauwelijks politiek bewust (""Ik wist dat onze president Ulmanis heette') maar in alle "gewoonheid' des te authentieker, des te overtuigender.