De Ndebele-schilderingen van Francina Ndimande; Een Afrikaanse prinses in gesprek met de muur

MAASTRICHT, 31 AUG. De Zuidafrikaanse prinses Francina Ndimande zit al uren op de grond op een lange, witte strook papier, omringd door tien, twaalf emmers verf. Ze draagt zwarte "gympies', een blauwe gebreide pet en een geblokte deken. Om haar hals en benen zijn tientallen koperen banden geklemd.

Haar man vult iets verderop de omlijnde vlakken met citroengele verf in. In de tochtige gang is het een lawaai van jewelste: de eerstejaarsstudenten van de universiteit van Maastricht melden zich aan. Ze begroeten elkaar uitbundig en verkennen hun toekomstige territorium.

Dat territorium is de nieuwe collegezaal, ontworpen door architect Jo Coenen. De zaal, een verlengstuk van het vroegere Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat, ligt half begraven in het talud van de stadswallen. Op die manier heeft Coenen een nieuwe looproute gecreëerd naar andere delen van de universiteit in de binnenstad. Maandag opent minister-president Lubbers hier het academisch jaar, en de nieuwbouw. Aan Francina Ndimande is gevraagd muurschilderingen aan te brengen in de stijl van de Ndebele. Een wereldprimeur, ware het niet dat ze net in Berlijn een opdracht heeft voltooid. “Kleur is een wezenlijk onderdeel van een gebouw en daar hebben we deze oplossing voor bedacht, die gefinancierd wordt uit de bouwkosten en niet uit de eenprocentregeling,” licht architect Coenen toe.

Ndimande's werk in Maastricht is bijna klaar. De ronde collegezaal heeft een bont gekleurde fries van smalle rechthoeken gekregen. Enkele muren en gangen van het gebouw zijn van boven tot beneden versierd met horizontale zwarte banen. Op, onder en tussen de lijnen staan oranje zonnen, roze lampekappen, gele pijlen, groene trappen en blauwe, gestileerde strikken. Stopcontacten worden in de compositie "meegenomen'. Geen enkele schildering komt overeen met de andere.

“Nee, hoor, dat lawaai van de studenten stoort me niet”, zegt Francina Ndimande. “Ik hoor niets, ik communiceer alleen met de muur”. Over al die kleuren en patronen valt weinig te vertellen, zo blijkt: “Ik denk er niet over na wat ik ga maken. Ik begin ergens en dan weet ik welke taal ik moet spreken, welke lijnen ik moet schilderen en welke kleuren harmonieus zijn te combineren”.

Maar het daglicht is hier toch anders dan in Transvaal? De muren zijn toch niet van leem? Ach, ja, Ndimande past de patronen en de kleuren wel een beetje aan. Op een van de wanden heeft ze bijvoorbeeld de kleuren van Nederlandse en de Duitse vlag als zonnetje gestileerd. Verder is er echt niets aan de hand.

Boek

Een mooi boek van de Namibische fotografe Margaret Courtney-Clarke en een reportage in de National Geographic hebben de schilderkunst en het kralenwerk van het Ndebele-volk beroemd gemaakt. De Maastrichtse kunstenaar Hans van Drumpt leende dat fotoboek destijds uit aan Jo Coenen. En het was Van Drumpt, een kenner van Afrikaanse kunst, die de architect voorstelde om Ndebele-schilders naar Maastricht te halen.

Francina Ndimande (55) is een vooraanstaand pleitbezorgster van de Ndebele-tradities. Vier van haar elf kinderen beoefenen de schilderkunst. Zij is de vrouw van Daniel Ndimande, een vertrouweling van koning David Mabusa Mabhoko. Omdat Francina Ndimande en de huidige koning van de bantoestan KwaNdebele dezelfde grootvader hebben, beschouwen zij zich als broer en zus.

Misschien behoort Francina Ndimande tot de laatste generatie vrouwen die als teken van waardigheid koperen ringen om benen (van enkel tot knie) en hals (om die op te rekken) draagt. Jongere generaties kunnen letterlijk niet meer met het zware koper uit de voeten.

Er is nog een andere reden waarom Francina's dochter Angelina (33 jaar oud), die meeschildert in Maastricht, en haar leeftijdgenoten nog maar zelden ringen dragen. De Zuidafrikaanse regering dreef als onderdeel van de apartheidspolitiek een groot deel van het Ndebele-volk bijeen in het thuisland KwaNdebele. De Ndebele, ongeveer 400.000 mensen, zijn van oudsher een volk van veeboeren, maar moeten nu hun inkomsten zien te verkrijgen in blanke gebieden. Daar krijgen ze te horen dat hun eigen cultuur weinig voorstelt. De blanke boeren probeerden hen daar al eerder van te overtuigen door de buitenschilderingen te verbieden.

Vusi Mchunu, een Ndebele-dichter en banneling uit Soweto, die als tolk voor de familie Ndimande optreedt, wijst nog op een andere oorzaak van de culturele verarming: kinderen wordt op school bijgebracht dat hun cultuur, vergeleken met die van het moderne - lees blanke - Zuid-Afrika, minderwaardig is.

Riten

Vroeger dwong de vrouw des huizes respect af met de wijze waarop ze de buiten- en binnenmuren decoreerde. Nu laat ze het steeds vaker afweten. Alleen landbouwers houden vast aan de traditie dat de wanden weer feestelijk worden opgeknapt, wanneer hun zoon of dochter, na de de inwijdingsriten van enkele maanden, als "man' of "vrouw' op een groot feest wordt onthaald.

Niemand weet precies hoe oud de Ndebele-muurschilderkunst is. Volgens tolk Mchunu, verbonden aan het Haus der Kulturen in Berlijn, bestond deze traditie al in de zestiende eeuw.

Francina Ndimande is er trots op dat ze de nieuwe katholieke kerk van Weltevreden, de woonplaats van de familie Ndimande, mocht beschilderen. “De priester vond mijn werk zo mooi dat hij mij die opdracht gaf. De andere priesters uit het bisdom waren erg boos dat hij dat aan heidenen durfde te vragen, maar nu vindt iedereen het prachtig.” Omdat de natuurlijke verfstoffen van de Ndebele niet bestand zijn tegen regen, zocht de priester naar duurzamer materiaal: “Hij ging naar de stad en kocht daar alle kleuren verf die hij kon krijgen. Ik gebruik nu veel liever acrylverf.”

De muren van Francina Ndimande zien er anders uit dan die van kunstenaressen als Benzagani Mahlangu of Martha Msiza. Alleen de abstractie en de contouren hebben zij met elkaar gemeen. Soms wordt de hand gelicht met de abstractie. Je komt in het thuisland hondjes en vliegtuigen op de gevels tegen.

In Maastricht heeft ze naast de echte trappen haar eigen trapjes geschilderd, die consequent de andere kant op wijzen. “Voor het evenwicht,” lacht ze. “Een trap moet niet alleen naar beneden gaan, maar ook naar boven.” En boven aan elke trap brandt het licht. De schildering van een mens of een dier hoeven we van haar nooit te verwachten. “Ik wil geen schilders uit Europa nadoen. Dit is nu eenmaal onze manier van schilderen.”

De recente Ndebele-expositie in Berlijn heeft de status van het Ndebele-volk enorm verhoogd, vertelt ze. De regering van KwaNdebele erkent nu de waarde van de kunst. “Wij hebben al opdrachten gekregen om regeringsgebouwen te schilderen.”

Dat straks misschien servetten, theeblaadjes, stropdassen en wat dies meer zij, bij wijze van "airport-art' van Ndebele-patronen worden voorzien, zal Francina niet deren. “Dat zijn souvenirs waarmee mensen hun brood kunnen verdienen. Dat heeft niets te maken met de schilderingen die ik hier maak.” Maar aan de andere kant heeft Francina geen enkele behoefte aan het soort erkenning dat westerse kunstenaars nastreven. “Het gaat mij er alleen om dat ik plezier beleef aan het schilderen en dat andere mensen iets van dat plezier voelen. Als ik hier bezig ben, komen er steeds studenten naar me toe om te zeggen hoe mooi ze het vinden. Dat maakt me blij.”

Foto: Muurschilderingen van Francina Ndimande in het universiteitsgebouw in Maastricht. Francina Ndimande en Daniel Ndimande bezig met de muurschilderingen