De chaotische ontvlechting van een moloch

Het Sovjet-imperium is uiteengevallen. De republieken proberen ook economisch een zelfstandige toekomst op te bouwen. De kansen op succes verschillen enorm.

De helft van alle motorfietsen in de Sovjet-Unie wordt gefabriceerd in Letland. Deze Baltische republiek is ook de grootste producent van telefooncentrales in de Sovjet-Unie. Alle sigarettenfilters komen uit Litouwen. De Oekraïne produceert een derde van alle Sovjet-televisietoestellen, Wit-Rusland is een belangrijke producent van tractoren, de meeste auto's rollen uit fabrieken in de Russische federatie. De Oeral is een concentratiegebied van zware industrie.

De planeconomie in de Sovjet-Unie heeft geleid tot een extreme arbeidsverdeling en monopolievorming. Dat maakt een economische ontvlechting van de Sovjet-republieken buitengewoon ingewikkeld. De republieken zijn op elkaar aangewezen wat betreft grondstoffen, onderdelen en machines. De Oekraïne met zijn chernozem, het lint van vruchtbare zwarte aarde dat zich enkele honderden kilometers breed over een lengte van duizenden kilometers uitstrekt, is de graanschuur van de Sovjet-Unie. Siberië, onderdeel van de Russische federatie, bevat de helft van de bewezen steenkolenreserves in de wereld en ruim de helft van alle olie- en gasvoorraden. De Sovjet-Unie heeft een machtige militaire industrie, die een onbekend aandeel opeist van het bruto nationale produkt.

Na de euforie over een eigen vlag en een eigen paspoort volgt de strijd om economische verzelfstandiging. Want ook in de toekomst zullen de onafhankelijke republieken nog altijd hun energie van Rusland betrekken. En die zal niet langer verrekend worden met waardeloze roebels tegen centraal en kunstmatig vastgestelde prijzen, maar tegen de grondstoffenprijzen van de wereldmarkt, uitgedrukt in harde valuta. De overstap naar een markteconomie betekent ook de overgang naar wereldmarktprijzen. De Russische republiek van Boris Jeltsin zal daarvan de grote begunstigde worden, terwijl de overige republieken hun gesubsidieerde voorrechten kwijtraken.

Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwijnt het beeld van een politieke moloch. De federatie met het oppermachtige centrum maakt plaats voor een rammelende verzameling republieken, die de markteconomie willen omarmen zonder precies te weten wat dat betekent. Na ruim zeventig jaar ontmoediging en scheefgroei zal de overgang van een commando- naar een markteconomie onvoorstelbare sociale en financiële kosten met zich meebrengen. De gevolgen van gedwongen collectivisatie in de landbouw, van industrialisatie gebaseerd op dwangarbeid en van administratief geplande regionale ontwikkeling laten zich niet zonder schokken vervangen door een vrije markteconomie.

De arbeidsverdeling binnen de Sovjet-Unie is niet alleen het gevolg van geografische en klimatologische verschillen, maar ook van het specifieke Sovjet-systeem. Daarbij heeft de nadruk altijd gelegen op grootschaligheid. Voor veel produkten, vooral in de zware industrie, bestaan slechts één of twee ondernemingen die de gehele Sovjet-Unie voorzien. Naar schatting dertig tot veertig procent van de industriële produktie is afkomstig van slechts één conglomeraat. Zo komt honderd procent van alle naaimachines en diepvriezers, van alle tramrails, locomotiefkranen, cokes-installaties, hydraulische turbines en papier voor kleurenfoto's van één staatsconcern. Alle zuigerpompen in de Sovjet-Unie worden geproduceerd door de Dzerzjinksi-fabriek in Bakoe, genoemd naar de oprichter van de voorloper van de KGB.

Daarnaast blokkeert de planbureaucratie een soepele werking van de economie. De Sovjet-Unie kent aparte ministeries per produktiegroep: zo zijn er ministeries voor motortransport, voor luchtvaartindustrie, voor machinebouw, voor graanproduktie, voor wapenindustrie, zware en lichte industrie. Deze ministeries hebben allemaal vestigingen in de republieken, die ressorteren onder het centrale ministerie in Moskou. De bureaucraten doen liever zaken binnen hun eigen ministerie dan met concurrerende ministeries. Daardoor is in de Sovjet-Unie goederenhandel tussen republieken maar binnen de competentie van één ministerie gemakkelijker dan handel binnen één republiek van goederen waarvoor de verantwoordelijkheid berust bij verschillende ministeries.

Pag.18: Sovjet-Unie; Welvaart is in Sovjet-Unie ongelijk verdeeld; De beste kansen voor snelle economische verbetering bestaan in de Baltische staten

In binnenlandse prijzen (roebels) uitgedrukt, bedroeg de handel tussen Sovjet-republieken in 1988 21 procent van het bruto nationale produkt (bnp), ongeveer vier keer zoveel als de export naar het buitenland. Ter vergelijking: in de Europese Gemeenschap bedraagt zowel de handel tussen de lidstaten als de handel met de rest van de wereld ongeveer veertien procent van het bnp. De interrepublikeinse integratie van de Sovjet-economie is groter dan die van de EG-landen onderling, terwijl de integratie in de wereldmarkt kleiner is.

Tussen de republieken bestaan grote verschillen in onderlinge afhankelijkheid. De Russische federatie is het minst gericht op handel met andere republieken (achttien procent van de produktie) - niet verwonderlijk gezien de omvang en het economische gewicht van Rusland. Wit-Rusland is het sterkst afhankelijk van handel met andere republieken (zeventig procent van de produktie wordt geëxporteerd naar andere republieken).

De Sovjet-statistieken van de interrepublikeinse handel zijn vertekend door de kunstmatig lage prijzen van energie en voedsel. Als deze worden verrekend tegen wereldmarktprijzen, ziet de onderlinge handelsbalans er heel anders uit. Rusland ziet dan een bescheiden overschot omslaan in een zeer groot overschot, zowel op zijn handelsbalans met de overige republieken als in zijn handel met landen buiten de Sovjet-Unie. Ook Azerbajdjzan heeft in dollars uitgedrukt een handelsoverschot, maar alle overige republieken hebben een tekort, zowel op hun interrepublikeinse handel als op hun buitenlandse handel.

“Op korte termijn zal een verschuiving naar wereldmarktprijzen een geweldig windfall profit opleveren voor de Russische federatie of voor Siberië als dat autonomie zou krijgen”, aldus A study of the Soviet Economy van het IMF, de Wereldbank, de OESO en de EBRD, waaraan deze gegevens zijn ontleend. Deze studie, die eind vorig jaar is verschenen, geldt als de meest gezaghebbende bron van gegevens over de Sovjet-economie.

De ineenstorting van het centrale planningssysteem, de interrepublikeinse afhankelijkheid en de chronische transportproblemen maken de economische vooruitzichten van onafhankelijkheid nog lastiger. De roebel is waardeloos als anker voor een functionerend geldstelsel en nu al overwegen republieken om hun eigen munt uit te geven. Het gebrek aan vertrouwen in de roebel en het gebrek aan harde valuta heeft tot gevolg dat republieken overgaan tot barter trade. Als in primitieve, pre-kapitalistische samenlevingen vallen de Sovjet-republieken terug op de ruilhandel van goederen. Berevellen worden tegen auto's geruild, machines tegen aardappels. De welvaart van een geldeconomie gaat daarbij verloren.

Tussen de Sovjet-republieken bestaan enorme verschillen in omvang en bevolking. De Russische federatie zou als onafhankelijk land het grootste (twee keer de Verenigde Staten) en wat bevolking betreft het vijfde land ter wereld zijn. Kazachstan is even groot als Argentinië, de Oekraïne telt vijftig miljoen inwoners, evenveel als Frankrijk; Armenië heeft net zoveel inwoners als België. In Georgië ligt een autonoom gebied zo groot als Luxemburg en het autonome gebied Jakoetië in Rusland is groter dan de Europese Gemeenschap.

De economische vooruitzichten van de afzonderlijke republieken lopen sterk uiteen. De Deutsche Bank heeft onlangs een rapport - The Soviet Union at the Crossroads - uitgebracht waarin de sterke en zwakke punten van de vijftien republieken zijn samengevat. “Zes van de republieken hebben een hoog economisch potentieel, vijf een matig en vier een zwak potentieel. Slechts enkele republieken hebben een kans om een economisch en cultureel niveau vergelijkbaar met West-Europa te bereiken - en dat slechts na een wellicht uitzonderlijk moeilijke overgangsperiode”, aldus dit rapport.

De Oekraïne heeft volgens de Deutsche Bank op lange termijn het grootste toekomstpotentieel. Deze republiek is de graanschuur van de Unie: 46 procent van de landbouwproduktie in de Sovjet-Unie komt uit de Oekraïne. Verder beschikt het over een brede industriële basis, over grote ijzer- en kolenbekkens (Donetsk en Donbass).

De beste kansen voor snelle economische verbetering bestaan in de Baltische republieken, ook al beschikken ze niet over grondstoffen en moeten ze hun energie importeren. Maar ze kunnen terugvallen op hun handelsgeest van vòòr de inlijving in 1940 en ze zijn traditioneel gericht op Scandinavië. Estland is een agrarische exporteur, Letland een importeur en Litouwen is zelfvoorzienend op landbouwgebied. Ze beschikken over een hoog opgeleide bevolking en zijn centra van de elektronische industrie, waarvan de leiding evenwel nog in handen is van de Russische minderheden in de Baltische landen.

De Russische federatie is in alle opzichten autarkisch. Met driekwart van het oppervlak van de Sovjet-Unie en de helft van de bevolking en ruim zestig procent van de totale Sovjet-produktie, heeft het een enorme rijkdom aan mineralen: meer dan negentig procent van de olie- en 75 procent van de aardgasreserves in de Sovjet-Unie bevinden zich in Rusland. Steenkolen, ijzererts, goud (Rusland is na Zuid-Afrika de belangrijkste goudproducent ter wereld) en alle mogelijkse strategische metalen zijn in de Russische bodem te vinden. In de Sovjet-statistieken van zware industrie, wapenindustrie en alle soorten van industrietakken staat Rusland eenzaam bovenaan.

Ook Georgië heeft goede ontwikkelingsmogelijkheden. Dank zij het sub-tropische klimaat is Georgië de grootste theeproducent van de Sovjet-Unie en heeft het toeristische mogelijkheden aan de Zwarte zee. De industrie is redelijk ontwikkeld, het onderwijsniveau ligt lager dan het Sovjet-gemiddelde.

In de groep republieken met een matig economisch potentieel deelt de Deutsche Bank Wit-Rusland, Kazachstan, Moldavië, Armenië en Azerbajdjzan in. Wit-Rusland heeft weliswaar een goed opgeleide, homogene bevolkingssamenstelling en een omvangrijke industriesector, gespecialiseerd in landbouwmachines), maar deze vergt enorme vervangingsinvesteringen. Daarentegen ontbeert deze republiek mineralen die voor harde valuta geëxporteerd kunnen worden.

Kazachstan heeft een aanzienlijke landbouwsector, een overvloed aan mineralen maar een onderontwikkelde industrie. Bovendien bestaat de bevolking uit meer dan honderd nationaliteiten, ligt het onderwijsniveau onder het landelijke gemiddelde en ligt het zeer ver van de Westeuropese markten af.

Het voordeel van Moldavië is dat het dicht bij Europa ligt, maar het landbouwpotentieel is vergiftigd door chemicaliën, de wijnproduktie heeft klappen gekregen door de anti-alcoholcampagne van Gorbatsjov en de industrie is onderontwikkeld.

De handelsmentaliteit van Armenen is in de hele wereld bekend en kan ook een onafhankelijk Armenië ten goede komen. Voor het overige ontbeert Armenië exportprodukten en een sterke industrie, terwijl de landbouw matig ontwikkeld is. Het nabijgelegen Azerbajdzjan beschikt over energie (de olievelden van Bakoe) en kaviaar uit de Kaspische zee als exportprodukten.

De vier Aziatische republieken Oezbekistan, Toerkmenistan, Kirgizië en Tadzjikistan spelen in de Sovjet-Unie nauwelijks een rol, met uitzondering van de katoenverbouw in Oezbekistan. Hun economieën en infrastructuur staan op het niveau van Aziatische ontwikkelingslanden.

De welvaart is zeer ongelijk verdeeld tussen de republieken in de Sovjet-Unie. Wie veel wil verdienen moet naar Siberië gaan, waar de hoogste lonen worden betaald om arbeiders aan te trekken. Mijnwerkers verdienen over het algemeen beter dan andere arbeiders en industrie-arbeiders verdienen meer dan werknemers van de landbouwbedrijven.

Het laagste inkomen per hoofd van de bevolking werd in 1988, volgens Sovjet-statistieken, gemeten in Tadzjikistan (de helft van het Sovjet-gemiddelde), gevolgd door de overige Aziatische en de Transkaukasische republieken, Moldavië en de Oekraïne. De Baltische staten, Rusland, Wit-Rusland en Georgië hadden het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking.

Andere sociale indicatoren, zoals zuigelingensterfte, bevestigen deze verdeling. Het betekent dat de Sovjet-Unie niet alleen een Oost-West, maar ook een Noord-Zuid tegenstelling tussen de republieken kent. Met politieke onafhankelijkheid en economische verzelfstandiging zullen die verschillen alleen maar groter worden.