Crash in stilte; Nieuwe theorie over neerstorten van Koreaanse Boeing in 1983

Geen noodsignaal, geen wrak, geen zwarte doos. Werd de Koreaanse Boeing op 1 september 1983 om 18.26 uur wel bij Sachalin door Russische jagers neergehaald? Of werd - nieuwe theorie - de KAL 007 drie kwartier later en 500 kilometer zuidelijker neergeschoten? Moskou had destijds alle reden de zaak met een rookgordijn te omringen. Nu heeft Izvestia een serie artikelen gepubliceerd die sommige vragen beantwoordt maar nieuwe vragen oproept.

In het begin van dit jaar kwam de affaire rond het neerschieten van de Boeing 747 van Korean Airlines ineens weer uitvoerig in het nieuws. De Jumbojet, KAL 007, was op 1 september 1983 op weg van Anchorage naar Seoul en week direct na vertrek van zijn route af. Enkele uren later vloog de Boeing het Sovjet-luchtruim binnen bij het schiereiland Kamtsjatka. Sovjet-jagers stegen op, maar konden het toestel niet traceren. Na Kamtsjatka gepasseerd te zijn, vloog het verder over de Zee van Ochotsk. Bij het eiland Sachalin werd het toestel onderschept. De Boeing werd na een achtervolging boven de Zee van Japan neergeschoten, waarbij de 269 inzittenden om het leven kwamen. Het wrak en de stoffelijke resten werden niet gevonden.

Opvallend was dat dit keer niet de westerse maar de Sovjet-media uitvoerig aandacht aan het incident schonken. De krant Izvestia kwam zelfs met een tweetal series van maar liefst 31 artikelen waarin de journalist Andrej Illesj de bewuste nacht reconstrueerde met behulp van verschillende vraaggesprekken met Sovjet-militairen en piloten en van andere nog niet eerder openbaar gemaakte gegevens. Naast de vele details over de zoekoperatie was zijn belangrijkste onthulling dat de Russen het wrak van de Jumbo geborgen hadden en dat piloot Gennadi Osipovitsj de dodelijke raket had afgevuurd. Daarnaast werd duidelijk dat Osipovitsj de Boeing niet had gewaarschuwd met lichtspoormunitie en-of radiocontact had gezocht.

De serie in Izvestia kwam voor de ”KAL 007-vorsers' niet als een verrassing. Eind 1990 vroegen de Amerikaanse senatoren Sam Nunn, Carl Levin en Edward Kennedy al in een persoonlijke brief aan president Gorbatsjov om opheldering. Zij wilden namens de nabestaanden weten of de Russen meer wisten over de locatie van het wrak en vroegen wat er gebeurd was met de stoffelijke resten van de passagiers. Van Gorbatsjov was nog geen reactie ontvangen, maar een indirect en zeer uitvoerig antwoord kwam nu via Izvestia. Het initiatief van de senatoren was er één van de vele die de afgelopen jaren in de Senaat werden genomen om opheldering te krijgen. Initiatieven die mede voortkwamen uit de wassende stroom nieuwe onthullingen over de dramatische en nooit opgehelderde vlucht.

Verdenking

In de laatste jaren zijn vele theorieën de revue gepasseerd. Sommige deskundigen beweerden dat ”KAL 007' per ongeluk van zijn route was afgeweken; hun bewijsvoering was echter verre van waterdicht. Anderen stelden dat het toestel met opzet, maar om onduidelijke redenen, de bewuste route had gevlogen. Een Amerikaanse federale jury kwam tot eenzelfde mening en besliste in 1989 dat de bemanning zich roekeloos had gedragen.

Een derde stroming meent dat de Boeing betrokken was bij een ”intelligence'-operatie. Dat is ook de visie van R. W. Johnson die in zijn studie stelt dat de vlucht niet zo onschuldig was als wordt beweerd. Volgens hem is het nagenoeg uitgesloten dat de bemanning niets geweten heeft van de route-afwijking en de daaropvolgende penetratie van het Sovjet-luchtruim. Volgens Johnson heeft de piloot de gevlogen route zelfs vooraf gepland.

Welke aanwijzingen heeft deze derde stroming nu aangedragen voor de verdenking dat KAL 007 bewust een afwijkende route heeft gevlogen? Naast talrijke kleine indicaties wordt de belangrijkste aanwijzing volgens deze groep gevormd door een in Anchorage achtergelaten kopie van het vluchtplan waarop de route, afstanden en vluchttijden staan vermeld. Die daarop gemaakte notities van piloot Chun zijn volgens diverse auteurs op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Hij krabbelde ”1501 NM' (Nautical Miles) en ”3 HR 22 Min' neer. Uit berekeningen is duidelijk geworden dat op de gevlogen route de afstand tussen Anchorage en de rand van het Russische luchtruim ongeveer 1501 NM is. Tevens bleek dat Chun de kustlijn van Kamtsjatka passeerde precies 3 uur en 22 minuten na vertrek uit Alaska. Midden op het vluchtplan stond bovendien bij een bepaald tijdstip ”250 NM' geschreven. In vergelijking met zijn normale route was Chun op dat moment 250 NM afgeweken. Tot slot krabbelde Chun onderaan het getal 18.26 neer. Bizarre cijfers: op dat tijdstip werd KAL 007 neergeschoten. Het was echter ook het moment waarop de Boeing op een enkele minuut na weer het internationale luchtruim zou hebben bereikt.

Het opmerkelijkst was echter, volgens de aanhangers van het ”intelligence scenario', de laatste boodschap van Chun vlak voor het neerstorten. Om 18.26 uur werd het toestel door één of twee raketten geraakt. Pas 40 seconden daarna meldde de bemanning zich bij de verkeerstoren van Tokio. Terwijl in dit soort noodsituaties elke seconde van levensbelang is, wachtte Chun dus meer dan een halve minuut met zijn oproep. De inhoud van de oproep zelf was niet minder merkwaardig. Chun meldde zich gewoon met ”Tokyo. Dit is KAL 007'. Van een ”May Day'-signaal of een andere noodkreet was geen sprake terwijl op dat moment het getroffen toestel met vele technische storingen en zwaar decompressieverlies al aan een steile duikvlucht was begonnen.

Uit het kalme gedrag van de bemanning zou men haast afleiden dat de Boeing helemaal niet was geraakt. Uit geluidsanalyses, door vooraanstaande Amerikaanse experts gemaakt, is overigens gebleken dat op dezelfde geluidsband een aantal stemmen van piloten van niet-Koreaanse origine te horen is. Stemmen waaruit is op te maken dat de piloten wèl ernstig in de problemen zaten.

Zwarte doos

Aan welk scenario men ook geloof hecht, het mysterie zou in de dagen na de ramp alleen maar groter worden. Terwijl de westerse propaganda op volle toeren draaide en de ”evil empire'-retoriek van de regering-Reagan zich op de Sovjet-Unie stortte, verwachtte iedereen dat het wrak en vooral de zwarte doos snel antwoord zou geven op de vraag waarom de Boeing zover van haar route was afgeweken en of de bemanning zich bewust was van de achtervolgende Sovjet-jagers. Probleem was echter dat geen van de zoekende partijen (Amerikanen, Russen, Japanners en Zuidkoreanen) er de eerste drie maanden in slaagde om, ondanks de meest geavanceerde apparatuur, de Boeing 747 - één van de grootste vliegtuigen ter wereld - op de zeebodem bij het Sovjet-eiland Moneron te lokaliseren. Aan de diepte kon het niet hebben gelegen; die varieerde van 50 tot 350 meter wat voor een dergelijke zoekactie bijna ideaal genoemd mag worden. Daarnaast bleek niemand in staat de zwarte doos te vinden met alle vluchtgegevens en de geregistreerde gesprekken van de cockpit-bemanning. Bij vergelijkbare ongelukken komt de zwarte doos meestal binnen enkele uren of dagen boven water, geholpen door het feit dat deze ruim twee weken lang signalen blijft uitzenden om het zoeken te vergemakkelijken.

Geen ”May Day'-signaal of andere noodkreet; een bemanning die rustig de verkeerstoren in Tokio oproept; een onvindbaar wrak en een spoorloze zwarte doos - de vraag dringt zich op: werd KAL 007 die nacht wel neergeschoten bij Sachalin? Te meer daar de eerste wrakstukken van de Boeing pas na zeven, acht dagen op de stranden van het Japanse eiland Wakkanai aanspoelden. Gezien de nabijheid van de vermeende ”crash site' had dit eigenlijk al na één of twee dagen moeten geschieden.

Onder de onderzoekers heeft zich inmiddels een vierde stroming aangediend. De Franse piloot Michel Brun en de gepensioneerde Amerikaanse diplomaat John Keppel hebben nu op basis van een uitvoerig nieuw onderzoek, met gebruikmaking van nieuwe gegevens èn van alle bekende feiten over de vlucht en over de afloop, een nieuwe theorie ontworpen. Zij komen tot de conclusie dat de Boeing die nacht niet om 18.26 uur boven Sachalin is neergeschoten, maar ongeveer drie kwartier later ruim 500 kilometer zuidelijker. Welke bewijzen en aanwijzingen hebben zij voor deze onthulling?

Allereerst vonden ook zij het merkwaardig dat pas na één week brokstukken van KAL 007 in Japan aanspoelden. Bij nadere analyse van de foto's van wrakstukken die de Japanse politie in de eerste dagen na de ramp aan de pers had getoond, bleek het soms te gaan om onderdelen die niet afkomstig waren van de Boeing maar van militaire toestellen. Zo zou op één foto een deel van een schietstoel te zien zijn, die in de burgerluchtvaart niet voorkomt. Ook vrijgegeven brokstukken wekten de indruk van een militaire toestel afkomstig te zijn. Hierbij moet overigens worden aangetekend dat de vondst van dit soort wrakstukken in deze regio niet alles zegt, omdat daar de afgelopen jaren tientallen Westerse militaire toestellen na een ongeluk zijn neergestort. Daar staat tegenover dat de wrakstukken door de Japanse marine direct na de ramp uit zee werden opgevist en dus vermoedelijk van zeer recente datum waren.

Daarnaast achtten Brun een Keppel het ontbreken van aangespoelde lichamen een vreemde zaak. Slechts één kinderlichaampje, acht dagen na de ramp op een Japans strand gevonden, werd geborgen. Vervolgens concentreerden zij zich op de plaats van de crash en bestudeerden daartoe de zeestraat tussen Sakhalin en het Russische vasteland. Daar bleek slechts één dominante stroming te zijn: van zuid naar noord. Hoewel dat gezien de stroming toch voor de hand had gelegen, had de Japanse marine, ten noorden van de crash site bij het eiland Moneron gestationeerd, volgens de officiële logboeken geen wrakstukken aangetroffen. Brun en Keppel begonnen te vermoeden dat die nacht boven Sachalin vermoedelijk niet KAL 007 was neergehaald, maar wellicht één of meer militaire toestellen van Amerikaanse makelij, ook al doordat op sommige aangespoelde wrakstukken de woorden ”military pipewrap' vermeld stonden. Zij bleken afkomstig te zijn van Northrop, Amerikaans producent van militaire vliegtuigen.

Hun vermoeden werd nog versterkt toen zij zich zetten aan een analyse van de Japanse radardata over de vlucht van KAL 007 boven Sachalin, gegevens die eerder door de regering waren vrijgegeven na grote druk uit het parlement. Op basis van deze data en de geluidsbanden van de gesprekken van de Sovjet-vliegers die de Amerikanen in de Veiligheidsraad hadden afgespeeld, constateerden zij dat de Russische jagers die nacht boven Sachalin met méér bezig waren geweest dan het achtervolgen van de relatief langzame Boeing. De onderscheppingsjagers bleken regelmatig snel te klimmen of scherp te dalen waarbij grote hoogteverschillen optraden. Daarnaast veranderden de vijf of zes jagers regelmatig van koers wat niet nodig was geweest als men alléén de langzame en in een rechte lijn vliegende Boeing had achtervolgd. Volgens Brun en Keppel maakten de Japanse radardata en andere gegevens duidelijk dat hier sprake was geweest van een heus luchtgevecht; zij kwamen tot een drietal crash sites.

Deze theorie werd min of bevestigd door enkele uitspraken in de artikelenserie in de Izvestia. Een luchtgevecht waarbij militaire toestellen zouden zijn neergeschoten, verklaart waarom in de eerste dagen militaire wrakstukken werden gevonden, maar niet de zwarte doos van KAL 007. Het onderzoeksduo vermoedde dat een Amerikaanse RC-135 (een omgebouwde Boeing 707) bij het luchtgevecht betrokken was. De RC-135 (met een bemanning van circa 30 mensen) is een oude bekende voor de Sovjets, deze spionagevliegtuigen vliegen bijna permanent langs de Russische kust om alle communicatieverbindingen af te luisteren. Tot hier is hun theorie vrij speculatief, harde bewijzen ontbreken nog.

Brun en Keppel stelden zich vervolgens de vraag: wat gebeurde er met KAL 007? Rekening houdend met de krachtige zuid-noord-stroming en met het feit dat de eerste wrakstukken pas na ruim zeven dagen waren aangespoeld op de stranden in het noorden van Wakkanai, stippelden zij uit waar de Boeing zou zijn neergestort. Zij kwamen uit op een plek vlak bij het Japanse eilandje Okushiri in de buurt van de Straat van Tsugaru die Hokkaido van Honshu scheidt, ruim 500 kilometer ten zuiden van de oorspronkelijke plaats van neerstorten.

Als dit zo is, dan zouden er op de stranden in het noorden van Honshu en het zuiden van Wakkanai ook wrakstukken aangespoeld moeten zijn. Twee keer, in 1989 en 1990, bezocht Brun dit onherbergzame gebied en ontdekte tot zijn verbazing dat er inderdaad honderden brokstukken op de stranden lagen. Stukken in de kleur van Korean Airlines, variërend van een deel van de vliegtuigbodem (2 bij 3 meter) tot en met waaiers die eerste-klaspassagiers aan boord krijgen uitgereikt. Stukken die gezien de heersende zeestroming daar onmogelijk terecht hadden kunnen komen als KAL 007 bij Moneron was neergestort, wat door een rapport van de hydrografische afdeling van de Japanse marine werd bevestigd.

Stemanalyse

Als KAL 007 nog 45 minuten is doorgevlogen - heeft Chun in die resterende vliegtijd dan nog met iemand radiocontact gehad? Brun en Keppel werden opnieuw geholpen door acties van het Japanse parlement. Na veel pressie moest de regering uiteindelijk de geluidsbanden van de verkeerstoren in Tokio vrijgeven. De twee beluisterden de band over het tijdvak ná 18.26 uur, wat geen onderzoeker eerder had gedaan. Waarom zou men ook: het toestel was immers op dat tijdstip neergeschoten. Zij herkenden twee maal Chuns stem die kort in gesprek was met de bemanning van twee zustervliegtuigen, de KAL 015 en KAL 050, en wel respectievelijk 18 en 45 minuten na de ”crash'.

Het bewijs dat zij het met het identificeren van Chuns stem bij het rechte eind hadden, werd onlangs bevestigd door een stemanalyse in een laboratorium in Tokio door één van de meest vooraanstaande Japanse experts op geluidsgebied, dr. K. Tsuboi. Met behulp van speciale computers maakte hij een ”vingerafdruk' van Chuns stem; daaruit bleek dat Chun ten minste nog twee keer sprak. De Koreaanse Boeing was dus drie kwartier na de veronderstelde vernietiging nog steeds in de lucht.

De stemanalyse maakte nog iets duidelijk. Allereerst bleek de stem van Gennadi Osipovitsj niet dezelfde te zijn als die van de piloot die aan zijn grondstation meedeelde het doelwit vernietigd te hebben. Ook de zenders van de vliegtuigen lieten andere ”vingerafdrukken' achter. Was Isvestia gedesinformeerd, of schoot de geïnterviewde Osipovitsj een ander toestel neer?

Het is een opmerkelijke theorie, maar stel dat de Russen die nacht militaire toestellen maar niet de Koreaanse Boeing hebben getroffen - wie heeft dàn KAL 007 neergeschoten? Op dit centrale punt aangeland, houden beide onderzoekers het vooralsnog op een ”Vincennes'-scenario, genoemd naar het Amerikaanse oorlogsschip dat in 1988 bij vergissing een Iraanse Airbus boven de Perzische Golf neerschoot - de Amerikaanse commandant meende dat zijn schip door een Iraanse jager werd aangevallen. Brun en Keppel blijven echter vaag over de identiteit van de mogelijke dader.

Hun theorie leidt tot tweeërlei opvatting. Zij beantwoordt talrijke openstaande vragen zoals: waarom gaf de bemanning geen noodsignaal, waarom werd de zwarte doos niet bij Moneron gevonden, waarom werden in de eerste dagen slechts militaire wrakstukken opgevist, waarom spoelden pas na zeven dagen de eerste brokstukken van de Boeing aan, waarom zijn er bij Moneron geen lichamen aangetroffen?

Anderzijds doemen vragen op die de validiteit van hun theorie aantasten. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat het neerschieten van een RC-135 met circa 30 man zo lang geheim kan worden gehouden. De laatste keer dat dit type boven zee verongelukte was op 5 juni 1969 in de Beringzee en volgens officiële gegevens is in 1983 geen enkele RC-135 neergestort. Als er een of meer militaire vliegtuigen zijn neergeschoten, dan moet eerder worden gedacht aan kleinere toestellen met één of twee piloten. Dáár staat weer tegenover dat deze RC-135's zijn uitgerust met Pratt & Whitney-motoren en een deel van een motor met een logo van dit merk door de Japanners op 2 september 1983 in zee is gevonden. Belangrijker is dat dit logo afwijkt van dat van de Pratt & Whitney-motoren waarmee de KAL 007 was uitgerust.

Tevens kan men zich afvragen waarom Chun na zijn ”ontsnapping' zich niet meldde bij de verkeerstoren van Tokio. Wilde hij heimelijk doorvliegen om zo weer op zijn officiële route te komen? En waarom zond Chun geen ”May Day' uit toen hij werkelijk werd neergehaald - was hij daartoe niet meer in staat? Waarom werd KAL 007 na Sachalin niet ”opgepikt' door Japanse civiele en militaire radarposten? En wat is de reden dat de bemanningen van KAL 015 en KAL 050 nooit in het openbaar hebben meegedeeld dat ze nog contact hadden met Chun? Vragen waarop nog geen overtuigende antwoorden zijn gegeven.

Niettemin waren de bevindingen van Brun en Keppel voor de senatoren Nunn, Levin en Kennedy voldoende aanleiding om Gorbatsjov een brief te schrijven. De theorie van de twee onderzoekers is intussen aan de orde gesteld in Izvestia. Zowel de eerste als de tweede serie artikelen in die krant bood verscheidene aanknopingspunten die steun verleenden aan hun vermoedens. De artikelen vormden overigens een weinig fraaie mengeling van informatie en desinformatie. Zo beweerde één duiker de staart met het logo van Korean Air geborgen te hebben. Hij beschreef dit als een cirkel met twee komma's. Een juiste beschrijving: alléén, het door de duiker omschreven logo is pas na 1985 bij Korean Air ingevoerd. In 1983 stelde het nog een kraanvogel voor.

Aan de ”informatiekant' viel een aantal zaken op, zoals het ontbreken van enige beschrijving van rijen vliegtuigstoelen en daarboven bengelende zuurstofmaskers. Interessanter waren echter de verklaringen van de Sovjet-duikers. Alle geïnterviewde duikers spraken er hun verbazing over uit dat hun verwachting - het aantreffen van een ”kerkhof' met meer dan 260 lichamen in de wrakstukken op de zeebodem bij Moneron - niet was uitgekomen. Zij troffen slechts enkele lijken aan. Voorts spraken zij van rollen papier, zwarte dozen, tape-recorders, vliegerspakken, radio-apparatuur, enzovoorts. Ook het ontbreken van koffers en grote tassen werd regelmatig aangestipt. Eén duiker vroeg zich af of hij wel een passagiersvliegtuig op de zeebodem had gevonden. Een andere duiker: ””Het vliegtuig zat vol met rommel, maar er zaten absoluut geen passagiers in.'' Sommige duikers maakten juist weer melding van kinderspeelgoed en babykleding.

Uit de interviews valt op te maken dat drie groepen duikers op drie locaties een zwarte doos hadden gevonden. Dit wijst dus op verschillende crash sites en vormt een aanwijzing dat de theorie van Brun en Keppel, dat er meer dan één militair toestel is neergeschoten, zou kunnen kloppen.

Als Brun en Keppel gelijk hebben en de Boeing in de nacht van 1 september 1983 niet door de Sovjets is neergehaald - welk motief heeft Moskou dan gehad om de gebeurtenissen geheim te houden? De vertegenwoordigers van de nieuwe stroming kunnen daarover slechts speculeren. Een mogelijkheid is dat de Sovjets pas na enkele weken de juiste toedracht hebben ontdekt. Het kan zijn dat hun radar slecht werkte, dat hun jachtvliegtuigen niet in staat waren de langzame Jumbo te onderscheppen en neer te schieten en dat zij daarna hun militaire falen niet hebben willen toegeven.

Een andere optie werd aangedragen door de belangrijke KGB-officier (en Britse spion) Oleg Gordievsky die in 1985 uit Moskou werd gesmokkeld. Hij onthulde, eenmaal in het Westen, dat in het late najaar van 1983 het Kremlin dicht bij de ”panick button' is geweest. Men vreesde al enige tijd een nucleaire aanval door de Verenigde Staten en hun bondgenoten. Paranoïa van Andropov en de zijnen? Als Gordievsky de waarheid spreekt, ligt het voor de hand dat Moskou zich in een diep zwijgen heeft gehuld. Als Moskou de feiten openbaar had gemaakt, zou dat in de toen heersende sfeer van wantrouwen door Washington als een provocatie, mogelijk zelfs als een casus belli zijn opgevat.

Een andere mogelijkheid is dat een deal is gesloten: beide partijen hebben besloten de werkelijke toedracht in de doofpot te stoppen. Een geïnterviewde KGB-officier stelt dit zelfs onomwonden in één van de Izvestia-artikelen. Feit is dat het Sovjet-ministerie van defensie alle moeite heeft gedaan om de serie tegen te houden, terwijl het ministerie van buitenlandse zaken en de KGB alle medewerking hebben geweigerd.

Het Westen zowel als de Sovjets hebben voldoende motieven om de affaire permanent in de doofpot te houden. Nog op 8 augustus heeft Gorbatsjov de Koreaanse familieleden van de overledenen uitgenodigd voor een herdenkingsdienst op de ”crash site'. Als dit gezien de huidige situatie in de Sovjet-Unie nog doorgaat, komen 120 Koreanen naar Sachalin. De intrigerende vraag is alleen: naar welke ”crash site'?