Cocaïnehandel Surinaams leger; Justitie al in 1985 ingelicht door CRI

MIAMI-ROTTERDAM, 31 AUG. De Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) heeft in 1985 en in 1986 al rapporten gestuurd naar het ministerie van justitie over het feit dat de Surinaamse legerleiding betrokken was bij de handel in cocaïne.

Een Nederlandse undercover-operatie op de Antillen die in 1985 zou hebben geleid tot de arrestatie in Nederland van de plaatsvervanger van legerleider D. Bouterse, luitenant E. Boerenveen, werd op het laatste moment op last van de CRI afgeblazen omdat de actie “politiek te gevoelig” werd geacht. Dit blijkt uit verklaringen van welingelichte justitiële bronnen in de Verenigde Staten en Nederland.

De toenmalige minister van justitie Korthals Altes (VVD) verklaart desgevraagd nooit iets over een dergelijke politie-operatie te hebben vernomen. “Ik kreeg pas in 1988 allerlei rapportages over de vermoedelijke rol van de Surinaamse legerleiding bij handel in cocaïne. Omstreeks die tijd werd ik ook gewaarschuwd door Kamerlid Dijkstal (VVD) dat de CRI informatie over de drugsscene voor me achterhield. Ik heb toen het toezicht van het openbaar ministerie op de CRI verbeterd.” Sinds 1985 hebben opeenvolgende bewindslieden steeds op Kamervragen geantwoord dat de Nederlandse regering niet over informatie beschikt dat de Surinaamse legerleiding betrokken is bij drugshandel.

Nadat de politie een tip kreeg dat het Colombiaanse Medellin-kartel een drugslijn naar Nederland wilde opzetten via Suriname, werd in november 1984 in overleg met de CRI en na goedkeuring van het openbaar ministerie een Nederlandse informant gestuurd naar Aruba. In samenwerking met een CRI-agent op Curaçao legde deze contact met de Surinaamse drugshandelaren. Vanuit Suriname werd uiteindelijk Boerenveen voor onderhandelingen naar Aruba gestuurd.

Toen de CRI-functionaris over de rol van Boerenveen aan Den Haag met de diplomatieke post een rapport stuurde inclusief foto's die heimelijk van Boerenveen op Aruba waren gemaakt, en ook werd gemeld dat Surinames tweede man bereid was naar Nederland te komen voor de afhandeling van coke-transacties, kreeg de politie van de CRI in Den Haag de opdracht de hele operatie onmiddellijk te beëindigen.

Uit frustratie heeft de politie de reeds verzamelde informatie doorgegeven aan de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA. Door undercoveragenten van de DEA zijn de contacten voortgezet, hetgeen op 24 maart 1986 resulteerde in de aanhouding van Boerenveen en twee medeplichtigen in Miami.

Een welingelichte politiebron bevestigt dat bij de CRI naar aanleiding van de "Boerenveen-operatie' in zeer kleine kring de rapporten over de betrokkenheid van de Surinaamse legertop bij de cocaïnehandel zijn opgesteld. De rapporten zijn destijds ook direct doorgestuurd naar Justitie. Volgens deze bron zijn er bij de CRI en bij het departement vervolgens “verscheidene schriftelijke stukken verdwenen”.

Een woordvoerster van Justitie zegt dat op het departement “niets bekend is” over rapporten van de CRI betreffende de Surinaamse cocaïnehandel.

Een woordvoerder van de CRI zegt in een reactie geen reden te hebben om aan te nemen dat door de CRI informatie is achtergehouden. “We hebben op zeer frequente basis contact met de departementsleiding van Justitie. We wisselen zeer frequent informatie uit.” De woordvoerder zei verder dat de CRI geen informatie geeft over operaties.