Charpentiers cantate hoogtepunt op tiende Festival Oude Muziek

Holland Festival Oude Muziek 1991. Concerten door Les Arts Florissants, Hespèrion XX en Madrigalisti di Padova. Gehoord: 30- 8 op diverse plaatsen in Utrecht. TV-uitzending: Ned. 3, NOS, 31-8 van 20.20-22.00 uur.

Een lange, lange rij van muziekliefhebbers stond gistermiddag uiterst gedisciplineerd te wachten, als voor het Mausoleum van Lenin, vanaf de Oude Gracht tot rond het plein voor de Utrechtse Jacobikerk. Is het communisme bijkans uitgestorven, het Holland Festival Oude Muziek, dat gisteren voor de tiende keer is begonnen, blijkt nog steeds een springlevende zaak.

Alle talen worden er gesproken, met name veel Engels - zou dat die discipline kunnen verklaren? - en dat werd weerspiegeld in de laatste produktie, 's avonds laat in Tivoli, verzorgd door de madrigalisten van Padua, tezamen met het continuo ensemble Tragicomedia en TAG Teatro Venezia. Want in Diversi linguaggi, een madrigaalkomedie voor negen stemmen uit Orazio Vecchi's verzamelbundel Selva di varia ricreatione uit 1590, gebaseerd op een quodlibet van Luca Marenzio, hoort men gelijktijdig zowel Latijn, Duits als Italiaans. De laatste taal nog eens te onderscheiden in Toscaans (taal der minnaars), Bolognees (geleerden), Venetiaans (kooplieden) en Bergamaskisch (personeel).

Het quodlibet vat aan het eind van de compositie alle voorgaande teksten nog eens samen met als nieuwe negende tekst: Fate ben per voi (Doe goed) in de vorm van een zeventienvoudig ostinato op steeds dezelfde toonhoogte. Deze aansporing verwijst naar een excentrieke kluizenaar als historische persoon, en natuurlijk jammert ook deze naar goed volkstheatergebruik in de zaal dwars door de muziek heen. Een belangrijk werk, zoals bijvoorbeeld L'Amfiparnaso, zou ik Diversi linguaggi niet willen noemen, zodat al die commedia dell'arte-interjecties gisteravond bijzonder welkom waren. Men hoefde zich niet te vervelen.

Mystiek

Het ensemble Tragicomedia liet een instrumentje horen, de tamboerijn, dat ik node heb gemist bij Hespèrion XX op het concert in Vredenburg. Want de dansen uit het repertoire van de in feestelijkheden met Venetië wedijverende hanzestad Hamburg, klonken daar mild maar niet wild. Het centrale gambakwintet van Jordi Savall bracht voortdurend een mystiek gonzende toets aan, een donkergouden tint, waar een zilver-tinkelende klank vaak beter op zijn plaats was geweest. Toch beschikten deze musici over datgene dat gemist werd op het voorgaande concert in de Jacobikerk, te weten een buitengewoon rijk continuo-instrumentarium bestaande uit clavecimbel, orgel, fagot, violone en theorbe.

Les Arts Florissants hield het in de Jacobikerk uiterst sober, William Christie beperkte zich tot clavecimbel, orgel em gamba. Jammer, want de Franse componisten uit de laat-renaissance kunnen veel flamboyanter klinken. De zangstemmen waren daarentegen ronduit schitterend. Veronique Gens en Noémie Rime excelleerden in Couperins Troisième leçon de ténèbre (de eerste sopraan met grote allure, de tweede wat voorzichtiger, toch mooi mengend in het ensemble) en Gérard Lesne tekende vooral heel knap de "zuchtende' intimiteit van de Deuxième leçon.

Het absolute hoogtepunt, zowel van dit concert als van de hele dag, vormde zonder enige twijfel Marc-Antoine Charpentiers Le reniement de Saint Pierre. Het is een betrekkelijk korte cantate, die het verhaal van Petrus' verloochening sober vertelt, recitativisch met slechts enkele koren. Mooie muziek, maar aanvankelijk zeker niet beter dan het voorbeeld Carissimi. In plaats van een sobere afsluiting liet Charpentier zich verleiden tot een aangrijpende koorscène op de woorden "En Petrus ging naar buiten en begon bitter te wenen'. Zeldzaam wringende muziek in een ongrijpbare mengeling van extravert en introvert, dramatisch en beschouwelijk tegelijk. Voor deze uitvoering hebben al die honderden festivalgangers graag gewacht: Even zovele bedevaartgangers op weg naar het levende mausoleum van de Oude Muziek. Dansen en grappen zijn welkom als lardering, maar waar het werkelijk om gaat wist Adam von Fulda zo treffend te verwoorden: "Musica = meditatio mortis'.