Boris en Georgi

Het Nederlandse televisienieuws....

U ook al? Over het televisienieuws? Dat het niet goed is? Brrr, grrr? CNN beter?

Nee! Ik geloof dat ik iets nieuws weet over het Nederlandse televisienieuws. Het is het beste nieuws in het bieden van twee mogelijkheden: òf de omroeper ziet er zo interessant uit dat het nieuws niet meer tot je doordringt, òf je merkt dat er nieuws is maar dan zie je de omroeper niet.

U bent in de war met de radio.

Ik noem een voorbeeld. In Rusland is de communistische partij afgeschaft maar op het Rode Plein staan de Russen nog altijd in de rij voor Lenin. Het was te zien op het journaal. Dat is een van die raadsels in miniatuur waarvan ik niet genoeg kan krijgen. Ik had het nog wel een paar keer willen zien.

Gelukkig! Nu neemt uw stukje weer de vertrouwde belangwekkende wending. Hebt u Lenin ook weleens bezocht?

Zeker. Op een winterochtend ben ik in de rij gaan staan, langzaam, kleumend naderbij geschuifeld, en daar was het moment: ik werd tot de zwaar bewaakte gebalsemde toegelaten. Dat ging gepaard met gemengde gevoelens. De aanblik van een dode is op zichzelf al een raadsel, altijd. Daarbij komt dat Lenin een van de meest historische doden van onze eeuw is. Je moet een paar trappen af en dan zie je hem liggen, in een schemerige ruimte, glazen kist, zo herkenbaar als hij dat op schilderijen en standbeelden is. Dat was indrukwekkend en op een geluidloze manier sensationeel. Maar ook dacht ik aan Erich Wichmans opstel Lenin stinkt. Het hele bezoek duurt maar een minuut, op z'n hoogst, en dan sta je weer buiten in de sneeuw onder de grauwe Moskouse hemel bij de muur van het Kremlin. Die kleine schok van de geschiedenis heb je opgenomen in je verzameling, op het plankje van de mooiste bric-à-brac, tussen de ontmoeting met Kissinger, het militaire kerkhof van Notre Dame de Lorette, nog een stuk of wat grafstenen en gedenkplaten en het Mausoleum in Sofia.

Waarom staat er nog altijd een rij voor Lenin? Uit gewoonte? Omdat ontelbare communisten het nog niet kunnen geloven? Omdat er heel wat zullen denken dat ze hun laatste kans moeten grijpen? Voor alle zekerheid, omdat je nooit kunt weten? Hoe lang zal hij daar nog blijven liggen? Wie zal de volgende bewoner van het Mausoleum zijn? Het televisiejournaal gaf geen antwoord.

Andere vragen zijn dan ook dringender. Hoe groot is Boris Jeltsin? Zal hij het tot staatsman brengen en misschien ook tot in het Mausoleum? Zo vreemd is die vraag niet, want ook van Lenin had niemand in 1917 voorspeld dat men zeker tot augustus 1991 voor hem in de rij zou staan, zoals voor alles in Moskou.

Over Boris Jeltsin is een werelddiscussie ontstaan. De New York Times heeft hem in een hoofdartikel geprezen om zijn moed maar hem aangeraden zich voortaan wat beschaafder te gedragen. Daarop is Jim Hoagland, columnist van de Washington Post, voor Jeltsin in de bres gesprongen: "Hoera voor de reuzendoders Jeltsin en Landsbergis, de vaders van deze revolutie!' Hoagland schrijft: ""Deze revolutie is te danken aan een paar koppige onaangepasten die hun tijd hebben gebruikt om anderen te hinderen met hun visie, in plaats van zich te verdiepen in het Hoe hoort het eigenlijk van de smaakvolle en beleefde opstand, of zich te storen aan de roep om voorzichtigheid en compromis, zoals George Bush en praktisch iedere wereldleider die heeft laten horen.''

Zo kom ik vanzelf terug tot de bric-à-brac van mijn geheugen. Ik was zes en bekeek een plaatje in het fotoweekblad Het Leven. Een dikke man, rijbroek, hemd, stond wijdbeens in een grote zaal, een zweep gebogen tussen zijn handen. Tegenover hem, achter een hekje, stond iemand die naar hem luisterde. De dikke was Göring, degene die luisterde Dimitrov. Hij werd ervan beschuldigd te hebben meegedaan aan het stichten van de brand in de Rijksdag. Als je zes bent, volg je dat allemaal nog niet op de voet, maar wat me nog wel duidelijk voor de geest staat is dat dit een plaatje van geweld was. Men weet: Dimitrov heeft toen tegen Göring geen krimp gegeven.

Na de oorlog begon ik Ter Braak te lezen. Ik heb het Verzameld Werk niet bij de hand, ik put uit m'n geheugen. In het derde deel van het V.W. heeft Ter Braak het aan de stok met de "altijd zo betrouwbare, altijd beschaafde overzichtschrijver van de NRC' die in 1933 Dimitrov een "schilderachtige struikrover' heeft genoemd. Misschien, schrijft Ter Braak, is hij dat ook wel, maar wat doet dat ertoe als je, alzijdig omgeven door de vijand, de hoofdman van die terroristenbende dusdanig van katoen geeft dat hij verstomt? Op dat ogenblik draagt Dimitrov de onversneden, mateloze bewondering van de Nederlandse essayist weg.

Jaren later kom ik toevallig in Leipzig, nog DDR. Daar staat het voormalige Rijksgerechtsgebouw waarin volgens overlevering - zeker is het niet meer - althans een deel van het Rijksdagproces is gevoerd. Je mag er gratis in. De rechtszaal, beweerde de suppoost, was in oorspronkelijke staat. Muf. Donkerbruine lambrizeringen, hoog plafond, vaal groen laken over de tafels, en het hekje dat ik me uit Het Leven herinnerde. Ik was de enige bezoeker. In een vitrine lag het knijpbrilletje van Dimitrov, een zakdoek en wat de verdachte verder was gelaten. Er was ook een geluidsinstallatie die je zelf in werking kon stellen. Druk op de knop: daar klonken het nasaal geschreeuw van Göring, het gekras van de rechter en de bijterige antwoorden van de "schilderachtige struikrover'. Er was praktisch niets van te verstaan, maar de schorre klanken overbrugden de jaren. Meer dan dertig jaar geleden was het toen niet; ik luisterde naar een wederopstanding.

Weer gaan jaren voorbij. Ik kom in Sofia, het is een zomerse zondagochtend, ik maak een wandeling, ontdek een door soldaten bewaakt soort tempeltje en ontcijfer het opschrift: MAUSOLEUM DIMITROV. Eindelijk een persoonlijke ontmoeting! Er zijn mensen die je je hele leven van veraf blijven vergezellen, en dan, toevallig op een zondagochtend word je overvallen door het eindelijk nabij-zijn. Het is niet te versmaden.

Ik weet dat ik sommige van deze belevenissen al eens heb opgeschreven, maar telkens weer hebben ze een vervolg gekregen en het valt niet te begrijpen zonder de korte inhoud van het voorafgaande die vanzelf steeds langer wordt. Nu weer Jim Hoagland met Boris Jeltsin, de New York Times en, wie weet, de laatste dagen van Lenin. Daarbij horen Ter Braak met Dimitrov, de NRC van toen en Göring.

Als je maar lang genoeg oplet, zie je dat alles met alles samenhangt.

De volgende keer weer over de kleine dieren des velds, de muggen, torren en redactievliegjes.