Arnesen geen schipper naast God, maar meer de apostel van Robson; Een prima dona, die tegenover iedereen de juiste toon aanslaat;

'Vertrouwen op elkaar, dan begint de ploeg te leven'; Van topvoetballer tot elftalbegeleider. Over de opluchting van FRANK ARNESEN toen hij met voetbal moest stoppen. Over grenzen verleggen. En over hoe hij Bobby Robson helpt om PSV weer tot een hechte ploeg te maken.

Frank Arnesen lijkt een zondagskind. Met een brede glimlach danst hij door het leven. Hij maakt overal vrienden. Of het nou gaat om spelers, om supporters of om zakenlieden, hij weet steeds de juiste toon te vinden. Kwestie van respect, zal hij later zeggen. Respect is een stokpaard van de Deen.

Als voetballer leek elk schot, elke passeerbeweging hem al moeiteloos af te gaan. De buiten-sportieve bezigheden na het abrupte einde van zijn voetbalcarrière volbracht hij ogenschijnlijk met een even groot gemak. Hij werd voetbalcommentator van de commerciele Deense tv-zender TV2, fungeerde als gastheer voor de subsponsors bij PSV, trad op als tolk en begeleider van Romario. En met alles wat hij deed, was hij succesvol. Een prima dona, niet alleen op de grasmat. PSV-manager Kees Ploegsma zei over Frank Arnesen: “Alles wat hij aanpakt, doet hij goed.”

Maar het is slechts schijn dat hij flierefluitend van de ene triomf naar de andere fladdert, zegt Frank Arnesen. Hij heeft steeds nieuwe prikkels nodig, maar hij is er tegelijkertijd bang voor. Als ze hem een aanbod doen, hoe buitenissig ook, zal hij nooit onmiddellijk "nee' zeggen, wijs geworden door ervaring. Maar zijn eerste reactie die hij binnenshuis houdt, is steeds afwijzend. Eerst ziet hij alleen maar bezwaren. “Al die excuses die je aanvoert om iets niet te hoeven doen. Omdat je niet durft.”

Pas als hij de angst onder ogen heeft gezien, is hij weer bevattelijk voor de lol van iets nieuws. Zo heeft hij een plaat gemaakt, reclamefilms gedaan. Ondanks aanvankelijke aarzelingen. “Ik heb me nooit door mijn angst laten weerhouden, steeds mijn grenzen verlegd. Ten gunste van mijn zelfvertrouwen.”Daarbij ging hij er nooit vanuit dat het succes hem wel zou komen aanwaaien. Of hij nou commentaar moest geven bij een Italiaanse voetbalwedstrijd, of een potentiële hit moest zingen, hij bereidde zich altijd tot in de puntjes voor. Met een optimale inzet, met grote gedrevenheid. Ook dat heeft te maken met respect, vindt Arnesen. Alles wat je doet, is het waard om goed te doen.

Hij vindt trouwens helemaal niet dat zijn leven een aaneenschakeling van hoogtepunten is. Neem zijn voetballoopbaan. Twaalf jaar topvoetbal bij eerst Ajax, later Valencia en Anderlecht en PSV; 52 keer gespeeld in het Deense elftal. Dat mag voor buitenstaanders dan misschien een glanscarrière zijn. En hij heeft geluk gehad, dat wil hij niet bestrijden. Maar zelf weet hij toch dat het minder goed heeft gedaan dan hij altijd heeft gehoopt. “Er had meer in gezeten.”

Als hij maar niet was getroffen door blessures. Als zijn rechterknie het maar niet had begeven. Andere blessures kwamen daaruit voort, omdat hij zijn handicap door een afwijkende manier van lopen moest compenseren. In totaal is hij tien keer onder het mes geweest. Alleen bij het WK in Mexico, in 1986, speelde hij op de toppen van zijn kunnen, meent Arnesen. Toen was hij ook zo geweldig in vorm. “Ik kon keihard naar de zijlijn sprinten en dan onmiddellijk draaien. Ik voelde mijn knie niet meer.” Dat zorgeloze gevoel is later nooit meer teruggekomen. “Dat is moeilijk voor een speler om te accepteren: dat je dingen die je kon, niet meer kunt.”

Drie jaar geleden, hij was toen in 31 jaar, wist hij al dat zijn carrière op topniveau voorbij was. Hij hoopte nog een keer te schitteren bij PSV in de Europa-Cupfinale. Hij wilde nog een keer meedoen met het Deense nationale elftal bij het EK in Duitsland. Een waardige bekroning. Daarna zou hij zijn carrière besluiten bij een club in Zwitserland. Bij wijze van ontwenningskuur.Het liep anders. Op de achtste mei van het jaar 1988, hij weet nog heel precies die datum, brak hij in de uitwedstrijd tegen DS'79 zijn enkel. De arts wist hem direct na de operatie dat verder voetballen onverantwoord zou zijn. Arnesen verbaast zich achteraf nog altijd over de afstandelijkheid waarmee hij reageerde. Alsof het om een andere persoon ging. “Zo relativerend. Ik kon die weloverwogen professionele analyse van mijn blessure zonder moeite accepteren.”

Hij heeft het medisch vonnis nooit als ramp ervaren. “Eerder als een opluchting. Dat merkte ik later. Ik wilde misschien niet meer. Zes jaar lang had ik altijd met pijn gevoetbald, elke wedstrijd, elke training. Dan gaat de lol er wel af.” Arnesen vindt dat PSV hem destijds uiterst humaan heeft behandeld door zijn contract met een half jaar te verlengen. En hij heeft met volle teugen genoten van die lange revalidatieperiode. “Ik heb keihard getraind, terwijl ik wist dat ik nooit meer zou spelen. Ik voel me lekker als ik kan bewegen. Het leven is met 31 nog niet voorbij.”

Daarna heeft hij "mazzel' gehad, vindt hij zelf. Hoewel hij die mazzel weer grotendeels aan zichzelf had te danken. Hij kent nu eenmaal heel veel mensen dankzij zijn sociale talenten. “Je bent toch je eigen p.r.” Daarbij was hij in Denemarken “wel een beetje geliefd”. “Niet om mijn kwaliteiten, maar door mijn gedrag, door wat ik had doorgemaakt.”

Zo werd hij commentator bij de Deense tv-zender TV2, waar hij leerde om zijn analyses te verwoorden. Zo werd hij gastheer bij PSV, waar hij zijn flair kon trainen. Zo kwam PSV uiteindelijk ook bij hem terecht, toen vorig seizoen een opvolger voor asistent-coach Hans Dorjee moest worden gevonden. Opnieuw was zijn eerste reactie afwijzend. Hij vroeg zich af of hij wel genoeg in huis had voor die baan. Had hij niet met teveel van de PSV-ers samengespeeld om voldoende afstand te kunnen bewaren? En hij had geen enkele ervaring. Maar daarna kregen zijn gretigheid en zelfvertrouwen toch weer de overhand. Hij had toch altijd topvoetbal gespeeld, met trainers, in toporganisaties. Wie zou dan beter geschikt zijn dan juist hij?

Frank Arnesen heeft bij PSV een andere functie dan Hans Dorjee gekregen. Zijn voorganger wierp zich op als de schipper naast God, Arnesen is meer de apostel van Robson. Zelf omschrijft hij zich als “helper”, als “praatpaal”, als intermediair. Hij mag zich ook niet assistent-trainer noemen zoals Hans Dorjee. Zijn taak wordt als elftalbegeleider omschreven, een predikaat dat ook moest dienen om de Vereniging van Oefenmeesters Nederland niet te ontrieven. Desondanks heeft de VVON bij de KNVB een klacht gedeponeerd tegen Arnesen. Omdat de tweede man van PSV niet over de vereiste trainerspapieren beschikt.

Arnesen voelt er weinig voor om dat conflict op scherp te zetten. Hij zegt alleen dat het voetbal gediend is met meer ex-topvoetballers als trainers. “Dat is goed voor de p.r. Beter dan met onderwijzers die alleen maar goed kunnen leren.” Het lijkt hem “fantastisch” als hij in aanmerking zou kunnen komen voor de verkorte trainerscursus die de KNVB wil opzetten voor Nederlandse internationals.

Hij zegt dat het hem honderd procent is meegevallen hoe snel hij de draad heeft opgepakt in zijn nieuwe functie. Tegelijkertijd heeft hij gemerkt dat het niet genoeg is om te weten wat er moet gebeuren. “Je moet het ook kunnen overbrengen. Je moet het ook voor elkaar krijgen. Dat vergt een constante alertheid, voortdurende correcties. Je moet altijd op scherp staan. Anders gaat het fout.” Die noodzaak van voortdurende concentratie en inzet geldt ook voor de spelers, zegt Arnesen. Hij vindt dat het aan die discipline en strijdlust bij PSV nogal eens heeft ontbroken. In de oorzaken wenst hij zich niet te verdiepen. “Dat is iets wat er langzaam insluipt.” Hij beschouwt het wel als zijn opdracht om ervoor te zorgen dat daarin verandering komt.

“Je hebt spelers die de bal moeten veroveren, spelers die de opbouw moeten verzorgen, spelers die de bal moeten voorgeven en spelers die moeten scoren. Ze hebben allemaal hun specifieke waarde. Maar dan moeten ze zich wel aan hun taakomschrijving houden. Ook als die ingaat tegen hun persoonlijke voorkeur. Dat is kwestie van respect voor het elftal: je dienstbaar maken aan een gemeenschappelijk doel.”

“Respect betekent ook elkaar de waarheid durven zeggen, iets van een ander kunnen aannemen. Als iemand roept dat je vijf meter achteruit moet, niet eerst omkijken maar dat doen. Vertrouwen op elkaar. Als je dat voor elkaar krijgt, dan gaat alles vanzelf. Dan huilen ze met elkaar, dan lachen ze met elkaar, dan begint een ploeg te leven.” Nog is het niet zover bij PSV. “Deze ploeg is minder hecht als het elftal dat drie jaar geleden de Europa Cup won”, zegt Frank Arnesen. “Maar ik geloof dat we wel de goede kant uitgaan.” En als zijn avontuur als tweede man voor de verandering nu eens niet uitmondt in succes? “Misschien dat ik dan weer wat p.r. voor PSV ga doen. Ik zie wel. Ik kan nog alle kanten uit.”