Anatoli Sobtsjak, burgemeester van Leningrad, over de coup der 'voormaligen'; 'De putschisten vonden me geen persoonlijk arrestatieteam waard'

Was Boris Jeltsin de held van Moskou, in Leningrad heeft burgemeester Anatoli Sobtsjak een doorslaggevende rol gespeeld bij het breken van de samenzwering. Aan twee verslaggevers van het weekblad Moskovskije Novosti vertelde Sobtsjak, die in Leningrad op handen wordt gedragen, hoe de eerste twee dagen van de coup van uur tot uur verliepen. Uit zijn verhaal blijkt zonneklaar in welke staat van verwarring de staatsgreep het hele repressieve apparaat heeft gebracht en hoe slecht het op zijn taak was voorbereid. Een verslag van de augustusrevolutie in Leningrad

Die nacht bracht ik door in mijn ambtswoning in Moskou. Maandagmorgen vroeg werd ik door de telefoon gewekt: mijn vrienden uit Kazachstan lichtten me in over de staatsgreep (lang leve de verschillende tijdszones). Mijn eerste reactie: ik keek uit het raam. Is het gebouw niet omsingeld? Het is niet omsingeld, anders had ik naar de buren moeten gaan. Ons huis in Krylatskoje is helemaal bewoond door leden van de Opperste Sovjet van de Sovjet-Unie. Ik riep per telefoon mijn auto met bewaker op. Die dag had Oleg dienst (zijn naam noem ik om begrijpelijke redenen niet), maar ik word bewaakt door jongens van Jeltsins ordedienst.

Ik hoorde dat Jeltsin op me wachtte in zijn datsja in Oesov. Dat is achter Archangelskoje. Over de ringweg rijden tanks: een lachertje en een schande. Er staat een brandende tank langs de kant van de weg, helemaal in rook gehuld. Niemand heeft hem aangestoken. Zulke handige jongens hebben wij nu achter het stuur zitten. Veel onaangenamer treft me dat bij de afslag van de ringweg luchtlandingstroepen staan. Ik word niet aangehouden.

De datsja van Jeltsin wordt bewaakt: een man of zes, acht met machinegeweren, meer niet. Ik ging naar binnen en verstijfde. In de kamer zit de hele politieke top van Rusland. Een peloton veiligheidstroepen is voldoende om de hele Russische staat op te ruimen.

Jeltsin vroeg me wat ik hem aanraadde. Ik zeg: ""Jullie moeten het Russische parlement bijeenroepen. Dat moet continu bijeenzijn.'' Jeltsin: ""Dat hebben we al besloten. Ze brengen zo een tekst van een oproep aan de burgers van Rusland, en daarna moeten we beslissen of we hier blijven of weggaan.'' De meningen liepen uiteen, allebei waren riskant. Chasboelatov (Jeltsins plaatsvervanger): ""Ik ga zodra ik de tekst heb, beslissen jullie zelf maar.''

De tekst wordt gebracht. De voorzitter van de Opperste Sovjet van Rusland gaat naar het Witte Huis. Ik geloof dat hij in een gewone auto ging om niet herkend te worden. Ik drong aan dat we achter Chasboelatov aan zouden gaan. Is er een andere weg? Ik ben heel bang voor die luchtlandingstroepen op de ringweg. Er is geen andere weg, behalve te voet.

Ik: ""Het is toch de presidentiële cortège... Laten we de staatsvlag op de auto zetten en op weg. Maar snel.''

Boris Nikolajevitsj kreeg een kogelvrij vest aan. Zijn dochter zei: ""Papa, rustig nou, nu hangt alles alleen van jou af.'' Niemand toonde trouwens enige tekenen van opwinding. Zelfs Naina Josifovna, de vrouw van de president niet. Ik vraag aan Jeltsin of ik nodig ben in het Witte Huis of terug mag naar Leningrad. Hij zegt: ""Ga maar.'' Ik zeg: ""Tot aan de Koetoezov-prospekt rij ik achter jullie aan en dan beslis ik naar bevind van zaken. Als we er doorkomen rijd ik via de ringweg naar Sjeremetjevo (het vliegveld).''

God zij dank waren de luchtlandingstroepen weg. Of ze waren op pad om ons te arresteren en hadden we elkaar misgelopen, of het was een andere bestormingsgroep die, zoals we later hoorden, tien minuten te laat op de datsja in Oesov aankwam. We rijden hard. Voorop politie en daarom laten alle auto's ons door, zelfs de tanks en de pantservoertuigen. De begeleidende auto's dekken Jeltsins auto van beide kanten. Binnen een paar minuten zijn we binnen de ringweg. Verder rijden we over de Roebljovskoje-chaussee. Dat is een nauwe straat, maar ook hier wijken de pantservoertuigen, die ons zien, uit naar de kant van de weg. Gelukkig zijn het er niet veel.

We zijn erdoor. Nu moet ik naar Sjeremetjevo. Daar blijkt het vliegtuig naar Leningrad pas over tweeëneenhalf uur te vertrekken. Achteraf hoorde ik dat er een arrestatiebevel tegen mij was uitgevaardigd. De putschisten hebben ook hier een blunder begaan, ze vonden me geen persoonlijk arrestatieteam waard en gaven de opdracht aan de KGB-troepen op het vliegveld. Die stemden toe. Maar alleen in woord.

Toen ik in de VIP-room zat kwamen er drie binnen. De portier vroeg wie ze waren en ze toonden hun pasjes. Ik zeg tegen Oleg: ""Hou je gereed.'' Hij zegt: ""Ik ken een van hen.'' Ze gingen naar het buffet. Oleg er achteraan. Ze komen samen terug en zeggen dat ze van de dienst ter bestrijding van valutahandel zijn. Ze zijn van plan me tot aan de trap van het vliegtuig te bewaken. Nu heb ik vier bewakers, van wie drie met machinegeweren.

Om geen tijd te verliezen bel ik met Pieter (koosnaam voor Leningrad, Sint Petersburg). Ik geef de Omon (de zwarte baretten) de opdracht de Leningradse televisie te bewaken. Ik laat me inlichten over de situatie. De militair opperbevelhebber van het Leningradse militaire district, generaal Samsonov, is al op de televisie geweest en heeft aangekondigd dat hij de macht in de stad overneemt. Voor het overige is alles rustig, er zijn geen troepen in de stad. Later hoorde ik dat ze van plan waren mij op het vliegveld Poelkovo te arresteren. Maar de Leningradse politiechef Arkadi Kramarev stuurde me op eigen initiatief een auto met Omon-manschappen. En ook mijn medewerkers kwamen me ophalen.

Ik spring de auto in en we razen naar de militaire staf. Mijn bewakers blijven beneden. Later vertelden ze me dat Gidaspovs bodyguard (Boris Gidaspov is Leningrads eerste partijsecretaris) achter mijn rug stralend zijn tong tegen hen had uitgestoken.

Het kantoor van de opperbevelhebber is op de tweede etage. De deur staat wijd open, de kamer is leeg. Ik brul door het gebouw: ""Wat is dat voor rotzooi!'' De werkkamer van de opperbevelhebber is onbewaakt. Ergens vandaan komt een doodverschrikte kolonel aansnellen. In een andere situatie zou hij mij niet hebben toegelaten, maar nu springt hij in de houding. Ik zeg: ""Breng me bij de commandant.'' ""Jawel, maar ze zitten daar te vergaderen...'' ""Breng me er onmiddellijk heen.''

We gaan naar beneden, daar zitten ze, de schatten. Samsonov, Koerkov (chef van de Leningradse KGB), Viktorov (chef van de grenstroepen). En natuurlijk Gidaspov, de eerste communist van de provincie. En ook nog de trouwe democraat, onze weldoener Arkadi Kramarev, die als enige tot ons kamp behoort.

Ik zie dat ze in de war zijn en vanaf de drempel geef ik ze de kans niet hun mond open te doen. Ik spreek een lange rede uit, herinner ze aan generaal Sjaposjnikov, die in 1962 in Novotsjerkassk geweigerd heeft op het volk te schieten. Ik leg uit dat ze uit juridisch oogpunt samenzweerders zijn en dat ze, als ze een vinger durven te krommen, veroordeeld zullen worden zoals de fascisten in Neurenberg.

Ik maak Samsonov verwijten: ""U herinnert zich Tbilisi toch nog wel, generaal? U was toen op 9 april 1989 bijna de enige die zich verstandig gedroeg door het misdadige bevel niet uit te voeren en u in de schaduw terug te trekken. Wat doet u nu? U hebt zich met die bende verbonden. Het is een illegaal comité.''

Samsonov: ""Waarom illegaal, ik heb bevel gekregen...''

""U weet heel goed dat ik een van de opstellers ben van de Wet op de noodtoestand (Sobtsjak is jurist en parlementslid). Er zijn maar vier situaties waarin de noodtoestand mag worden afgekondigd in een concreet gebied. Dat is in geval van een epidemie, een besmettelijke dierenziekte, een aardbeving en massale onlusten. Welke van deze vier gaat op dit moment op?''

Samsonov: ""Maar wij laten de troepen voor alle zekerheid komen. Ik heb een bevel, een gecodeerde boodschap.''

""Laat eens zien.''

""Dat mag ik niet, dat is geheim.''

""Geeft u dan antwoord op de vraag: worden de woorden in de stad Leningrad de noodtoestand instellen in die boodschap gebruikt?''

Samsonov: ""Die woorden staan er niet.''

""Dat weet ik. Denkt u maar aan generaal Rodionov op het eerste Volkscongres van de USSR. Hij heeft op 9 april (in Tbilisi) ook zijn bevoegdheden overschreden. Ze hadden hem slechts bevolen militaire objecten onder bewaking te stellen en hij zette troepen in tegen mensen. Wilt u die weg opgaan?''

Gidaspov: ""Waarom schreeuwt u zo tegen ons?''

""U moet helemáál uw mond houden. Begrijpt u niet dat u met uw aanwezigheid hier uw eigen partij vernietigt? U zou nu niet hier moeten zitten, maar door de straten van Leningrad rennen en schreeuwen dat de CPSU hier niets mee te maken heeft.''

Gidaspov: ""Maar de economie gaat eraan, de industriële produktie daalt...''

""Dat is een leugen. De industriële produktie in Leningrad heeft het eerste halve jaar alle plannen vervuld.'' En tegen Samsonov: ""Viktor Mikolajevitsj, ik verzoek u alles te doen opdat de troepen de stad niet binnentrekken.''

""Goed, dat zal ik doen.''

Ik rij naar het Mariinskipaleis (het gemeentehuis). Daar hoor ik dat onze locoburgemeester admiraal Vjatsjeslav Sjtsjerbakov teruggeroepen is van een dienstreis. Ik spreek met de voorzitter van de Lensovjet (gemeenteraad), Aleksandr Beljajev: ""We moeten de raad bijeenroepen.'' ""Dat is al gebeurd. De gemeenteraadsleden zijn verwittigd.''

Ik spreek met de televisie af dat ik live in het programma Fakt zal optreden. Dat is om 19.20 uur. Met Sjtsjerbakov en Jarov, de voorzitter van de Provinciale Staten, die allebei ongevraagd door de putschisten in hun noodcomité zijn opgenomen, kom ik vijf minuten voor de uitzending de televisiestudio binnen. Boris Petrov, de directeur van de Leningradse televisie, geeft ons zelfs een satellietlijn. We waren ver buiten de grenzen van Leningrad te zien. Ik kreeg de ingeving de Moskouse putschisten "voormaligen' te noemen (de voormalige vice-president, de voormalige minister van defensie, et cetera) en ze bovendien gewoon als "burgers' te betitelen, alsof ze al op het beklaagdenbankje zitten.

Was er tot de avond geen sprake van enig verzet van de bevolking tegen de putsch (de gemeenteraad was nog niet bijeen), het gezamenlijke optreden van de burgemeester, de loco-burgemeester en de voorzitter van de Provinciale Staten doorbrak de verstikkende blokkade van opperste verwarring.

Na de uitzending lieten we Omon-versterking aanrukken. Kramarev was fantastisch. Sjtsjerbakov reed op en neer tussen het Mariinski-paleis en de militaire staf. Op Samsonov wordt uit Moskou vreselijke druk uitgeoefend. De putschisten zijn hysterisch, ze schreeuwen in de telefoon dat hij zich aan de democraten heeft verkocht.

Intussen naderen twee colonnes militaire voertuigen uit het zuiden de stad. Hun bewegingen worden op de voet gevolgd door de politie, die de democratie trouw is gebleven. We moeten barricaden bouwen, maar het is duidelijk dat we niet op tijd zijn. De tanks kunnen over een uur hier zijn. In de buurt van het vliegveld is een parkeerplaats voor zwaar transportmaterieel - trailers en asfaltwalsen. Daarmee kunnen we de weg in tien minuten tijd afsluiten. Maar toen de tanks Gatsjina al voorbij waren, gaf Samsonov me zijn erewoord als officier: hij zal het militaire materieel niet toelaten in de stad. En hij laat de colonne uit Gatsjina afbuigen in de richting van Siverskaja. Hier, op de geboortegrond van de voorvaderen van Poesjkin en Poesjkins kindermeisje, zullen die tanks drie dagen lang op het militaire vliegveld staan.

Hoe is het ons gelukt Samsonov te overreden? Ik weet het niet, maar ik denk met gezond verstand. We zeiden: ""Generaal, ziet u dan niet wat een nietswaardige mensen dat zijn? Zelfs als het ze lukt de macht te grijpen, zullen ze niet in staat zijn haar te behouden.''

De spanning wijkt wat, ik zoek contact met Jeltsin. Ik slaap een uurtje op de bank in mijn werkkamer. Om zes uur 's ochtends ga ik naar de Poetilov-fabriek (tegenwoordig Kirov-fabriek geheten), net op tijd voor de wisseling van de ploegendienst. Bij de ingang staat al een auto met megafoon. We houden een meeting. Daarna ga ik naar de directie van de fabriek om te vragen of zij alle arbeiders die aan de stedelijke demonstratie willen meedoen, vrij wil geven. Wanneer ik wegrijd loopt al een colonne van drie- à vierduizend arbeiders de stakingsboulevard op. Ik zou eigenlijk zelf de colonne tot aan het Paleisplein naar de meeting moeten leiden, maar mijn bewakers achten dat niet verstandig.

Om tien uur 's ochtends stond de hele stad op het Paleisplein voor het Winterpaleis. Hele colonnes moesten afbuigen naar de toegangswegen tot het plein. Het plein is immens, maar de mensenzee was groter. We besloten dat iedereen om 13.00 uur terug zou gaan naar zijn werk. Zo gebeurde het ook, niemand heeft er misbruik van gemaakt. Later vertelde men mij dat zelfs de gevangenen toestemming hebben gevraagd om naar de barricaden te gaan, met de belofte later terug te keren naar hun cellen.

Een van de sprekers was Dmitri Sergejevitsj Lichatsjov, de eerbiedwaardige geleerde en patriot, academicus en volksheld. Het was duidelijk dat de putschisten in Leningrad niet in hun opzet zouden slagen. 's Avonds bedacht ik een vondst: Jeltsin moest Sjtsjerbakov tot militair chef van Leningrad en de provincie maken en ook tot persoonlijke vertegenwoordiger van de president van Rusland en van het defensiecomité van de Russische federatie.

Wat zijn dat voor mensen in Jeltsins equipe? Ze sturen een fax waarin Sjtsjerbakov benoemd wordt tot opperbevelhebber van het Leningradse militaire district. Dat is bijna een catastrofe: nu ontploft Samsonov. Bovendien lost zo'n benoeming de problemen niet op. Behalve het militaire district hebben we nog de vloot en de grenstroepen.

Dacht ik het niet, Samsonov aan de telefoon: ""Wat zijn jullie daar achter mijn rug aan het uitspoken?'' Ik verzeker hem dat het een vergissing is, die we onmiddellijk zullen herstellen. Ze hebben de catastrofale benoeming al op de radio doorgegeven. Ik moet een paar keer per telefoon uitleggen wat voor tekst we nodig hebben. Eindelijk komt de goede tekst uit Moskou.

Om drie uur 's nachts is er nieuws: vanaf de Kaljajevstraat is een speciaal commando naar het gemeentehuis gestuurd. Dat is een commando dat gebruikt wordt voor vliegtuigkapingen. Sjtsjerbakov: ""Tegenover hen zijn heel onze Omon en al onze politieagenten kinderspel. Ze hebben niet meer dan vijf minuten nodig.''

We spreken af ons te splitsen. Ik ga naar de Kirov-fabriek, roep de directeur op en leg hem de situatie uit. Maar het bleek gelukkig onnodig om de Poetilov-arbeiders 's nachts van hun bed te lichten.

Copyright Moskovskije Novosti Vertaling Laura Starink