VINCE TAYLOR 1939 - 1991; Ruige herrie

Vince Taylor, 's werelds eerste echt ruige rockzanger, is woensdag op 52-jarige leeftijd overleden in Lutry, dichtbij het Zwitserse Lausanne. Hij was sinds enige jaren ziek.

Taylor, die in werkelijkheid Brian Maurice Holden heette, werd op 14 juli 1939 in Londen geboren en ontdekte de rock in Californië, toen hij op bezoek was bij geëmigreerde familie. Terug in Engeland formeerde Taylor op 18-jarige leeftijd de groep The Playboys, waarin enkele later beroemde musici speelden: Tony Meehan, Brian Bennett, Tony Sheridan en Jimmy Page. Zijn grootste succes was in 1959 Brand new Cadillac.

Maar het was vooral de act van Taylor waardoor hij berucht werd: met rauwe stem trad hij op in een zwart leren pak, zwaaiend en slingerend met rammelende kettingen. Taylor inspireerde het publiek tot geweld. In 1961 vernielden de Franse fans de stoelen in het Palais des Sports in Parijs. Door zulke en andere excessen van het publiek duurde de carrière van Taylor slechts kort, impresario's durfden niets meer te organiseren. Taylor raakte aan drank en drugs, en hij maakte later enkele niet of nauwelijks gelukte come backs. In 1981 nam hij nog enkele nummers op: Space Invader en Until the very end. Sinds zijn huwelijk met de Zwitserse Nathalie in 1983 leidde hij een teruggetrokken leven.

Vooral in Frankrijk bleef Taylor lange tijd een cultfiguur: l'Ange Noir. Hij was tenslotte ook geboren op de Quatorze Juillet en zijn zwarte ruwheid was een volkse extrapolatie van de intellectuele existentialistische sfeer op de Rive gauche van Parijs. Taylor was een heel stout en energiek neefje van Juliette Gréco: weg met die in zichzelf gekeerde ambiance en spitse, diepgevoelde teksten. Destructie was zijn credo en hij was het voorbeeld van Gene Vincent en Jimi Hendrix. Maar verder liep de weg van de "zombie du rock' natuurlijk onvermijdelijk dood.

De dood van Vince Taylor roept herinneringen op aan de merkwaardige begintijd van de rock. Wat nu bij herbeluistering vaak tam en keurig lijkt, was toen voor ons, jeugd, opwindend en revolutionair. Ouders walgden van Presley's Jailhouse rock: “Zet af, die herrie!” - áls het al eens op de radio was te horen. Slechts één uurtje pop per week liet Hilversum horen: Tijd voor teenagers.

En al snel leken in de jaren zestig de rockers zich aan te passen aan de stijl van de crooners: Elvis zong halfzachte liedjes als Wooden Heart en It's now or never en propageerde de echte burgerlijkheid met Blue Hawaii. The Beatles waren in hun opzienbarendste tijd keurige jongens, die elke dag naar de kapper gingen en ze hadden een das om. Hun protest tegen het verleden was niet meer dan het weglaten van de kraag van het Beatlejasje.

Vince Taylor was destijds de kampioen van de onaangepastheid, de underground die zich aan de oppervlakte vertoonde, al bleef hij onbereikbaar. Hier kreeg je hem dus nooit te horen. Alleen in het blad Muziek Expres zag ik met opperste verbazing en ondefinieerbare bewondering de foto's van Taylor bij zijn optredens. Andere zangers kleedden zich voor het publiek piekfijn aan, Vince Taylor liet zichzelf zien, naakt onder het leer. En hij liet zichzelf horen, met zijn opstandige gebrul. En met zijn kettingen maakte hij herrie.

Het was inderdaad herrie, beste ouders van toen, maar het was mooie herrie. Het was dezelfde herrie die veel later voorkwam in de tv-serie Fawlty Towers. Sibyl (Prunella Scales): “Zet af, die herrie!” Basil (John Cleese): “Maar dat is van Brahms, dat is Brahms' Derde herrie.”