Rots

Op het handelsregister moet je kunnen bouwen als op een rots. Dat zei de minister in de Tweede Kamer toen deze in 1918 over het tot stand komen van de Handelsregisterwet debatteerde.

Alle ondernemingen die in Nederland gevestigd zijn of in Nederland een filiaal hebben moeten in het handelsregister worden ingeschreven. Opgegeven moet worden wie de eigenaar is, wie procuratie heeft, wat de grenzen van de procuratie zijn, etc. Gaat het om een nv of bv dan moeten gegevens worden verstrekt over het kapitaal, over de directeuren, de commissarissen, enz. Soortgelijke informatie moet worden ingeschreven wanneer de onderneming toebehoort aan een andere rechtspersoon of aan een vennootschap onder firma.

Wie zaken doet met een onderneming, zo is de gedachtengang, moet in het handelsregister alle basisgegevens kunnen vinden. Het handelsregister is de burgerlijke stand van het bedrijfsleven.

Het handelsregister is uiteraard openbaar. Iedereen kan gaan kijken. Tegen betaling kun je ook een schriftelijk uittreksel krijgen, dat de voornaamste gegevens bevat.

Het handelsregister biedt niet alleen informatie, het biedt ook bescherming. Als in het handelsregister staat dat iemand eigenaar is dan moet de wederpartij daarop kunnen vertrouwen. Behoort de onderneming toe aan een bv of nv en staat een bepaalde persoon als directeur ingeschreven met de mededeling dat hij volledig bevoegd is, dan mag een wederpartij de nv daaraan houden. Heeft bij voorbeeld een als directeur ingeschreven persoon iets gekocht dan moet de vennootschap betalen, ook al is de directeur al weken geleden ontslagen. Dit is alleen anders wanneer de wederpartij van het gegeven ontslag op de hoogte was.

In omgekeerde richting geldt in principe hetzelfde. Heeft bijvoorbeeld een nv opgave gedaan van een feit dat de bevoegdheid van een procuratiehouder beperkt is, dan kan de nv zich tegenover een wederpartij, die zaken doet met de procuratiehouder, op die beperking beroepen.

Zo op het oog een mooi systeem en heel simpel. Maar helaas, heel erg simpel is er weinig in het recht. Dat begint al met de tekst van de bepaling, waarin dit alles staat. Die tekst, die sedert 1918 al vele malen is ”verduidelijkt', heeft veel weg van een cryptogram. Dat zij op veel manieren kan worden gelezen is gebleken in een reeks procedures, waarin de grenzen van het systeem zijn afgetast.

Het handelsregister biedt geen bescherming, zo merkte ik op, wanneer de wederpartij precies weet hoe de vork in de steel zit. Maar hoe zit het als ik van niets weet en ook niet van tevoren in het handelsregister heb gekeken? Je zou zeggen dat ik dan op eigen risico handel. Of zou ik mij achteraf alsnog op het handelsregister kunnen beroepen?

Zo'n geval heeft zich een paar jaar geleden voorgedaan. Een cafébaas, die een rumoerige avond achter de rug heeft, constateert de volgende morgen dat al zijn glaswerk stuk gegooid is. Hij belt op naar de groothandel met het verzoek een paar dozen nieuwe glazen klaar te zetten. Dat gebeurt. En als twee mannen later op de dag verschijnen, wordt het glaswerk klantgericht meegegeven. Wanneer dan na drie maanden de rekening nog niet betaald is, gaat de glashandelaar op zoek naar zijn debiteur. Die is niet te vinden. Hij gaat dus naar het handelsregister. Daar staat dat het café toebehoort aan een zekere Damen. Maar Damen lacht de glazenhandelaar uit. Dat café, zegt Damen, was lang geleden van hem maar het is intussen al drie keer doorverkocht aan een ander. Wat Damen zegt is waar maar toch moet hij betalen, zo oordeelt de rechter. Had hij zich destijds maar als eigenaar moeten laten uitschrijven. Op het handelsregister moet je kunnen bouwen als op een rots!

Een paar jaar later kwam de bescherming van de ingeschrevene aan de orde. Ditmaal was het een aannemer. Met drie broers en een zusje had hij een aannemerij in de vorm van een vennootschap onder firma en hij was de jongste van het stel. In het handelsregister stond dat hij zonder een van zijn broers of zijn zusje geen contract mocht afsluiten boven de 50.000 gulden. Hij deed het toch, maar het contract bleek bij nader inzien een misgreep en zijn broers en zusje lieten hem eendrachtig zakken. Tegenover de nv waarmee het contract gesloten was, beriepen zij zich op de inschrijving van de bevoegdheidsbeperking.

De nv sprak daarop de jongste broer persoonlijk aan. Daarbij baseerde de nv zich op de regel dat iemand die namens een ander handelt - namens de vennootschap onder firma in dit geval - moet instaan voor zijn bevoegdheid. Blijkt dat de betrokkene niet bevoegd is dan moet hij de schade die de wederpartij lijdt, omdat het contract niet door gaat, vergoeden. Maar nu beriep de jongste broer zich op zijn beurt op het handelsregister. U had toch kunnen zien, zo betoogde hij, dat ik onbevoegd was! U heeft dus op eigen risico gehandeld. Maar die vlieger ging niet op. Het handelsregister biedt bescherming aan de eigenaar van de onderneming, aan de vennootschap onder firma dus, niet aan degene die zijn bevoegdheid overschrijdt, ook al staat de bevoegdheidsbeperking keurig vermeld.

Ingewikkelder lag de zaak die kort geleden door de Hoge Raad beslist is. Een notaris had een akte verleden, waarbij een aantal debiteuren van de bank Credit Lyonnais uit hun verplichtingen werden ontslagen. De opdracht was gegeven door de directeur van een bijkantoor, die er bij gezegd had dat hij bevoegd was. Voor alle zekerheid belde de notaris nog even naar het handelsregister. De directeur was inderdaad bevoegd, zo kreeg hij te horen.

Achteraf bleek dat de directeur niet bevoegd was en dat het handelsregister die informatie ook bevatte. De employée van het handelsregister met wie de notaris had getelefoneerd had zich vergist of de notaris had het verkeerd begrepen. Het gevolg was dat de bank schade leed. Eigen schuld, zou men zeggen, of in elk geval: als je eigen directeur zijn bevoegdheid overschrijdt, draag je zelf daarvan het risico. Maar Credit Lyonnais dacht daar anders over. Zij verweet de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldig was geweest en sprak hem aan voor de geleden schade. De notaris had zelf in het handelsregister moeten kijken, meende de bank, of in elk geval een schriftelijk uittreksel moeten aanvragen. Dan had hij gezien dat de directeur niet bevoegd was.

Het Gerechtshof zag weinig in deze redenering maar bij de Hoge Raad kwam Credit Lyonnais een stuk verder. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht, zo oordeelde de Hoge Raad. Zijn functie brengt dit mee. De omstandigheid dat hij zich onvoldoende tijd gegund had om het handelsregister nauwkeurig te raadplegen kan er toe bijdragen dat hij mede aansprakelijk is voor de schade. Anders gezegd: op een notaris moet je kunnen bouwen als op een rots.

De zaak werd verwezen naar een ander Gerechtshof voor nader onderzoek.