Powell vestigt legendarisch wereldrecord

TOKIO, 30 AUG. De Amerikaan Mike Powell heeft vanmiddag in Tokio met een afstand van 8.95 meter een nieuw wereldrecord op het verspringen gevestigd. Hij verbeterde het uit 1968 stammende record dat zijn landgenoot Bob Beamon tijdens de Olympische Spelen in Mexico neerzette. Het was het oudste en meest besproken atletiekrecord.

Het historische record van Bea mon werd 23 jaar geleden onder bijzondere omstandigheden gesprongen. De Amerikaan had alles mee. Boven Mexico City, door de ijle lucht op 2250 meter hoogte al in het voordeel van de verspringers, pakten zich vlak voor aanvang van de finale donkere wolken samen en de naderende omweersbui kon voor zuurstofrijke lucht zorgen. Vandaar dat Beamon zich danig opwond over het feit dat het Nederlandse jurylid Adriaan Paulen het begin van het onderdeel vertraagde. Mogelijk door die samenloop van klimatologische omstandigheden en irritatie haalde hij in zijn eerste sprong al de afstand die zo lang onoverbrugbaar was: 8.90 meter.

Carl Lewis was vanmorgen de eerste die het deed: 8.91 met te veel rugwind 2,9 meter per seconde. Curieus is dat in de Nederlandse vertaling van zijn biografie die afstand door een verkeerde omrekening van de feet uit de oorspronkelijk versie als wereldrecord is genoemd. De tweede wereldtitel van Lewis leek een feit tot Mike Powell met 0,3 meter rugwind het nieuwe wereldrecord van 8,95 sprong.

De omstandigheden in Tokio wisselden enorm tijdens het verspringen. Nadat Lewis bij zijn eerste sprong 8.68 had neergezet voelde het publiek dat er geschiedenis geschreven kon worden. maar de uitgesproken favoriet Lewis kon het niet halen. Zijn laatste poging was opnieuw ver, 8.84, maar geen bedreiging voor zijn landgenoot die na de sprong van Lewis springend en juichend door het stadion ging, een jurylid van de grond tilde en de felicitaties in ontvangst nam van de ontgoochelde Lewis.

Loedmila Narozilenko onderstreepte vanmorgen nog eens de kracht van de Sovjet-Unie op het wereldkampioenschap atletiek in Tokio. Zij won de 100 meter horden in een tijd van 12,59 voor de Amerikaanse Gail Devers-Roberts en Natalia Grigorjeva van de Sovjet-Unie. In de medaille-stand gingen de Sovjets bij het begin van de zevende dag aan de leiding met zeventien maal eremetaal. In bestuurlijke kringen van de Internationale Amateur Atletiek Federatie wordt al nagedacht over de vraag hoe het in de toekomst moet als de afzonderlijke republieken zich aanmelden. Omdat elk land drie atleten mag inschrijven per nummer zou het deelnemersveld wel eens zó omvangrijk kunnen worden dat een internationaal kampioenschap steeds moeilijker te organiseren zal zijn. De traditionele prestigeslag om de meeste medailles tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (de DDR heeft al afgehaakt en kan als Duitsland geen rol van betekenis meer spelen) zal daarmee tot het einde gaan behoren.

Van het door tegenslag geplaagde Nederland komt op de slotdag alleen nog marathonloper Tonnie Dirks in actie. Marti ten Kate eindigde vanmorgen in de halve finale van de 5000 meter als zesde in de tijd van 13.59,51, maar liefst 26,10 seconden langzamer dan zijn persoonlijke record van 13.33,41. Omdat het tempo in de tweede halve finale hoger lag eindigde voor Ten Kate het WK. “Het was niet aan mij om aan kop te gaan lopen”, zei Ten Kate, die dat in de tien kilometerrace overigens wel deed. Maar het was benauwd en heet en niemand durfde al te veel risico te nemen.

Op de 1500 meter mocht Steve Cram alsnog proberen de finale te halen, nadat hij de series officieel niet overleefd had. Net als bij het EK in Split, waar de Engelsen Peter Elliot die na een valpartij niet eens finishte toch nog in de eindstrijd kregen, moest er nu een protest wegens duwen aan te pas komen om de gekrenkte trots van het team van Groot-Britannië nog wat op te krikken. Hoewel er niemand werd gediskwalificeerd kregen de Engelsen hun zin. Maar het was vergeefse moeite. Cram kon zijn land, dat het verbijsterend slecht doet in Tokio, niet aan een plaats in de finale helpen.

Twee injecties waren er gisteren nodig om Sergei Boebka aan zijn derde wereldtitel te helpen. De polsstokhoogspringer was ongerust dat een blessure aan zijn linkerhiel hem van het kampioenschap af zou kunnen houden, die liet hij de pijn negentig minuten voor het begin van de competitie verdoven. Toen hij zijn eerste sprong, op 5.70 meter maakte, was het al bijna uitgewerkt. “Voordat ik de aanloop voor mijn eerste poging op 5.90 inzette heb ik me nog een injectie laten geven. Toch voelde ik pijn, maar op een andere plaats in mijn hiel, waardoor ik ongerust was.”

Boebka's sprong mislukte, evenals zijn tweede poging. Omdat de Hongaar Istvan Bagyula die hoogte wel haalde was de wereldrecordhouder gedwongen door te springen. Op 5.95 faalde de Hongaar, maar Boebka greep de enige poging die hem restte aan om datgene te doen wat hij aan zijn stand verplicht is. Vijfentwintig dagen geleden verbeterde hij in Malmö voor de 28-ste keer het wereldrecord en bracht het op 6.10 meter. De vage hoop van de 54.000 toeschouwers dat Boebka zijn titel zou opsieren met een nieuwe recordpoging vervloog toen hij zijn schoenen uittrok en met een enorm stuk ijs zijn hiel bestreek. De pijn verbijt hij pas als er ergens weer een enorme premie op het spel staat. Dollars helpen beter dan spuiten en ze staan niet op de verboden lijst van de IAAF.

De finale van de 200 meter voor vrouwen leverde vanmiddag een overwinning op voor de Duitse Katrin Krabbe. De Amerikaanse Torrence werd tweede voor Ottey uit Jamaica.