Moeders van soldaten verbranden juichend de Joegoslavische vlag

ZAGREB, 30 AUG. Na een kwartiertje vliegen de eerste projectielen tegen het hoofd van de door Kroatische politie omringde man. Tot nu toe heeft hij min of meer uitdagend rondgekeken naar de honderden, meest uitzinnige omstanders, die bereid lijken hem te lynchen. Ze zeggen dat hij “heeft gezegd dat het hier Servië is”, of dat hij een generaal van het Joegoslavische leger zou zijn. Nu bukt hij toch maar even, tussen twee geparkeerde auto's, terwijl meer aardappelen, eieren, tampons, en zelfs een rijtje cactussen door de lucht vliegen, geworpen door de bewoners van een naburig flatgebouw.

Het incident in het centrum van Zagreb heeft plaats in de marge van de moedersdemonstratie in de Kroatische hoofdstad, een van de vele vandaag in Joegoslavië. Ook in Zagreb zijn duizenden moeders van dienstplichtige soldaten, en ook vele duizenden anderen, de straat opgegaan om te eisen dat de generaals ijlings hun dienstplichtige zoons vrijlaten, voordat de Joegoslavische burgeroorlog goed losbarst. Onder luid gejuich wordt af en toe voor het hoofdkwartier van het vijfde militaire district in Zagreb een Joegoslavische vlag verbrand, terwijl op het podium in het naburige park een reeks sprekers, dichters, populaire zangers en volksdansgroepen ruime bijval krijgt.

De bescherming van het legerhoofdkwartier in Zagreb is in handen van een rijtje ongewapende Kroatische politieagenten en leden van de Kroatische Nationale Garde. Aan de ingang van het gebouw staan bovendien de gebruikelijke twee leden van de Joegoslavische militaire politie. Voor hen heeft de legerleiding echter een doek gespannen, zodat alleen hoofden met helmen zichtbaar zijn. De rest van hun lichaam, en hun automatisch pistool, blijven voor de demonstranten onzichtbaar.

De demonstratie heeft een vreedzaam verloop, totdat even na vier uur een man van middelbare leeftijd het officiershotel naast het legerhoofdkwartier verlaat. Hij is in burger, geeft - vertelt een ooggetuige later - geen aanleiding tot discussie, maar ziet zich desondanks al spoedig omringd door min of meer woedende demonstranten, waaronder een groepje "Bad Blue Boys', zoals de vechtlustige probleemjeugd van Zagreb wordt genoemd. Enkele politieagenten en gardisten nemen hem in bescherming tegen de alleszins uitzinniger wordende omstanders. Weer andere voorbijgangers proberen de opwinding te sussen: “Kroaten zijn toch een beschaafd volk, laat u toch niet provoceren”.

Na ongeveer een kwartiertje wordt de man alsnog door een projectiel getroffen en begint te bloeden aan een wond naast zijn neus. Dan besluit de politie hem af te voeren. Enkele enthousiastelingen werpen zich nog voor de overvalwagen, maar worden snel weggesleept. Einde incident. De omstanders begeven zich naar de ingang van het legerhoofdkwartier, om daar spreekkoren te roepen: “Generaals zijn vergissingen van de natuur” of “Laat onze kinderen los uit jullie bloedige handen”.

Het incident is geenszins kenmerkend voor de normale gang van zaken in de Kroatische hoofdstad Zagreb, maar laat wel zien hoe zenuwachtig velen zijn, onder een uiterlijke schijn van rust. De al maanden voortdurende spanning omtrent de opmars van bewapende Serviërs en legereenheden, de vermoedelijk al meer dan driehonderd doden sinds de verklaring van de Kroatische onafhankelijkheid, de dagelijkse berichten over wegen die niet langer veilig of begaanbaar zijn, de dagelijkse beelden van gevechten en verwoestingen op de televisie - dat alles begint zo langzamerhand aardig op de gemoederen te werken.

Zagreb is zo'n tachtig kilometer verwijderd van het dichtsbijzijnde front in de Servisch-Kroatische oorlog. Maar men lijkt er merkwaardig genoeg zenuwachtiger en banger dan in steden waar de bevolking daadwerkelijk met vijandelijkheden en de gevolgen daarvan wordt geconfronteerd, zoals Osijek.

“We worden het Libanon van Europa, wie had dat ooit kunnen denken”, zegt een jonge inwoner van Zagreb. “En niemand die er iets aan kan doen, jullie ook niet, van de Europese gemeenschap, tegen die Serviërs kan toch niemand op.”

Veel Kroaten zien de strijd als een gevecht tussen hun "Europese' en democratische staat in opbouw tegen een "minder Europees' Servië, dat tot overmaat van ramp ten prooi zou zijn gevallen aan een crypto-communistisch bewind en geleid zou worden door een elite van generaals en politici die proberen hun privileges uit de tijd van het communisme veilig te stellen.

Van enig begrip voor de Servische minderheid, die mede uit historische overwegingen weinig is gecharmeerd van een leven in een Kroatische nationale staat, is over het algemeen weinig sprake. Evenmin is het echter "bon ton' in Zagreb, om al te veel bewondering te hebben voor de wijze waarop president Franjo Tudjman en de nationalistische meerderheidspartij HDZ omgaan met de crisis en de oorlog. “Tudjman is een pathologische vredestichter”, meent een inwoner van Zagreb, naar aanleiding van de verrassende aankondiging van de Kroatische president, dat hij met de legerleiding een nieuw staakt-het-vuren had afgesproken.

Velen verwachten dit weekeinde een verdere escalatie van de oorlog. Aan de vooravond van verwachte, dramatische gebeurtenissen is het opvallend vol in de talrijke modieuze café's en discotheken van Zagreb. “Het is alsof iedereen nog even plezier wil maken, voordat het begint”, aldus een discotheekbezoekster.

Aanleiding tot de nieuwe onheilsverwachting is het aflopen van Tudjmans ultimatum van vorige week aan de legerleiding: per 31 augustus terug naar de kazernes, of anders "passende maatregelen' tegen het leger - oftewel directe aanvallen van de Kroatische Nationale Garde. Inmiddels heeft Tudjman - zeer tot teleurstelling van de commandanten van de garde - dit dreigement echter afgezwakt. Ook de plannen voor een algehele mobilisatie in Kroatië, naar aanleiding waarvan heel wat jonge mannelijke inwoners van Zagreb dit weekeinde hun neven en broers in München en Amsterdam met een bezoek vereren, blijven voorlopig op de plank. De Kroatische regering voegt zich dezer dagen geheel naar de inzichten van de EG inzake Joegoslavië. Of hetzelfde geldt voor de commandanten van de garde in het veld, moet worden afgewacht.