Kamer geeft Indische Nederlanders nieuwe hoop

DEN HAAG, 30 AUG. De kous is niet af, het dossier is niet gesloten. Kabinet en Kamercommissie hebben gisteren de Indische gemeenschap nieuwe hoop gegeven. Ze zullen zich inzetten voor Indische Nederlanders die herstelbetaling eisen van Japan en voor een ondubbelzinnige schuldverklaring van de Japanse autoriteiten over Japanse oorlogsmisdaden.

Minister-president Lubbers slikte gisteren definitief zijn eerdere uitspraak in, dat met een spijtbetuiging van de Japanse premier Kaifu de kous nu af was wat betreft mogelijke schadeclaims aan Japan. Lubbers zei te betreuren “dat uitlatingen van mij tijdens de persconferentie op 19 juli het nodige aan verdriet hebben veroorzaakt”.

Minister Van den Broek zegde toe de Adviescommissie Volkenrecht opdracht te zullen geven de grootste steen des aanstoots in de Indische gemeenschap opnieuw te zullen laten beoordelen: het zogenoemde Stikker-Yoshida Protocol uit 1956. Daarin doet de Nederlandse staat niet alleen zelf afstand van verdere aanspraken tot schadevergoeding aan Japan, maar ook van eventuele claims van zijn onderdanen. Onafhankelijke deskundigen in de Adviescommissie gaan de aanvechtbaarheid daarvan nu onderzoeken.

Het VVD-Kamerlid Wiebenga gaf de twee punten aan waarop het protocol vooral kan worden aangetast. Het eerste is het in het volkenrecht bekende begrip van het "vitium originis', het ontstaansgebrek van het akkoord. Een protocol, waarin de staat voor derden (zijn onderdanen) afziet van rechten, had nooit gesloten mogen worden, aldus Wiebenga.

Het tweede punt betreft de "clausula rebus sic statibus', de regel die zegt dat een verdrag altijd blijft gelden, behalve wanneer de omstandigheden waarin het werd gesloten radicaal zijn veranderd. Nieuwe feiten zijn, aldus Wiebenga, dat Japan toen een arm en nu een zeer rijk land is en dat in de Verenigde Staten tijdens de oorlog geïnterneerde Japanners inmiddels een schadevergoeding van 20.000 dollar per persoon hebben gekregen.

Het pleidooi van het Kamerlid werd met een luid applaus door de publieke tribune beloond. Wiebenga's stelling dat Japan als een van de leidende naties in deze wereld morele verplichtingen heeft tegenover oorlogsslachtoffers, werd door de gehele Kamer ondersteund. Volgens de VVD-woordvoerder zou het “al zoveel troost schenken als het hedendaagse Japan, nog vóór de vijftigste herdenking van Pearl Harbor eind dit jaar, aan de wereld schuld bekende. En niet half, maar oprecht zoals dat in Duitsland enige jaren geleden is gebeurd in de Bondsdag”.

Volgens Lankhorst van Groen Links ligt er nu een “extra hypotheek” op het komende staatsbezoek van koningin Beatrix aan Japan. Ook Versnel-Schmitz van D66 zei dat het “een uitermate plezierige situatie zou zijn als tijdens een gesprek tussen de koningin en de keizer een "verklaring van schuld en berouw' zou worden afgelegd”.

Van den Broek zegde toe tijdens het staatsbezoek aan Japan “niet voorbij te zullen gaan aan wat is gebeurd in de zwartste dagen in de betrekkingen tussen Nederland en Japan. Ik ben bereid aan de Japanse autoriteiten te blijven toelichten, verduidelijken en verhelderen vanuit welke gevoelens en overwegingen deze claims zijn ingediend, wat deze groep beweegt en wat hier nog leeft ter zake van dit oorlogsverleden”.

Minister d'Ancona van WVC beloofde een inventarisatie te maken van de behoeften in de Indische gemeenschap en bij de vele tientallen Indische hulporganisaties. Ook zal zij nagaan of er een speciale Indische paragraaf nodig is in de wetten die uitkeringen aan oorlogsslachtoffers regelen. Zeventig procent van die uitkeringen gaat naar Indische oorlogsslachtoffers.