Het woord Krapitalist

Grapjes haken in je hersens. Ik kan me absoluut niet herinneren wat Paul Feyerabend dertig jaar geleden als assistent van Karl Popper in Berkeley, Californië, op zijn college beweerde. Hij zat met een gebroken been onder een boom op het gras. Iemand had het over Das Kapital. Paul zei toen: Krapital, of Crapital, dat verschil hoor je niet.

In het Engels kan crap veel betekenen, maar nooit iets goeds. Crap is vooral: geld of poep, en al vóór Freud weten we dat die hetzelfde zijn. In het Frans klinkt crapitalisme als een kruising van crapule en capitalisme. Alleen in het Duits is Krapf gunstig: een koek, maar wel in de vorm van een bolus, donut, krakeling, waarmee de associatie met drol gelegd is.

Dit schoot door mijn hoofd toen ik vorige week zaterdag in de rubriek Gezin in zaken van Adriaan Hiele het woord krapitalist las. Hij bedoelde “huishoudens die het krap hebben” (Eline Vere).

Popper wees erop dat de drie grote denksystemen gebaseerd zijn op boeken met geld in de titel: Het O. en N. Testament, De Rijkdom van Naties en Das Kapital. Na Christendom en Krapitalisme krijgt nu ook het Krommunisme zijn R achter de K.