Een heilige op het zebrapad; Peter Handke op zoek naar een geslaagde dag

Peter Handke: Versuch über den geglückten Tag. Uitg. Suhrkamp, 91 blz. Prijs ƒ 33,60.

Wanneer Peter Handke naar inspiratie zoekt, spitst hij zijn oren en staart strak naar één punt, maar observeren kun je het niet noemen. Eerder broeit hij ergens op, rusteloos wachtend op geruststellende beelden. Of de momentopnamen in zijn werk nu uit de vrije natuur geplukt zijn of uit de straten van de wereldstad, altijd stralen zij een stille harmonie uit, en tevens houden zij een belofte in, alsof harmonie op zichzelf nog niet genoeg is. Handke heeft eens gezegd dat hij “een doorlaat voor het epos van alle wezens” wil zijn. Wie zo intensief naar het hogere reikt kan het beste in afzondering leven. Van een dergelijk inzicht deed Handke voor het eerst verslag in zijn mooie vertelling "Die Stunde der wahren Empfindung' uit 1974. Opluchting is het eerste wat de hoofdpersoon van dat verhaal voelt wanneer vrouw en dochter hem verlaten. De geborgenheid die hij bij hen miste vindt hij ten slotte bij "de dingen'.

In Handke's onlangs verschenen opstel Versuch über den geglückten Tag komen, afgezien van de schrijver, vrijwel geen mensen meer voor. Indien wel, dan zijn zij zorgvuldig van persoonlijke eigenschappen ontdaan en buiten het alledaagse leven geplaatst, zoals in het volgende tafereel: "Een mongooltje, of heilige, met een rugzak, rende, in verrukking of in angst, over het zebrapad.' Zo'n scène is slechts een losse flodder, niet ingebed in een grotere vertelling of in een consistent betoog. Handke worstelt al geruime tijd met het probleem hoe je al die afzonderlijke beelden tot een zinvol geheel aaneensmeedt. Dit keer koos hij voor een rigoureuze oplossing door aanschouwelijke voorstellingen dan maar zoveel mogelijk te vermijden.

In een centrale passage beschrijft Handke hoe een negentiende-eeuwse schilder op een van zijn zelfportretten een palet voor zich uit houdt met daarop een licht gebogen lijn, de "lijn van schoonheid en gratie'. Zo soepel en ongedwongen als die lijn, denkt de schrijver, zouden ook zijn dagen moeten verlopen, evenals de teksten die de neerslag van deze dagen zijn. Voor iemand met een heftig temperament is een gracieuze schrijf- en levensstijl evenwel een enorme krachttoer, terwijl het nu net de kunst is niets te forceren: "Voorwaarde voor de expeditie "geslaagde dag' schijnt een zekere consideratie met mezelf te zijn, met mijn aard, met mijn onverbeterlijke fouten (-).' Om een dag, of een kunstwerk, te laten slagen moet je ook het toeval een kans durven geven. Maar daarmee heeft Handke, gewend aan de strakke regie van zijn eigen waarnemingen, weinig of geen ervaring. "Ik ben te streng voor mezelf,' geeft hij toe, "niet gelijkmoedig genoeg bij tegenspoed, te vol van de eisen aan dit tijdperk, te zeer overtuigd van de huidige nietigheid: ik ben te mateloos voor een welslagen van de dag.'

Priesterlijk

Hoewel hij zich bepaald niet voor zijn priesterlijke toon geneert, draagt Handke ter compensatie toch ergens een slapstickscène aan. Op een dag, die zowaar goed dreigt af te lopen, staat de schrijver in zijn schuurtje hout te zagen. Opeens valt er een zwaar blok hout op zijn tenen, en dan vervloekt hij deze dag, die hij zojuist nog "heilig' noemde. Mislukt is een dag voor de schrijver ook als hij per ongeluk eens een vrouw nakijkt. Hij heeft immers plechtig met zichzelf afgesproken zich uitsluitend door minder vleselijke dingen in vervoering te laten brengen. Het is voor hem dan ook triest dat deze geestdrift zo snel vervluchtigt. Iets dat het ene moment nog heel bijzonder lijkt is even later al "vergeten en verraden', de moeite van het beschrijven niet meer waard. "Het leunen van de ladder tegen de voorwinterse boom - nou en? Het blauwen van de bloemen diep in het gras van de spoordijk - nou en? Gehaper, ontsteltenis, ja een soort afgrijzen, en de opgewekte stilte verjaagd door sprakeloosheden, steeds opnieuw.'

Normaal gesproken gaan denken en vertellen in een essay uitstekend samen, maar in dit geval is de balans wel heel ver naar de theoretische kant doorgeslagen. De "gelukte dag' is slechts een vaag ontwerp gebleven. "Wie de dag denkt, denkt voor de Here,' luidt het bijbelse gezegde dat Handke als motto aan het boek meegaf. Letterlijk staat er echter in "Romeinen': "Wie een bepaalde dag in ere houdt, doet dat ter ere van de Heer, en wie geen bepaalde dag in ere houdt, doet dat ook ter ere van de Heer.' Met andere woorden: de Here zit niet om een eredienst meer of minder verlegen.

Je zou de soms zo moeizaam naar simpele dingen zoekende Handke trouwens toewensen zijn blik niet voor de dag, maar voor de nacht te scherpen. Geluk laat zich niet dwingen; het komt vanzelf, meestal als een aangename droom.