Een heer in wit flanel; Fotoalbum over Louis Couperus

Frédéric Bastet: De wereld van Louis Couperus. Uitg. Querido, 208 blz. Prijs ƒ 65,-

Als ik ooit in de gelegenheid zou zijn om iets opnieuw op de televisie te laten uitzenden zou ik kiezen voor het filmpje van Louis Couperus dat een paar jaar geleden boven water kwam. Je ziet er de al oudere Couperus uit een huis komen, pratend en lachend en ook zie je zijn biograaf Frédéric Bastet die naar dit filmpje kijkt alsof hij er zo in zou willen verdwijnen. Eventjes. Gebaren en bewegingen zijn het meest karakteristiek aan iemand, zij veranderen niet. Die paar bewegende beelden van Couperus brengen hem dichterbij dan ooit foto's konden, ze overtuigen de toeschouwer van het toch altijd wat moeilijk te geloven feit dat Couperus echt heeft bestaan.

Toch is het dikke album met veel plaatjes en veel tekst dat Bastet nu heeft samengesteld als een toegift bij de biografie die hij in 1987 aan Couperus wijdde, ook veelzeggend. De wereld van Louis Couperus doet precies wat de titel aankondigt: een beeld geven van de wereld waarin Couperus leefde, dus van zijn familie, kennissen, vrienden, van de huizen waarin hij woonde, de straatgezichten die hij gezien zou kunnen hebben, ruïnes zoals ze toen waren, de Parijse Opéra met de uitgaande beau monde, de mode zoals ze door elegante dames aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw gedragen werd.

Couperus zelf zien we van een nuffige jongeman met een puntbaardje een beminnelijke oudere heer worden, met een gevoelige mond en iets geestigs in zijn gezicht wat er in zijn jeugd niet zo was. Zijn vrouw Elisabeth lijkt geen spat te veranderen, zij blijft een magere schele staak, hoewel onverwacht mooi als zij en profil afgebeeld wordt. Overigens is zij de enige vrouw in het boek die niet opzienbarend opdikt. Couperus' lievelingszusje Trudy groeit van een stevige jonge vrouw met een geamuseerde blik uit tot een matrone die alleen nog maar zittend wordt afgebeeld, vermoedelijk omdat haar benen haar niet meer dragen konden. Het schijnt dat zij ook toen een inspirerende en aanstekelijk vrolijke vrouw is geweest, maar je ziet dat er niet zo makkelijk meer aan af. Van talloze vrienden, neven en nichten, van vertalers en beroemde collega's, van illustratoren en bewonderde kunstenaars heeft Bastet afbeeldingen gevonden.

Kasteeltje

De enigen van wie hij nog altijd geen portretten kon achterhalen zijn Giulio Lodomez en Emma Garzes, oftewel Orlando Orlandini en zijn zuster Elettra. Orlando, de bewonderde grote, sterke, mooie Italiaanse vriend en zijn zuster Elettra zouden, als wij Couperus' krantestukken - "feuilletons' noemt hij ze zelf - mogen geloven, op het kasteeltje Quattro Torri wonen waar ze hun vriend "Gigi' maar al te graag ontvangen en verwennen. Maar we mogen die feuilletons niet geloven. Ze zijn ook te mooi om waar te zijn. Couperus dweept erin als een schoolmeisje met zijn gebronsde donkere vriend die, zo anders dan een "noordelijke vriend' zou doen, zijn arm om hem heen slaat, hem tegen zich aandrukt of aan zijn oor trekt. Hij beschrijft hoe Orlando zwemt, zo rustig alsof hij flaneert, hij benijdt hem omdat hij wit linnen pakken draagt waar hij zelf, kouwelijke Hollander, als toppunt van zomersheid niet verder komt dan wit flanel, hij benijdt hem zijn vanzelfsprekende luiheid die zo afsteekt bij zijn eigen rusteloosheid en hij kan er maar niet genoeg van krijgen te beschrijven hoe Orlando's haar valt, hoe mannelijk hij is, hoe sterk, hoe mooi: “Ik ken niemand die zóo mooi is.” Als de verwende Gigi is Couperus op zijn liefst en grappigst. Hij leert Orlando Nederlands en overhoort hem terwijl ze samen in zee zwemmen, Orlando alsof hij nooit iets anders gedaan heeft, Couperus spattend, plassend, trappelend en proestend:

“ - Ja, ja, dwing ik; spreek nu Hollandsch, kom, je les. (-) En langzaam begint hij; in de taal der vochte lage landen:

- De zee is blauw. In de blauw zee zwem ik met mijn vriend Gigi. Mijn vriend Gigi kan mooi zwemmen. Het is verdomd leuk samen drijven op rug. Ik krijg honger.

Hij lacht, een beetje verlegen. Zijn uitspraak is niet weêr te geven, maar ik heb nog nooit zoo aardig Hollandsch hooren uitspreken, als door mijn vriend Orlando (-).'

Ach, als de portretten van Orlando en Elettra maar enigszins te achterhalen zouden zijn had Bastet ze vast al wel gevonden. En misschien is het maar beter zo, misschien zou een gefotografeerde Orlando, bijvoorbeeld met de malle knevels waar men in die tijd zo gek op was, een verschrikkelijke teleurstelling zijn. Van het kasteel Quattro Torri even buiten Siena, dat Couperus vast heeft geïnspireerd in zijn aanstekelijk fantasieën, zijn wel afbeeldingen opgenomen.

Een heerlijk gezellig boek dit fotoalbum, dat misschien als enige nadeel heeft dat het moeilijk is er iets in op te zoeken vanwege het ontbreken van een lijst van afbeeldingen of een register of een hoofdstukindeling. Maar samen met de biografie geeft het alles wat men over Couperus' leven zou kunnen willen weten.