Drugshandel in Entrevias bevestigt Spaanse vooroordelen tegen zigeuners; U zou wel gek zijn om hier uit te stappen

Ondanks de opvallende toename van arme immigranten richt de "vreemdelingenhaat' van Spanjaarden zich vooral tegen zigeuners, die een onmiskenbaar deel zijn van de Spaanse cultuur. Zij kiezen zelf voor het isolement en houden er een andere levenswijze op na. In het toegenomen aandeel van zigeuners in de drugshandel ziet men deze vooroordelen bevestigd. Reportage uit het Madrileense "zigeunergetto' Entrevias.

MADRID, 30 AUG. We hebben hem in de loop der dagen aardig leren kennen, Adolfo, ook wel "het ratje' genoemd, de trots van Entrevias, de schrik van alle burgers en de ergernis van de juten omdat hij nu eenmaal de snelste dopedealer op twee gympies is. Alleen zijn leeftijd, daar zijn we nog niet precies achter. Op de televisie zeggen ze tien. Maar er is een krant die beweert dat hij allang twaalf jaar oud is.

Twee weken geleden verscheen hij voor het eerst in het nieuws. Hij droeg een streepjestruitje, een joggingbroek en die snelle gympies dus. Vanonder zijn warrige haar keek hij wat wazig de wereld in, maar dat kwam door het opgevoerde sigaretje dat hij rookte en in de krant zag je er niet zoveel van, want daar hadden ze discreet een balkje voor zijn ogen geplakt. Twee dagen eerder was hij door de politie opgepakt nadat ze hem op heterdaad hadden betrapt met een partijtje van honderd gram heroïne dat hij, geholpen door zijn zusje (8) en een neefje (7), in papiertjes aan het wikkelen was voor de ambulante handel. Maar een paar uur later was hij alweer op vrije voeten en terug in zijn buurtje dat Pies Negros, Zwarte Voeten, heet. Ontsnapt, door een wc-raampje ofzo, en dat voor de elfde keer.

De politie noemde hem in een communiqué “hard, gevaarlijk en te intelligent voor zijn leeftijd”. Dat hielp erg om de ontsnapping te vergoelijken en voor de media maakte het een incident tot een Verhaal. Zes dagen lang presteerde Adolfo het zich afwisselend verborgen te houden voor de smerissen die gewapend met schilden en helmen het buurtje doorzochten, en op te duiken wanneer journaliste8n met camera's en bandrecorders hem wilden zien.

We hoorden intussen ook van zijn ouders. Zj doet achttien jaar in verband met een hele reeks klusjes, hj ligt in het ziekenhuis en is door de artsen al opgegeven. Een junk in het terminale stadium die zichzelf de schuld geeft van Adolfo's verslaving, omdat hij hem vroeger veel te vaak met aspirine in zijn koffie stil gehouden heeft. Adolfootje zelf is trouwens pas twee jaar aan de horse.

Afgelopen zaterdag werd Adolfo weer gegrepen, terwijl hij juist bezig was voor een televisiecamera uit te leggen dat hij eigenlijk alleen neuken nog maar lekkerder vindt dan heroïne snuiven. Toen verscheen er een hand in beeld die op zijn schouder neerdaalde en we hoorden een stem die zei dat hij rustig mee moest gaan. Terwijl hij naar de politieauto werd gebracht, draaide hij zich naar ons toe om te roepen dat hij snel weer zou ontsnappen. Hij gaat zijn gang maar. Nog even, en dan zijn we Adolfo weer vergeten. Er worden per slot van rekening in Madrid ieder jaar meer dan vijfhonderd minderjarigen aangehouden omdat ze handelaar in verdovende middelen zijn, en met de couppoging in de Sovjet-Unie is de nieuwszomer al bijna weer voorbij.

Wat in alle berichten over Adolfo op de een of andere manier niet aan de orde kwam, is het feit dat hij een zigeunerjongetje is en dat hij woont in een zigeunerbuurt. Misschien hoefde dat ook niet vermeld te worden, omdat het in één oogopslag duidelijk was. Spanjaarden herkennen een zigeuner op honderd meter afstand. Niet aan zijn kleding of aan zijn huidskleur, maar aan iets in zijn houding en zijn manier van doen.

Het is een ongrijpbaar iets en Spanje heeft dan ook een merkwaardige verhouding met zijn zigeuners. Het zijn er naar schatting een half miljoen en ze wonen al eeuwen in het land zonder ooit met de rest van de bevolking te integreren. Ze worden gewaardeerd en zelfs bewonderd als ze zanger, gitarist of torero zijn en op die manier maken ze onmiskenbaar deel uit van de nationale cultuur. Zowel van de cultuur met een grote C als van de folklore.

De maan boven Spanje, schreef Garcá Lorca, is een zigeunermaan. Maar tegelijkertijd is er geen bevolkingsgroep waartegen zoveel negatieve vooroordelen leven. Ze zijn bijzonder, maar je moet ze op een afstand houden. Bovendien: de joden en de Moren zijn al sinds 1492 verdwenen en er moest toch iemand zijn die altijd van alles de schuld kan krijgen?

Sinds Spanje deel uitmaakt van de EG, in krankzinnig tempo bezig is te Europeïseren en daarbij verandert in een ostentatieve consumptiemaatschappij, is het land weer aantrekkelijk geworden voor de arme buren. Portugezen en Zuidamerikanen, maar vooral Arabieren uit de Maghreb proberen steeds vaker legaal of illegaal de grens te overschrijden, op zoek naar werk, welvaart, een stukje van de taart.

In de jaren zeventig zag je ze ook wel, maar meestal waren ze dan op doorreis naar Frankrijk, Duitsland, Nederland of andere rijke streken. Nu hangen ze rond in het centrum van Barcelona, Sevilla en Madrid om de nette mensen lastig te vallen, of ze helpen bij de oogst tegen een loon waarvoor geen Spanjaard het nog doet. Maar ondanks de opvallende toename van buitenlandse armoedzaaiers die in afbraakbuurten en smerige pensions leven is "vreemdelingenhaat' volgens de meest recente studies nog altijd iets wat zich vooral tegen zigeuners richt. Ook al hebben die doorgaans al generaties lang de Spaanse nationaliteit.

Een onderzoek van de Asociación Pro Derechos Humanos (Vereniging voor de mensenrechten) dat dit voorjaar in Madrid werd uitgevoerd bracht aan het licht dat de stedelingen in de eerste plaats een hekel hebben aan zigeuners, die als "misdadig', "vies' en "leugenachtig' worden beschouwd, en pas daarna discriminatoire neigingen vertonen jegens Arabieren ("elitair', "fanatiek', "onbetrouwbaar'), zwarte Afrikanen ("zielig', "kinderlijk', "slaafs') en Aziaten ("gereserveerd', "onpeilbaar'). Die bevindingen stemmen overeen met de conclusies in eerdere onderzoeken, van onder anderen de Madrileense hoogleraar Tomas Calvo Buezas, waaruit blijkt dat ook onder ontwikkelde Spanjaarden het vooroordeel tegen zigeuners vele malen groter is dan dat tegen Arabieren, negers, joden of Zuidamerikanen. Wat de respondenten vooral blijkt te steken, is dat de zigeuners in hun ogen zelf kiezen voor het isolement en voor een levenswijze die haaks staat op die van de rest van de bevolking. Ze stelen liever dan dat ze werken. En ze zijn liever onder elkaar.

Bus 130 van het gemeentelijk vervoerbedrijf beschrijft tussen de voorsteden Getafe en Vicalvero een lus over de snelwegen die rondom het huis, als hij dat heeft, van de kleine Adolfo liggen. Vanuit het raam kun je de hutten van Pies Negros, La Celsa, Torregrosa, Pozo del Huevo en andere krottenwijken zien. Ze zijn uit zeildoek, plastic, planken, hardboard en golfplaat opgetrokken in de armen van de glooiende op- en afritten die het moderne snelverkeer nodig heeft. Niemandsland, zowel voor het verkeer als voor de maatschappij. Entrevias, tussen de wegen, is de verzamelnaam voor deze buurtjes. De straten hebben er geen namen en de postbode komt er niet. Hem te gevaarlijk.

In de bus rijdt naast de chauffeur een assistent mee die een cursus "psychologische begeleiding van probleemgevallen' heeft gevolgd. De assistent, die door het gemeentelijk vervoerbedrijf uitsluitend op deze route wordt ingezet, is een pas sinds enkele weken ingewilligde eis van de chauffeursvakbond. “U zou wel gek zijn om hier uit te stappen”, zegt hij psychologisch, wanneer ik vraag naar de halte voor het zigeunergetto. De vraag was overbodig, want met mij stappen vijf tandeloze junks uit en samen lopen we door een berm die bezaaid is met lege flessen, oude kleren en injectienaalden in de richting van het huttendorp.

De drugshandel heeft het zigeunerleven ingrijpend veranderd, zegt een woordvoerder van het politiedistrict waaronder de wijkjes vallen. Terwijl de zigeuners zich vroeger bezighielden met schilderachtige activiteiten als de bedelarij, het ketellappen en de handel in waardevolle spullen die pas bij nauwkeurige betrachting nep bleken te zijn, bepalen nu verdovende middelen in veel gevallen het patroon. Het is een illegale bezigheid waar je verbijsterend snel en gemakkelijk rijk mee kunt worden. En een bijkomend gevolg ervan is dat de zigeuners opeens ook niet meer de allerlaagste klasse in de Spaanse samenleving blijken te zijn. De verslaafden zijn er vaak nog veel erger aan toe.

"Slaven van de zigeuners' worden de junks genoemd die geen andere bron van inkomsten meer hebben en daarom urenlang in de brandende hitte als bouwvakkers bezig zijn met de uitbreiding of verfraaiing van de hutten. De term "slaaf' is niet vrij van retorische overdrijving, want ze worden voor hun werk wel degelijk betaald: met de dosis waarnaar ze zo hevig verlangen. Wanneer ze dat loon ontvangen hebben, trekken ze zich terug in het bos achter La Celsa om ervan te genieten. Het is zomer en ook 's nachts bloedheet, dus je kunt makkelijk in de open lucht blijven slapen.

Wanneer ik de schemering tussen de sparren binnenloop, zie ik tientallen schimmen van wat vroeger waarschijnlijk mensen zijn geweest. Sommigen zijn in diepe dromen weggezonken, anderen kijken je wezenloos aan terwijl ze de aderen van een afgebonden arm laten vollopen. Op de oever van het riviertje verderop en in de berm langs de snelweg zitten ze soms ook, dat is vanuit de bus al te zien. Vorige maand haalde de politie elf lijken uit dit sprookjesbos. In het afgelopen jaar stierven in Spanje 690 mensen aan een overdosis, verreweg de meeste in en rond de vier miljoen inwoners tellende hoofdstad. Amsterdam had vorig jaar maar 39 drugsdoden.

In de straatjes van La Celsa is het een komen en gaan van gammele auto's, die zich met moeite een weg banen langs oud roest, door diepe kuilen en over bergen afval. Wanneer ze stilstaan, stapt er snel iemand in voor een ritje dat dient om een paar gram heroïne of cocaïne te verkopen. Wie te voet arriveert kan in een van de hutten terecht. Moeders en grootmoeders hebben hun stoelen voor het huis gezet en zien het schouwspel zwijgend aan, blote kleuters spelen rond een plas. Op een muur staat geschreven dat de bewonersvereniging van "La Cersa' - Spanjaarden uit het zuiden spreken de l vaak als een r uit - nieuwe huizen eist en een telefooncel. Bestaat er een bewonersvereniging? De mevrouw in het huis naast de muur weet van niks. Een bewonersvereniging - wat een mal idee. Ze weet trouwens ook niks van een tekst naast haar deur. Waarschijnlijk moet je daarvoor eerst kunnen lezen. Twintig meter verderop staat een splinternieuwe telefooncel. De ruiten zijn kapot, maar het apparaat doet het.

Tussen het bos, het riviertje en de hutten rennen aanhoudend kinderen heen en weer, en als ze niet rennen komt dat omdat ze - acht, negen jaar oud - over brommers en motorfietsen beschikken waarmee ze zich in roekeloze vaart verplaatsen. Volgens de politie fungeren ze als koeriers, verkenners en helpers van oudere familieleden, die zich met de drugshandel bezighouden. Ook achter Adolfo zal zich wel een volwassen handelaar verscholen hebben, in de wetenschap dat kinderen minder hard worden gestraft dan meerderjarigen wanneer ze op heterdaad worden betrapt.

Dezelfde politiemensen van het commissariaat waaronder het district Entrevias valt, vertellen dat ook de "slaven' soms als tussenpersoon dienst doen en dat andere junks voor eigen rekening een hutje in het zigeunergetto huren waar ze van een grote hoeveelheid klanten verzekerd zijn. Voor een paar planken, een deur en een lap plastic die samen een ruimte van tien vierkante meter afschutten, worden huren tot zeshonderdduizend peseta's (ruim negenduizend gulden) per maand gevraagd.

Commissaris Antonio Pino denkt dat de drugshandel alleen kan worden aangepakt als het hele getto wordt afgebroken. “De buurt is onoverzichtelijk en onmogelijk onder controle te houden. Hij nodigt uit tot misdaad.” Op dit moment waagt de politie zich er slechts één keer per week binnen om een razzia uit te voeren, altijd met een grote hoeveelheid manschappen en gewapend met schilden en wapenstokken. De bewoners werpen soms barricades op om de politiebussen tegen te houden. Zelden worden drugs gevonden, de vondst van een kilo cocaïne, dit voorjaar, was uitzonderlijk. Veel vaker treffen de agenten enorme hoeveelheden geld aan. Onlangs nog twintig miljoen peseta (bijna vier ton) in één keer. Pino: “Veel zigeuners hebben allang flats in andere buurten. Ze houden deze krotten alleen maar aan omdat ze zo goed voor de drugshandel zijn.”

De gemeente Madrid is sinds 1988 bezig met de uitvoering van een plan om de krottenwijken te elimineren. Alle bewoners wordt een nieuw huis aangeboden tegen een huur die hun draagkracht gegarandeerd niet te boven gaat. De meesten gaan daar op in, sommigen niet, hoe dan ook wordt hun oude wijkje met de grond gelijk gemaakt. Maar de ervaringen zijn tot nu toe niet louter positief. Veel problemen, zoals het drugsgebruik en de misdaad, blijken de verhuizing naar propere nieuwbouw met gemak te overleven. Eigenlijk zou er tegelijkertijd iets aan het onderwijs, de werkgelegenheid, de gezondheidszorg en de opvoeding moeten gebeuren. Maar zelfs al zou een dergelijk ambitieus project te realiseren zijn, dan nog is het de vraag of de betrokkenen zelf wel zin hebben. Een culturele achterstand van eeuwen haal je niet in een paar maanden in.

De denkbeelden van Carlos hebben voorlopig met de korte termijn te maken. Hoe korter hoe liever, als hij het voor het zeggen heeft. Hij spreekt me aan op de hoek bij de telefooncel, net zoals hij daarvoor op dezelfde gejaagde toon een man in een auto en een andere voorbijganger aangesproken heeft. Terwijl hij praat, kijkt hij naar de grond of langs je heen. “Kom op, geef me honderd peseta. Of koop deze aansteker van me voor honderd peseta. Of mag ik je krant? Kijk, ik heb er al vierhonderd maar voor minder dan achthonderd willen ze me niets verkopen, daar krijg ik geen pakketje voor.” Honderd peseta. “Waarom geef je me niet meer? Zeker omdat ik zigeuner ben. Maar wij zigeuners moeten ook leven. Ik ben hier geboren, ik woon hier mijn hele leven al.” Kent hij Adolfo? “Voor honderd peseta ben ik de neef van Adolfo.” Kom nou. “Vervloekte Adolfo. Ik hoop dat ik hem nooit meer zie.”