De wind wordt vastgespijkerd; Biografie van Gram Parsons

De zanger Gram Parsons (1946-1973) verwierf bekendheid door zijn optredens met The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Zijn invloed op andere popmusici, zoals The Byrds, Tom Petty en Elvis Costello, is enorm. The Rolling Stones schreven voor en over hem de ballade "Wild Horses'. Zijn met verhalen omgeven dood in 1973 in de Amerikaanse Mojave Desert maakte hem tot een legende. Onlangs verscheen een nieuwe biografie van Parsons.

Ben Fong-Torres: Hickory Wind. The Life and Times of Gram Parsons. Pocket Books, 236 blz. Prijs ƒ 47,70.

Honderdvijftig mijl ten oosten van Los Angeles stonden in de Mojave Desert twee kappersstoelen. Het was bij het gehucht Joshua Tree, waar de geasfalteerde weg met de gele middenstreep eindigt en als een spoor van steenslag in de woestijn verdwijnt. Even verderop ligt nog op een kruispunt van twee nauwelijks in het stof terug te vinden wegen de vlek Twentynine Palms, en daarna begint het lege, verlaten hart van het Amerikaanse continent. De woestijn vlak bij Los Angeles is als een bijbels land. De reuzenhoge cactus die er staat, de joshua tree, lijkt op een veelarmige kandelaar.

Keith Richards van The Rolling Stones reed vanuit Los Angeles naar die stilste plek op aarde, evenals Chris Hillman van The Flying Burrito Brothers en tal van andere muzikanten en filmers uit de jaren zestig en begin zeventig. Op eigen kracht zouden ze Joshua Tree misschien nooit hebben gevonden, al is het slechts twee uur rijden van Hollywood. Het is zanger en tekstschrijver Gram Parsons geweest die daar in de wildernis, behalve voor enkele vrienden, onvindbaar wilde zijn voor iedereen. Dagen en nachten bracht hij in de woestijn door, met Keith Richards of Chris Hillman pratend over muziek, dood en drugs, nieuwe liederen schrijvend en opkijkend naar de hemel waarin hij “als een vogel zou willen zweven”. Hij voelde zich verbonden met de bomen en de sterren. In de heldere nacht viel zijn oog wel eens op een vliegende schotel.

In de Mojave Desert overleed Gram Parsons op zesentwintigjarige leeftijd, 's avonds rond tien uur op een avond in september 1973. Zojuist waren de opnamen voltooid van Grievous Angel, de grammofoonplaat die hij als de kroon op zijn werk beschouwde, en een maand later zou een grote tournee beginnen met zijn eigen groep muzikanten, de Falling Angels. Met zijn protégée Emmylou Harris zou Parsons duetten zingen.

Gram Parsons werd een legende door zijn vroege dood, en vooral door wat er na zijn dood met zijn lichaam gebeurde. Beroemd is hij nooit geworden. Over geen radio is zijn stem te horen. Het kost moeite zijn muziek te vinden. Maar het aantal muzikanten dat aan hem schatplichtig is of dat zijn songs speelt, is ongemeen groot. The Rolling Stones inspireerden hun majestueuze ballade "Wild Horses' op Gram Parsons. Zijn invloed is te beluisteren bij Elvis Costello, Tom Petty, Emmylou Harris, Linda Ronstadt, The Byrds en anderen. Hij is voor de muziek wat in de literatuur heet een "writer's writer': iemand die zelf in de schaduw blijft maar die, door de kwaliteit van het werk, vakgenoten inspireert.

Snik

Gram Parsons' stem is fragiel en geëmotioneerd, niet rauw of hoekig, wel slepend en met de suggestie van een snik erin. Hij zingt over gebroken harten en zijn stem klinkt als een gebroken hart. "Love Hurts' heet een van zijn dramatische ballads, en wie zal het tegenspreken? Misschien is hij de meest nostalgische en melancholieke zanger uit een stroming in de muziek die hij zelf initieerde, de country-rock, waarmee Bob Dylan furore ging maken. Maar op die stuwende manier zingen als Dylan deed Parsons niet; hij had een parlando-toon waarmee hij de luisteraar onmiddellijk en rechtstreeks aansprak. Vrienden zeiden over Parsons dat hij op een andere planeet leefde. Het woord "engel' dat zo vaak in zijn werk terugkeert, is als een zelfbekentenis. Hij zag zichzelf als een engel, een gevallen engel weliswaar, en de vrouwen om hem heen waren voor hem "grievous angels', engelen die pijn deden.

Gram Parsons groeide op in twee zuidelijke staten, Florida maar vooral Georgia. Zijn familie was buitenissig rijk en welgesteld. De neo-koloniale mansion van de Parsons in Waycross, Georgia, met zijn oprijlaan en witte zuilen en brede trappen, zou een belangrijke rol spelen in Gone with the Wind. Een apocrief verhaal, in de wereld gebracht door Gram die verzot was op fabuleren en mystificeren.

De geschiedenis van de Parsons-familie is er een van drankzucht, overspel en ontrouw, zelfdestructie, zelfmoord en scheiding. Het zijn de zuidelijke thema's van Tennessee Williams en William Faulkner, kortweg: "love and life and sex and sorrow'. Grams vader schoot zichzelf op zijn kamer dood in de dagen voor de Kerst van 1958 terwijl beneden in het huis een feest gaande was. Nog geen tien jaar later bezweek zijn moeder aan de drank, zij verwoestte zichzelf met scotch en ging daarmee de weg van haar echtgenoot.

Hickory Wind noemt auteur van Rolling Stone-magazine Ben Fong-Torres zijn biografie van Gram Parsons. De titel is ontleend aan een lied van Parsons over zijn jeugd in het zuiden, waarheen hij terug zou willen keren: “It's a hard way to find out- That trouble is real- In a faraway city, with a faraway feel- But it makes me feel better- Each times it begins- Callin' me home, hickory wind.” Hij schreef de song in de trein van Florida naar Los Angeles, zich de notebomen herinnerend waarin hij als jongen klom.

Kinderjaren

Nostalgie naar een verloren tijd is wezenlijk voor de muziek en literatuur uit het Amerikaanse zuiden. De prachtige biografie van Stephen B. Oates over William Faulkner moduleert in verschillende toonaarden op dit gegeven. In Hickory Wind vormt het evenzeer een leidraad. Die verloren tijd valt niet per se samen met de gelukkige kinderjaren van de kunstenaars, dat is een al te eenvoudige verklaring. Staten als Georgia, Mississippi, Noord- en Zuid-Carolina en Alabama zagen met de Burgeroorlog hun rijkdom en cultuur weggevaagd. Drank en verdovende middelen golden als een substituut om dat kwijtgeraakte paradijs terug te vinden. Diezelfde middelen hadden veelal de dood tot gevolg. Ook van Gram Parsons, die ten onder ging aan de noodlottige combinatie van nostalgie en teleurgestelde verwachtingen. In Zah's Blues uit zijn vroege tijd als musicus, 1963- '65, zingt hij: “When I was young the world was rich- With spices and parfaits- My heart was filled with pride- My head was filled with praise- I wore my youth like a crown...” Gram Parsons speelde toen op twintigjarige leeftijd met het bandje The Shilos.

Hoe nauwgezet en boordevol gegevens de biografie van Ben Fong-Torres ook is, als lezer krijg ik niet werkelijk een beeld van de hoofdpersoon. Parsons blijft op engelachtige wijze ongrijpbaar, zoals de auteur in het voorwoord ook moet erkennen. “Schrijven over Gram Parsons is als het vastspijkeren van de wind”, staat er. Bovendien kan hij niet verwachten dat de biografie gelezen wordt met de klanken van Parsons' muziek in het hoofd van de lezer, eenvoudigweg omdat die muziek te onbekend is. Het is een werk van feitelijkheden.

Parsons was in interviews zo terughoudend dat er telkens een dodelijke stilte viel of hij was onder invloed van drugs, zodat zijn zinnen zich verloren in het niets als nevelslierten in de mist. Hij is te horen op het befaamde Sweetheart of the Rodeo van The Byrds en met zijn eigen groepen als de Burrito Brothers en Fallen Angels. In de perioden tussen de opnamen was hij op tournee, raakte verstrikt in huwelijks- en echtscheidingsperikelen of stouwde zichzelf vol met Jack Daniels en later ook heroïne. Daarbij gevoegd zijn lust tot mystificeren en het is duidelijk dat Fong-Torres wel een boek moest schrijven vol wetenswaardigheden.

Morfine

In elk geval lost hij het bizarre raadsel rond Parsons' dood en begrafenis op, sterker: hij opent zelfs zijn boek met dit slothoofdstuk van iemands leven. Als doodsoorzaak is officieel vastgesteld: “Drug toxicity, days, due to multiple drug use, weeks.” Op de avond van zijn dood dronk Parsons Jack Daniels in extreme hoeveelheden, en voegde daarbij morfine. Met een nieuwe vriendin, Margaret Fischer, had hij zich teruggetrokken in Joshua Tree. Toen zij bemerkte dat hij door overdosis in levensgevaar was, reed ze zogenaamd naar een stadje negen mijl verderop. In werkelijkheid vluchtte ze. Een andere vriendin vond Parsons dood.

Nu begint de tragedie met het lijk, in de stijl van Faulkner's As I Lay Dying of Williams' Cat on a Hot Tin Roof. Parsons' stiefvader eist het ontzielde lichaam op om het in New Orleans te begraven, zodat hij aanspraak kan maken op de erfenis. Maar ooit had Gram zijn vriend en roadie Philip Kaufman laten zweren dat, wie er ook als eerste doodging, de een de ander zou verbranden in de Mojave Desert. Kaufman bemachtigt op het vliegveld de kist van Parsons en rijdt ermee naar de woestijn, waar hij zijn dode vriend een blikje bier meegeeft op de reis naar het hiernamaals, het lichaam besprenkelt met benzine en het in brand steekt. Niet veel later vindt de door de rookkolom gealarmeerde politie de smeulende kist. Alsnog krijgt Gram Parsons een begrafenis in New Orleans, in een kerkje dat volgens zijn zuster het midden hield tussen een bordeel en een tingeltangel. Jaren later zei Elvis Costello over Parsons' dood: “His exit was perfect.” En Keith Richards complimenteerde Phil Kaufman met zijn optreden: “Nice one, Phil, you took care of Gram.”

Gram Parsons gaf aan de rock 'n roll de nostalgie en de droefenis van het Amerikaanse zuiden. Zijn leven en dood zijn die van een roman- of toneelpersonage. Wie voor het eerst "You Ain't Going Nowhere', "Wild Horses' of "Hot Burrito #1' hoort, alle gezongen door Gram Parsons, vergeet zijn stem niet meer. Gone with the Wind was Parsons' geliefde film over de teloorgang van een tijdperk. Zo klinkt ook de muziek van Parsons op albums als Sleepless Nights en Grievous Angel. De wind roept hem thuis, maar er is geen thuis meer. Kappersstoelen op een heuvel in de woestijn, daarheen keerde hij telkens terug.