De prinses op de erwt

Laatst sprak ik de prins die trouwde met de prinses op de erwt. Ik vroeg hem hoe het met haar ging. Hij zei: “Ik heb haar al lang niet gezien. Op een dag was ze er, op een dag was ze weer weg. Ze was niet makkelijk hoor. Nooit was eens iets goed, altijd was er wel een scherfje uit haar kopje, of zat er een spatje tandpasta in de wasbak, of een kreuk in het laken, of een vlek op het aanrecht. Of er lagen kruimels op tafel. Of het badwater was te koud, of haar bord rook vies, of ik moest mijn haar laten knippen, of de punt van haar kraagje krulde of haar kous zat gek. En al die dingen maakten dat ze nooit rustig kon eten, slapen, uitgaan, tanden poetsen.”

-U had haar toch juist om haar gevoeligheid gekozen?

“Mijn moeder zei altijd: Jongen je moet een echte prinses trouwen. En echte prinsessen zei ze, zijn heel gevoelig. Zij had ook die rare truc met die erwt bedacht. De aardigste meisjes hebben in dat bed geslapen, nooit een klacht. Die konden dus weer vertrekken. Maar voor haar deugde het bed ineens niet. Dus was ze een echte prinses. Zei mijn moeder.

“Eerst dacht ik natuurlijk ook dat het een heel goede prinses was die een blauwe rug kreeg van een erwtje. En ze had een heel mooi kroontje en ze kon heel prinsesselijk kijken en ze zei echte prinsessen-dingen.”

-Geeft u eens een voorbeeld?

“Bijvoorbeeld: "Waar is mijn gouden bal?' Of: "Die livreis staan de lakeien heel goed.' Of: "Zit hier ook een kikker in de vijver?' Zulke dingen. Ik vond het fijn om naar haar te luisteren en ik deed erg mijn best om het haar naar de zin te maken. Ze vroeg eens een keer: "Heb je ook een wit paard?' Natuurlijk. Ik ging het meteen halen en reed ermee naar haar toe. Ik wilde haar voor op mijn zadel zetten en een eindje door het bos rijden. Ik dacht dat het zo hoorde met prinsessen. Maar de haren van het paard prikten haar en ze zat niet prettig en haar jurk werd vies zei ze en ze wilde liever in een schone witte stoel zitten en thee drinken met een krakeling.”

-En nu ziet u haar nooit meer?

“Nee. Zodra ik een beetje hard praatte zei ze dat we ruzie hadden. En op een dag zei ze: "We maken zo vreselijk veel ruzie, ik kan maar beter weggaan.' Dat vond ik ook beter. Maar soms mis ik haar. Dan leg ik een erwt in mijn bed en kan ik expres de hele nacht niet slapen.”