Britse economie lijkt dieptepunt recessie voorbij

PARIJS, 30 AUG. Het dieptepunt van de economische recessie in Groot-Brittannië lijkt achter de rug. In de tweede helft van dit jaar valt weer een bescheiden groei van de produktie te verwachten. De werkloosheid zal de komende periode desondanks flink blijven toenemen.

Dit zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar jaarlijkse rapport over de Britse economie.

De economie van Groot-Brittannië raakte begin 1987 in een periode van ernstige oververhitting, vooral door een buitensporige groei van de binnenlandse vraag met zeven à acht procent per jaar. Het macro-economische beleid had daar geen afdoend antwoord op, aldus de OESO. De inflatie liep uit de hand, waarop de regering zich genoodzaakt zag de rente in stappen te verdubbelen van 7,5 procent in mei 1988 tot een hoogtepunt van vijftien procent in oktober 1989, een niveau dat een jaar van kracht bleef. Dit bracht de economie halverwege vorig jaar in een diepe recessie.

Voor dit jaar voorspelt de OESO een vermindering van het bruto binnenlands produkt met 1,8 procent. In de eerste helft van het jaar was er een achteruitgang met naar schatting 2,0 procent op jaarbasis, maar in het tweede halfjaar zal zich een kentering voordoen met een bescheiden groei van 0,3 procent. In de twee volgende perioden van zes maanden zal de groei aantrekken tot achtereenvolgens 1,9 en 2,4 procent op jaarbasis.

De drijvende kracht van de economische opleving is volgens de OESO het geleidelijke herstel van het vertrouwen bij de consument door de daling van de inflatie en de rente. De rente ligt nu op elf procent, terwijl de inflatie over dit jaar zal uitkomen op 6,0 procent om volgend jaar verder te verminderen tot 4,5 procent.

Het herstel van het vertrouwen zal de bestedingen stimuleren, aldus de OESO. Aan de scherpe inzinking in sectoren als de autoverkoop en de woningbouw zal daardoor een eind komen. Daarvan zullen Nederlandse bedrijven als vrachtwagenfabrikant DAF en Volvo Car, die vorig jaar een ernstige terugslag kregen doordat de voor hen zeer belangrijke Britse afzet voor een belangrijk deel wegviel, kunnen profiteren.

Het groeiherstel zal voorlopig nog geen impulsen krijgen van een opleving van de sterk ingezakte investeringen. Gezien de slechte balanspositie van de bedrijven valt pas in 1992 een toeneming van de investeringen te verwachten, aldus de OESO. Het gevolg is dat het aantal werklozen, nu al het hoogste in ruim drie jaar, zal toenemen van 2,37 miljoen in juli tot ongeveer 2,7 miljoen halverwege 1992 om zich dan te stabiliseren. Dit betekent dat het werkloosheidspercentage omhoog gaat van 8,3 naar bijna tien.

De arbeidsmarkt is één van de terreinen waarop de OESO dringende adviezen voor de Britse regering heeft. Groot-Brittannië heeft in de jaren tachtig “indrukwekkende” vorderingen gemaakt met structurele hervormingen die de economie efficiënter en flexibeler maken, maar de basisvaardigheden van de beroepsbevolking blijven nog steeds achter bij die van andere Europese landen door gebrekkige scholing.

Het niveau van het basisonderwijs moet omhoog en de onderwijsparticipatie na de leerplichtige leeftijd dient groter te worden. Even noodzakelijk is het om het beroeps- en technisch onderwijs op het peil van andere landen te brengen, aldus de OESO.

De organisatie vindt ook dat de efficiency in het onderwijs moet worden verbeterd. Hetzelfde geldt voor de gezondheidssector. Verder dient er een herziening te komen van de verdeling van activiteiten en functies tussen lokale overheden en de centrale regering. Dat moet ertoe leiden dat de burgers meer waar voor hun geld krijgen, de belastingheffing rechtvaardiger wordt en er een grotere doelmatigheid in het overheidsapparaat komt. (ANP)