ANC onderzoekt marteling gevangenen

JOHANNESBURG, 30 AUG. Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) zal de aanklachten onderzoeken van ex-gevangenen die hebben verklaard dat ze zijn gemarteld tijdens hun gevangenschap in buitenlandse kampen van het ANC.

Dat heeft Nelson Mandela, de voorzitter van het ANC, gisteren gezegd. “We gaan elke klacht afzonderlijk onderzoeken”, zei Mandela nadat hij 17 van de 32 ex-gevangenen had gesproken die twee weken geleden werden vrijgelaten uit kampen in Oeganda, Tanzania en Angola en terugkeerden naar Zuid-Afrika.

Sommige gevangenen verklaarden toen dat ze waren gemarteld en dat ze er valselijk van waren beschuldigd voor de Zuidafrikaanse regering te hebben gespioneerd.

Mandela en enkele andere hoge ANC-functionarissen hebben met de ex-gevangenen gepraat over hun beschuldigingen en hun angst dat ze nu doelwit zouden kunnen vormen van vergelding. “We zullen het vraagstuk van hun veiligheid opnemen met de regering, want we geloven dat hun veiligheid gezien hun achtergrond ernstig gevaar loopt”, aldus Mandela na afloop van het onderhoud.

Mandela zei dat het ANC geen mensen meer vasthoudt. Gevraagd naar de overeenkomst tussen het ANC en het Internationale Rode Kruis eerder deze maand op grond waarvan het Rode Kruis de kampen alsnog gaat inspecteren, zei Mandela: “Als het Rode Kruis de lege gevangenissen wil zien waarin wij de mensen hebben vastgehouden, dan zijn ze daartoe vrij”.

Volgens Chris Hani, de chef van de militaire vleugel van het ANC, hebben enkelen van de ex-gevangenen die niet bij het onderhoud met Mandela aanwezig waren zich inmiddels aangesloten bij de Zuidafrikaanse politie of bij de Inkatha Vrijheidspartij, de met het ANC rivaliserende Zulu-beweging van Mangosuthu Buthelezi. (Reuter, AFP)