Studie naar aidsremmende planten

ROTTERDAM, 29 AUG. Het Rijksherbarium in Leiden heeft een contract met de universiteit van Illinois voor een onderzoek naar planten uit het Zuidoostaziatische tropisch woud die worden onderzocht op hun kanker- en aids-remmende eigenschappen met vijf jaar verlengd. Twee medewerkers van het Rijksherbarium nemen op het ogenblik deel aan een verzamelexpeditie op Sumatra. Het instituut ontvangt regelmatig zendingen planten die moeten worden gedetermineerd.

In de eerste tweejarige fase van het project zijn tijdens expedities 9.000 soorten verzameld waarvan er nu 800 gescreend zijn. Extracten van de gedroogde planten worden aan celkweken van ruim 80 verschillende kankercellen en een kweek van leukocyten met aids-virus toegevoegd, waarna wordt gekeken of de de celgroei stopt. Directeur prof.dr. P. Baas van het Rijksherbarium: “Tot nu toe koos men bij dit soort onderzoek meestal voor planten die al in de volksgeneeskunde bekend waren. Maar kanker en vooral aids zijn vrij nieuwe ziekten zodat nu een veel ruimere selectie wordt gemaakt.” Tot nu toe zijn nog geen groeiremmende planten gevonden.

Initiatiefnemer en subsidiënt van het langlopende onderzoek waarbij ook de Afrikaanse flora en die van het Amerikaanse continent worden gescreend is het Amerikaanse National Cancer Institute. De University of Illinois waar het Rijksherbarium een contract mee heeft voert het op Zuidoost-Azië gerichte deel van het project uit.

Het Rijksherbarium, onderzoeksinstituut van de Leidse universiteit, is aangetrokken wegens de kennis over de Zuidoostaziatische flora. Baas: “Het aantal mensen op de wereld dat in staat is planten uit het oerbos in Zuidoost Azië redelijk snel te determineren is makkelijk op de vingers van een hand te tellen en een van die mensen werkt bij het Rijksherbarium.”

De kennis over de flora van de Indonesische archipel kwam het Rijksherbarium binnen met de eerste directeur, C. L. Blume, bij de oprichting in 1829. Hij had aanvankelijk de leiding over de plantentuin Buitenzorg. Na een moeilijke periode rond de Indonesische onafhankelijkheid zijn er nu weer samenwerkingsprojecten met Indonesië. Het wetenschappelijke resultaat is de produktie van de Flora Malesiana waarvan inmiddels negen delen zijn verschenen. Daarin worden de planten beschreven die groeien in Malesia, een "floraprovincie' die Indonesië, de republiek Maleisië, Brunei, de Philipijnen en Papoea Nieuw Guinea omvat. Meer maatschappelijk gericht zijn studies naar economisch belangrijke planten en naar de houtkwaliteit van de woudreuzen uit het tropisch bos als die op plantages worden gekweekt.

Voor de screening op kanker- en aids-remming wordt van iedere soort enkele kilo's geoogst. Daarnaast worden er een aantal herbariumsets van iedere soort samengesteld voor het determinatiewerk. Leiden is het centrum van die activiteit. Herbariummedewerker dr. M.M.J. van Balgooij is de deskundige die uitsluitsel geeft over de planten waar twijfel over bestaat.